Bij het overlijden van Leo Kokhuis

Mr. Leo Kokhuis (zie foto) was een top ambtenaar, die eind mei, op 74- jarige leeftijd overleed. Hij had een rijke loopbaan bij gemeente en rijk achter de rug, met pieken en dalen. Tom van Doormaal, oud-medewerker van VROM, schetst een beeld van hem. 

Is Leo Kokhuis  sterfelijk,  vroeg ik me, als medewerker, vaak af. Zoals Mulisch zei: ‘Dat moet eerst nog maar eens bewezen worden’. Toch bleek ook hij een steun aan de generalisatie dat we allemaal sterfelijk zijn.  Maar het was niet te geloven dat hij net zo sterfelijk was als iedereen.

Ineens dook hij op, bij het ministerie van Volkshuisvesting waar ik toen werkte. ‘Wie is dat dan?,’ vroeg ik mijn collega’s. Hij was gemeentesecretaris in Den Bosch, wisten beter geïnformeerden te vertellen. Hij zou de vacature van directeur vervullen, maar was kandidaat directeur generaal.

Zo gaat dat bij de bestuursdienst.  Bij volkshuisvesting liep een concentratie van begaafde lieden rond, door de scherpe neus van DG Johan Koopman bijeen gebracht: Martin van Rijn, Peter Veld, Hans van der Vlist, Arnold Moerkamp, Annet Bertram. Zij hadden bijzondere loopbanen.

Ik was voorzitter van de Dienstcommissie (later O.R.), dus ik moest spoedig met Kokhuis aan de vergadertafel. Hij was een openbaring. Het contrast met de introverte en ernstige bestuursstijl, die wij gewend waren, kon moeilijk groter.

Leo Kokhuis rookte: naar schatting meer dan een pakje Camel per dag. Zwarte koffie dronk hij ook, ongeveer in het zelfde ritme als zijn sigaretten consumptie. Hij zat weliswaar voor, maar stilzitten was er eigenlijk nooit bij. Leo was beweeglijk, altijd goed gehumeurd en vol grappen, zegswijzen en anekdoten. Zijn brein was het snelst werkende dat ik ooit zag.

Bij andere managers zag het bureau er vaak uit als een pindarotsje, of een Caraïbisch eiland waar net een orkaan langs was gekomen. Leo had eigenlijk altijd een leeg bureau en een werkkamer zonder veel sporen van werk. In de avond vertrok hij nooit met een loodgieterstas, soms met een mapje. Vaak was er dan nog een onmatig avondprogramma.

Zijn werk in de volkshuisvesting was verbonden met de gevolgen van de Nota Heerma. Heerma had gezien dat er nogal wat verouderde systemen in de volkshuisvesting waren en wilde een decentraler en zelfstandiger volkshuisvesting. Dat zou natuurlijk werkgelegenheid voor ambtenaren gaan kosten en voor de medezeggenschap was dat de kernvraag. Kon de ‘transformatie’ zonder gedwongen ontslagen?

Het werd een verkenning van een probleemveld dat tot op de dag van vandaag speelt: kunnen we ‘Haagse’ taken decentraliseren, kunnen we de bureaucratie kleiner maken, kunnen we dat zonder gedwongen ontslagen, kunnen we de corresponderende groei van bureaucratie lokaal beperken?  Ook Leo Kokhuis zat wel met die vragen, maar hij had er een externe profeet voor, die ook in Den Bosch voor hem had gewerkt, het bureau Terpstra en Tukker.

Maar wat in de provincie werkt, hoeft niet ook te voldoen in Den Haag. De profeet riep meer wrevel op dan goed was voor het proces. De strubbelingen stonden een week in 1992 elke dag op de voorpagina’s van de krant. De spanning met het personeel liep hoog op en uiteindelijk werd de externe adviseur aan de dijk gezet. Ik maakte, samen met Peter van de Rijt, een nederige nieuwjaarsrede voor Kokhuis. Daardoor bleven de rotte tomaten in de zak en slaagde Kokhuis er in deze grote turbulentie te overleven en wat vertrouwen terug te winnen..

Heerma was inmiddels aan een fractieleiderschap begonnen, Kokhuis vleugellam door het gedoe, dus de decentralisatie bleef wat hangen. De politiek had snel spijt van de steeds rijker lijkende woningcorporaties, maar door de vastgoedhausse (1993-2006) zag niemand de urgentie van het veranderen nog helder voor zich. Veel geleerde adviezen kwamen in diepe laden terecht. Na de crisis van 2007 werd de sociale verhuur belast met de verhuurdersheffing: kromme logica, zoiets als het belasten van een bijstandsuitkering. De decentralisatie van Heerma werd een ‘onvoltooide’. Leo Kokhuis ging uiteindelijk nog inspectiewerk doen bij SZW.

Hij verloor zijn vrouw aan kanker en op een wereldreis werd hij in een achterbuurt overvallen en liep ernstige hersenschade op. Daarvan is hij niet goed hersteld.  Het is een levensloop met tragiek. In de advertentie van BZK wordt zijn verdienste voor de transformatie geroemd. Dat is curieus, want een succesverhaal was dat toch bepaald niet.

Dat lag ook aan de politiek en de inconsistentie daarvan. Maar de advertentie van BZK verraadt ook een gebrek aan historisch inzicht. Wat gebeurde er nu precies in de tijd van Kokhuis en waarom was dat geen succesvolle periode? Het zegt iets over de betrekkelijkheid van succes in het openbaar bestuur, over de manier waarop de politiek en de publiciteit reputaties kleuren. De mankracht voor de volkshuisvesting verminderde uiteindelijk met 50 procent, terwijl Rutte II in 2006 besloot tot opheffing van geheel VROM. Was dat succes van de transformatie uit de jaren negentig?  Misschien was het uiteindelijk een goed resultaat, alleen de narigheid op de woningmarkt doet mij twijfelen. De kernproblemen (tekorten, controle woningcorporaties, rol gemeenten) zijn onveranderd.

Maar aan de persoon Kokhuis, zijn integere omgang met mensen en zijn kwaliteiten bewaar ik de beste herinneringen. Die morele integriteit telt, juist in het openbaar bestuur.

Vond je dit artikel interessant? Lees alle artikelen van Tom van Doormaal
Deel dit artikel

Er zijn nog geen reacties op dit artikel

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*