Bewonersgedreven energietransitie in de wijk

Lokaal en collectief

Dat er een energietransitie komt, dat is een gegeven. Wat dit concreet behelst, daarover verschillen de meningen, maar de contouren worden steeds duidelijker. Waar nog belangrijke keuzes gemaakt moeten worden, is hoe we het gaan doen en wie er allemaal op welke wijze gaan meeprofiteren. De grootste kans van slagen hebben we in de gebouwde omgeving, als we kiezen voor een lokale, bewonersgedreven en collectieve aanpak.

Het lijkt dan toch echt gebeurd: klimaatverandering is niet alleen meer iets waar we ons druk om maken, maar meer en meer gaan we er naar handelen. Soms afgedwongen door rechtszaken (denk aan de Klimaatzaak van Urgenda) of gerechtelijke uitspraken (denk aan de uitspraak van de Raad van State rond stikstof), maar even zo vaak omdat individuen, collectieven en institutionele beleggers de economische winstgevendheid van duurzame energie boven die van fossiele brandstoffen inzien. Ten slotte helpen innovaties, regelgeving, subsidies, bewustwording en gedragsveranderingscampagnes tot nieuwe handelingsmogelijkheden. En zo grijpen klimaatvraagstukken, techniek, financiën en gedrag steeds meer in elkaar. De energietransitie is van een frame van believers en early adoptors steeds meer een mainstream verhaal geworden. Daarmee heeft zich een dominant (beleids)frame ontwikkeld.

Noodzakelijke accentverschuivingen
Zo’n frame of gedeeld verhaal is nodig om mensen tot keuzes en bijpassende handelingen te laten komen. Een denkkader geeft (impliciet) aan wie het probleem veroorzaakt, wie dient te handelen en wie of wat moet worden aangepakt (Hajer, 2011). Als we willen dat bewoners hier niet alleen als consument of als slachtoffer een plaats in krijgen, zijn drie accentverschuivingen nodig. Accentverschuivingen die van de bewoner van een passieve actor een betrokken en actieve partij maakt.

  1. Ook een sociale opgave
    Soms kun je het idee krijgen dat de energietransitie niet meer is dan een extreem grootschalige, technische operatie. Maar het is ook zeker een sociale opdracht. Je moet mensen meekrijgen, enthousiast maken, aanzetten tot moeilijke beslissingen, maar ook tot collectief meedenken en handelen.
  2. Energietransitie als rechtvaardigheidsvraagstuk
    De kosten voor de energietransitie zijn aanzienlijk (geschat op 1,5 tot 3,5 miljard per jaar tot 2030 – PBL, 2017). De grote vraag is wie deze kosten gaat dragen en wie de wenselijke toekomst gaat voorfinancieren. Een ander aspect van deze discussie gaat over de verdeling van de lasten. En dan gaat het niet over de financiële draagkracht, maar over de rechtvaardige verdeling van de lasten. Juist in kwetsbare wijken vraagt de energietransitie om extra ondersteuning. Niet alleen om haar te laten slagen, maar ook om haar een bijdrage te laten leveren aan de maatschappelijke ontwikkeling van de stad. Want we kunnen van de energietransitie een vliegwiel maken voor wijkontwikkeling in brede zin.
  3. Voorbij het individu
    Nu wordt er vooral ingezet op het verstrekken van voorlichting aan en subsidies voor individuele huishoudens. Daarmee wordt een complex vraagstuk gereduceerd tot onmogelijke keuzes. Waarin te investeren? Wanneer? En wat als de ander het niet doet, toch maar even wachten. Alleen door gezamenlijk op te trekken, kunnen we hieruit ontsnappen, maar de meeste campagnes en regelingen zijn hier niet op ingericht. En zo blijven we vast zitten in hetzelfde cirkeltje.

