Mobiliteit in 2040

Juni 2040: ik ben zeventig jaar, net met pensioen, nog goed gezond en bij de pinken. Ik zit in de trein op weg naar een goede vriendin die aan de andere kant van het land woont. Een eigen auto heb ik al lang niet meer; wie had dat twintig jaar geleden kunnen denken? In plaats daarvan heb ik een abonnement op Anywhere[1], een mobiliteitsdienst voor het gebruik van onder andere auto, trein, metro, taxi, fiets of een combinatie daarvan. Je boekt en betaalt met één app, heel handig. Je kunt er ook pakketjes mee laten bezorgen per drone, als het moet zelfs midden in de nacht. En ze hebben scootmobielen, maar die heb ik gelukkig nog niet nodig.

Omdat het vanmorgen regende heb ik een (zelfrijdende) deelauto laten komen om me naar het station te brengen. Ik kon kiezen tussen een auto voor mij alleen of meereizen met iemand anders. Ik heb voor de laatste optie gekozen, wel zo gezellig en bovendien goedkoper. Onderweg in de trein bekijk ik alvast het vakantieaanbod van Anywhere voor het komende najaar: ‘Goedkoop en snel met de trein naar Barcelona zonder gesjouw met bagage’. Dat lijkt me wel wat. Het weer is intussen opgeklaard en ik check of er een elektrische fiets beschikbaar is om mijn reis voort te zetten. Met één druk op de knop is het geregeld. Anderhalf uur later fiets ik genietend van de zon en de frisse buitenlucht de straat in waar mijn vriendin woont. Er komt een appje binnen: de koffie staat klaar!

‘Hoe houden we onze steden bereikbaar en leefbaar terwijl er 1 miljoen woningen extra moeten worden gebouwd?’

Juni 2019: de minister en staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat hebben zojuist hun Schets Mobiliteit naar 2040 naar de Tweede Kamer gestuurd. In de Schets worden de opgaven op het gebied van mobiliteit beschreven, hoe ze met elkaar samenhangen en wat er nodig is om ze aan te pakken. Hoe houden we onze steden bereikbaar en leefbaar terwijl er de komende jaren ongeveer 1 miljoen extra woningen bijgebouwd moeten worden? Hoe kunnen we de klimaatdoelstellingen halen  met de verwachte groei van de mobiliteit en het goederenvervoer? Wat betekenen ontwikkelingen als de zelfrijdende auto voor de verkeersveiligheid? En wat is de rol van de overheid op het gebied van data?

De ambitie voor 2040 is een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem, waarbij de gebruiker en diens deur-tot-deur-reis centraal staan en de impact op de leefomgeving minimaal is. Het realiseren van deze ambitie vraagt om een nieuwe manier van denken over het organiseren van mobiliteit. De opgaven worden complexer en grijpen meer op elkaar in. Samenwerking met medeoverheden, vervoerders en andere stakeholders is een must. Naast de aanleg van infrastructuur is meer aandacht nodig voor het in stand houden en het beter benutten van de bestaande infrastructuur. Bijvoorbeeld door wonen, werken en voorzieningen nabij (ov-)knooppunten te concentreren, door te zorgen voor betere overstap- of overslagmogelijkheden. Of door reizigers te stimuleren om de drukke spits te mijden of een ander vervoermiddel te kiezen.

 

‘Het accent komt meer te liggen op een vraaggestuurde en gebiedsgerichte benadering’

Het accent zal meer komen te liggen op een vraaggestuurde en gebiedsgerichte benadering: uitgaan van de behoefte van de reiziger, vervoerder of verlader en meer maatwerk per type gebied. Verder verschuift de aandacht van afzonderlijke knelpunten op de weg, het spoor of de binnenvaart naar de hele (multimodale) vervoersketen. Daarbinnen heeft elke modaliteit z’n sterke punten. Het openbaar vervoer bijvoorbeeld is sterk in het vervoeren van grote groepen reizigers, op duurzame wijze en met beperkt ruimtegebruik. Het openbaar vervoer heeft daarom een belangrijke rol in en tussen steden. De auto is een comfortabel en snel vervoermiddel dat door z’n flexibiliteit een grote diversiteit aan type deur-tot-deur-verplaatsingen mogelijk maakt, vooral buiten de drukke stadscentra.

De vernieuwing is al op veel plaatsen en deelterreinen aan de gang. Overheden werken daarbij vaak samen met bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere partijen. Een mooi voorbeeld vind ik de samenwerking tussen het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, de provincie Noord-Brabant, de gemeenten Veldhoven en Eindhoven en ASML om de bereikbaarheid van het bedrijventerrein De Run te verbeteren. Nu al staat het verkeer daar regelmatig vast en verwacht wordt dat het nog drukker zal worden door de groei van het aantal werknemers van ASML. De vijf partijen zijn daarom een samenhangend pakket aan maatregelen voor de korte termijn overeengekomen. Zo wordt de infrastructuur voor de fiets verbeterd met tunnels, nieuwe verbindingen en betere bewegwijzering. