De gebruiker centraal of de overheid zelf?

Het regeerakkoord

Terwijl de politiek het druk heeft met de vorming van een nieuw kabinet draait onze informatiesamenleving gewoon door. En de ontwikkelingen gaan razendsnel. Zo langzamerhand lijkt de hele Nederlandse bevolking uit (potentiële) bluefaces[1] te bestaan. Dat die informatiesamenleving de overheid voor belangrijke uitdagingen stelt wordt steeds duidelijker en gelukkig wordt dit in verschillende – ambtelijke – rapporten ook onderkend. Het staat als een paal boven water dat het nieuwe kabinet aandacht zal geven aan de verdeling van taken over bewindspersonen en ook aan een tekst in het regeerakkoord over de technologische revolutie die zich aan het voltrekken is. Maar de vraag is of daarbij de gebruiker centraal zal staan of de overheid zelf.

‘Een gebruikerstoets moet onderdeel zijn van de verbeterde aanpak van de overheid’

Al vanaf de start van het instituut Digicommissaris hebben we de gebruiker centraal gesteld. In het begin impliciet, door eisen te stellen aan de manier waarop de overheid zich opstelt ten opzichte van de burger en het bedrijfsleven. Maar we zijn steeds duidelijker geworden in de eisen die we stellen aan de overheidsvoorzieningen en de dienstverlening. De mens centraal wil zeggen, dat de overheid zich manifesteert als één. Dat er integraal wordt samengewerkt binnen de overheid, niet aanbodgericht, maar kijkend naar de behoefte van de inwoners. Een gebruikerstoets moet onderdeel zijn van de verbeterde aanpak van de overheid.

Daarbij is er een uitdaging waarvan we ons voortdurend bewust moeten zijn: de inwoners die een gebrekkige digivaardigheid hebben moeten ook mee kunnen doen. De overheid moet zich inspannen om te zorgen dat zij niet achterblijven, overigens zonder (het tempo van) de digitalisering terug te schroeven, en anders dan veelal in de politiek wordt gedacht gaat het erom juist nu (!) de nieuwe technologie in te zetten voor de achterblijvers. Zij die minder digivaardig zijn hebben het heel moeilijk, maar een goed werkend stelsel van machtigingen in de digitale wereld maakt het beter mogelijk deze mensen te helpen. Al vaker heb ik er op gehamerd dat ook digitale spraakherkenning zeer behulpzaam kan zijn. Ik verwacht niet dat het regeerakkoord deze zaken expliciet aan de orde stelt, maar wij moeten dat wél doen.

Footnote

  • [1] Mensen die zichzelf tijdens het uitgaan afzonderen van hun vrienden omdat ze de hele tijd sms’en. ’s Nachts ziet hun gezicht blauw in het telefoonlicht.
Vond je dit artikel interessant? Lees alle artikelen van Bas Eenhoorn
Deel dit artikel

Er is 1 reactie op dit artikel
Dankjewel voor je bijdrage
We hebben je reactie doorgestuurd naar de redacteur(en) van dit artikel en redactie van platform O. Deel het artikel en jouw bijdrage ook met je omgeving om discussie te stimuleren.
Tom van Doormaal
Politicoloog, gepensioneerd ambtenaar van VROM

Het kost me enige moeite om dit betoogje te volgen. Moeten we allemaal blue faces worden? Ik zou zeggen: de confrontatie met digibeten van 75 plus kan mij niet vaak genoeg plaatsvinden. Face to face, ruiken, voelen, horen is contact hebben en maken.
Gebruikerstoets? Ja, maar een die rekening houdt met mensen die communicatie bedrijven met hun lijf en zintuigen, in plaats van met hun smartfone.
Hoe zat het ook al weer: we waren toch gehecht aan de blauwe enveloppe van de fiscus?

14 sep 2017