Wanneer de energietransitie vanuit het perspectief van het sociale, de rechtvaardigheid en de collectieve opgave wordt benaderd, ontstaat ruimte voor een ander soort handelen. Eén waarbij bewoners betrokken partij zijn en waarbij zij direct en indirect mee profiteren van de energietransitie.

Bewoners als actieve partij
Uit allerhande onderzoek op sociaal en ecologisch terrein blijken bewoners bereid zich in te zetten voor hun directe omgeving. Omdat ze gevraagd worden, omdat ze menen verschil te kunnen maken, omdat er een direct aanleiding is, omdat de ander hen uitnodigt of uit welbegrepen eigenbelang worden mensen over de streep getrokken om zich in te zetten (Specht en Van der Zwaard, 2013). Een stevig sociaal netwerk in wijken helpt hier nog extra bij. Van het één (je inzetten voor een kinderactiviteit) komt vaak het (duurzame) ander, zien we op diverse plaatsen.
Bewoners kunnen veel, maar zeker niet alles. Of het nu gaat om sociale, culturele of duurzaamheidsinitiatieven… een beetje hulp van iemand met verstand van zaken, het juiste netwerk of die ene ingang maakt verschil. Ook hier zien we dus dat lessen die geleerd zijn in de stadsvernieuwing of het sociaal werk, van bijzonder nut kunnen zijn op het gebied van de energietransitie.

Lokaal ‘inbesteden’
Er van uitgaande dat de energietransitie er komt gaat er straks dus veel geld rond in wijken. De vraag is (onder andere vanuit rechtvaardigheidsoogpunt) wie er meeprofiteert van dit geld. Gaat het vooral naar de grote bedrijven? Of de installateurs die van heinde en ver neerstrijken in wijken? Of biedt het een mogelijkheid om de lokale economie te stimuleren? Moeten we, analoog aan een experiment van de Afrikaander Wijkcoöperatie in Rotterdam rond schoonmaak van markten en portieken, de energietransitie lokaal ‘inbesteden’? Dat wil zeggen, moeten energiemaatregelen eerst aan de buurt worden aangeboden als opdracht die de bewoners zelf kunnen oppakken? Op die manier biedt de energietransitie de mogelijkheid om de euro die we er toch aan uit gaan geven, niet alleen ecologisch maar ook economisch, sociaal en maatschappelijk te laten renderen in wijken.
De energietransitie komt er dus aan. De kunst wordt haar niet te presenteren als een ‘moetje’, maar als een kans waar heel veel mensen van kunnen profiteren. De energietransitie niet als een lastige exercitie, maar als een maatschappelijk vliegwiel. Als een hefboom, waarmee meervoudige waarde gecreëerd kan worden.
Diederik Samsom zei tijdens een van de vele bijeenkomsten die hij bezoekt en toespreekt dat we de energietransitie ‘wijk voor wijk’ moeten aanpakken. Dat roept bij mij toch vooral het beeld op van een sprinkhanenplaag die in een wijk neerdaalt, haar ding doet en doorgaat naar het volgende wijkje dat geholpen moet worden. De wijk verweesd achterlatend. Dat zal hij vast niet zo bedoelen. En de oplossing ligt in de toevoeging van een woord. De energietransitie gaat ‘wijk voor de wijk’ zijn beslag krijgen.

Dit artikel is een verkorte weergave van een langer essay onder dezelfde titel wat Maurice Specht schreef in opdracht van het Landelijk Samenwerkingsverband Actieve Bewoners (LSA).

Literatuur

  • Hajer, M. (2011), De energieke samenleving, Den Haag, PBL
  • PBL (2017), Nationale kosten energietransitie in 2030, Den Haag, PBL
  • Specht, M. en Van der Zwaard, J. (2013), Betrokken bewoners, betrouwbare overheid. Condities en competenties voor burgerkracht in de buurt, Kennisnetwerkplaats Leefbare Wijken.
Vond je dit artikel interessant? Lees alle artikelen van: Maurice Specht
Deel dit artikel

Er zijn nog geen reacties op dit artikel

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*