Het Verenigd Koninkrijk en Europese defensie post-Brexit


De Brexit heeft grote gevolgen voor het Europese Gemeenschappelijke Veiligheids- en Defensiebeleid. Aangezien de strategische belangen van het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie grotendeels overeenkomen, moeten de partijen op zoek naar nieuwe verhoudingen. Meer nadruk op de NAVO en op bilaterale verdragen liggen voor de hand, constateert Yasmin de Fraiture.

Het Verenigd Koninkrijk (VK) heeft de Europese Unie (EU) op 31 januari 2020 verlaten. In de ontwerp EU-VK Handels- en Samenwerkingsovereenkomst is samenwerking op het gebied van defensie, externe veiligheid en buitenlandbeleid nog niet meegenomen. Er gold een overgangsperiode tot en met 31 december 2020, waarin er vrijwel niets veranderde in de meeste Europese wetgeving en het dagelijks leven binnen de Unie. Wat betekent de Brexit voor het Gemeenschappelijk Veiligheids- en Defensiebeleid van de Europese Unie en voor de verhoudingen tussen het VK en de EU?

Uitzonderingspositie
In de eerste plaats zal het VK geen gegarandeerde inspraak meer hebben in veiligheids- of defensieoperaties die georganiseerd worden vanuit de EU, zoals bijvoorbeeld in het Foreign Policy Instrument (FPI) aangaande het budget voor het veiligheids- en defensiebeleid. Daarnaast heeft het VK geen plaats meer binnen het Steering Board van de European Defence Agency (EDA), een organisatie om de samenwerking op het gebied van defensie te verbeteren.
Denemarken neemt als EU-lidstaat alleen deel aan projecten van de EDA die passen binnen het eigen defensiebeleid. Wellicht is zo’n soort uitzonderingspositie ook mogelijk voor het VK (RAND; RUSI). Het VK blijft de EU nodig hebben als afzetmarkt voor de defensie-industrie. De EU op haar beurt kan de militaire capaciteiten en expertise van het VK goed gebruiken (Euronews, RAND).

‘Zonder het Verenigd Koninkrijk is er wellicht ruimte voor sterkere militaire integratie in Europa’

Militair gezien is het VK namelijk sterk. Het VK heeft de beschikking over veel goed uitgeruste manschappen, is sterk in het cyberdomein en beschikt over nucleaire wapens. Na de Brexit is er slechts één andere EU-lidstaat die een vergelijkbare militaire capaciteit heeft: Frankrijk. Toch was het VK niet de lidstaat met de grootste bijdragen aan operaties wat betreft materieel en troepen. Met extra inzet van de andere EU-lidstaten zal deze vermindering dus goed op te vangen moeten zijn. Frankrijk lijkt hiervoor de meest geschikte kandidaat, vanwege de vergelijkbare militaire capaciteit en de sterke wens voor een autonoom Europa op het gebied van defensie en strategie. Volgens experts, bevraagd door het ECFR, ziet het VK Frankrijk en Duitsland als de meest belangrijke partners op het gebied van defensie, met Italië en Nederland op een gedeelde derde plaats. Polen en Roemenië delen de vierde plaats. Polen is daarnaast een van de landen die het volgens diezelfde experts ziet zitten om buiten de structuren van de EU om te werken aan defensie met het VK, evenals Denemarken, Litouwen en Estland. Het is dus relevant om verder te kijken dan de voor de hand liggende landen binnen de EU als het gaat om de bereidheid om samen te werken met het VK (ECFR; RUSI).

‘Door de Brexit moet de financiële bijdrage van andere lidstaten omhoog’

Wat betreft het budget voor het Gemeenschappelijk Veiligheids- en Defensiebeleid van de Europese Unie zullen er ook veranderingen doorgevoerd moeten worden. Het VK had het grootste defensiebudget van de EU en voldoet al jaren aan de NAVO-norm door meer dan 2 procent van het bbp aan defensie uit te geven. De Brexit heeft als gevolg dat de financiële bijdrage van andere lidstaten omhoog zal moeten, om te compenseren voor het gat in de begroting dat het VK achterlaat. Lidstaten hebben zich vooralsnog niet duidelijk uitgesproken over hun bereidheid om meer af te gaan dragen en zo te compenseren voor het wegvallen van het VK.

