Verzuim bij gemeenten stijgt

In geen tien jaar is bij Nederlandse gemeenten het verzuim zo hoog geweest als in 2016: maar liefst 5,6 procent.  Hoewel medewerkers zich al enige jaren minder vaak ziek melden, blijven ze, eenmaal ziekgemeld, langer weg. Dat blijkt uit de Analyse verzuim gemeenten over 2016 van het A+O fonds Gemeenten. Wie niet naar de oorzaken kijkt maar naar de aanpak ervan ziet dat er grote successen worden geboekt bij een aantal gemeenten, aldus het fonds.

Uit de vergelijking tussen 2015 en 2016 blijkt een zekere massaliteit: bij verreweg de meeste gemeenten is het verzuim in 2016 hoger en bij een deel ervan zelfs een stuk hoger. Maar daar staat ook iets tegenover: er blijken ook meer gemeenten juist veel lager te scoren. Bij 40 procent van de gemeenten lijkt er sprake van een T-splitsing: of extreem hoog of extreem laag. Het grote beeld is dat 40 procent van de gemeenten een verzuim heeft dat zich niet onderscheidt van andere sectoren. Dat betreft ook grote steden zoals Den Haag en 40 procent van de 100.000+-gemeenten, met Den Bosch als aanvoerder met 3,9 procent.

‘Eenmaal ziek blijven werknemers soms erg lang weg’

Verder laat het rapport zien: sinds de afgelopen twee jaar melden medewerkers zich veel minder vaak ziek. De frequentie van het verzuim is in die tijd met 30 procent afgenomen. Vorig jaar werd nog gedacht dat dit gedeeltelijk zou liggen aan het nieuwe werken. Wie zelf zijn werktijden kan regelen weet zelf wel een dagje malheur op te vangen. Maar ook bij werksoorten waarbij het nieuwe werken minder mogelijk is zien we een forse daling. Daartegenover staat dat, eenmaal ziek, de werknemers soms wel erg lang weg blijven. Verzuim wordt onderverdeeld in:

  • kort verzuim (griepje/misselijk) dat maximaal een week duurt,
  • middellang verzuim tot 6 weken (sportblessures, overzichtelijke gezondheidsklachten),
  • lang verzuim tot een jaar (meer gecompliceerde arbeidsongeschiktheid),
  • en verzuim langer dan een jaar (chronische arbeidsongeschiktheid).

Uit de cijfers blijkt dat het verschil in verzuim voor verreweg het grootste deel ligt bij de aanpak van dat gecompliceerde verzuim. Uiteraard zijn er vermoedens over de oorzaken. Gedacht wordt aan grotere werkdruk, te weinig tijd voor leidinggevenden om zich bezig te houden met het verzuim en organisatieveranderingen. Om de oorzaken vast te stellen is echter nader onderzoek nodig.

Interne aandacht
Zoals gezegd, zijn er ook gemeenten met een laag en dalend verzuim. Op een of andere manier zijn deze twee groepen nog steeds in staat de oorzaken te verminderen dan wel de gevolgen ere van goed aan te pakken. Onderzoek naar de succesfactoren bij de aanpak van verzuim zal veel gemeenten kunnen helpen aan goede receptuur voor de huidige problemen. Van sommige gemeenten zijn de succesfactoren bekend. Maar van de meeste niet. Tot dan toe is het voor gemeenten een goede tip om zelf rond te kijken naar vergelijkbare gemeenten met meer succes. Dat meer interne aandacht werkt is bekend, wellicht is meer externe aandacht ook een goed idee. In elk geval is wijzen naar de oorzaken niet voldoende.

Vond je dit artikel interessant? Lees alle artikelen van A+O fonds Gemeenten
Deel dit artikel

Er zijn nog geen reacties op dit artikel
Dankjewel voor je bijdrage
We hebben je reactie doorgestuurd naar de redacteur(en) van dit artikel en redactie van platform O. Deel het artikel en jouw bijdrage ook met je omgeving om discussie te stimuleren.