Bilateraal en multilateraal
De focus wat betreft het buitenlandse veiligheids- en defensiebeleid van het VK ligt na de Brexit op de NAVO, Verenigde Naties en bilaterale of multilaterale verdragen (ECFR; RUSI; Warsaw Institute). Nederland werkt bijvoorbeeld al nauw samen met het VK. Op 6 juni 2018 werd door Minister Bijleveld van Defensie het Netherlands-UK Cooperation Action Plan getekend, met als doel een goede samenwerking na de Brexit en om betere interoperabiliteit te creëren tussen alle delen van de krijgsmacht. Ook is afgesproken samen te blijven werken aan cyberdefensie en een adaptieve krijgsmacht. Daarnaast worden er regelmatig militaire oefeningen ondernomen met inzet van zowel het VK als Nederland en ziet Nederland het VK nog steeds als een van de belangrijkste strategische partners. De basis voor het onderhouden van de goede band is dus reeds gelegd door al voor de Brexit deze bilaterale banden te versterken.
Zonder het VK ontstaat misschien ruimte voor meer militaire integratie in de EU. Dit zou onder meer ruimte bieden voor optimalisering van de interoperabiliteit van het materieel van de lidstaten. Frankrijk is voorstander, waardoor de balans zo zou kunnen verschuiven naar meer militaire integratie in de EU.

Gedeeld strategisch belang
Het VK zal moeten ondervinden welke rollen het zelf gaat vervullen ten aanzien van het Gemeenschappelijk Veiligheids- en Defensiebeleid van Europa.
Het VK kan een rol hebben van buitenstaander en zich associëren met de EU indien er een operatie of project is waarbij beide partijen willen samenwerken. Een andere optie is dat het VK een gelijksoortige positie krijgt als Denemarken maar dan omgekeerd: het VK is dan geen EU-lidstaat, maar wél onderdeel van het Veiligheids- en Defensiebeleid van de EU. Het probleem met deze benadering, is dat dit tegen de politieke ideologie ingaat achter de Brexit om juist los te komen van EU-mechanismen en hier dus in de Britse politiek waarschijnlijk weinig steun voor zal zijn. Een derde optie is bijvoorbeeld het aangaan van een nabijere relatie via een associatieverdrag, zoals nu bestaat tussen de EU en Noorwegen. Toch zal het VK zich er dan bij neer moeten leggen dat er weinig inspraak zal zijn in het beleid en de uitvoering daarvan (RUSI).

‘De strategische belangen van het VK en de EU blijven vergelijkbaar’

De meest logische optie lijkt een sterke focus voor het VK op de NAVO en de positie als P5-lid van VN-Veiligheidsraad. (ECFR; Euronews; RUSI; Warsaw Institute). Het VK zal vooral terugvallen op de NAVO, die sinds de oprichting al een fundament is van het internationale veiligheidsbeleid van het VK. En aangezien de NAVO ook wel gezien wordt als de hoeksteen van het Gemeenschappelijk Veiligheids- en Defensiebeleid van de Europese Unie, blijven de strategische belangen van het VK en de EU vergelijkbaar (ECFR; Euronews; Institute for Government; NATO; Parlement Verenigd Koninkrijk; RUSI). De NAVO en EU-samenwerking zou onder de Berlijn Plus overeenkomst sterker kunnen worden, aangezien de EU dankzij deze overeenkomst gebruik kan maken van onder meer de commandostructuur en de expertise van de NAVO.
Voorlopige onzekerheid met betrekking tot de precieze invulling van het Gemeenschappelijk Veiligheids- en Defensiebeleid van de Europese Unie is onvermijdelijk. Bestaande structuren en bilaterale verdragen kunnen een deel van de mogelijke problemen opvangen. Voor zowel het VK als de EU zal de komende tijd moeten uitwijzen hoe de verhoudingen zich ontwikkelen, maar beide partijen blijven gebaat bij goede betrekkingen.

Bronnen

Vond je dit artikel interessant? Lees alle artikelen van: Yasmin de Fraiture
Deel dit artikel

Er zijn nog geen reacties op dit artikel

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*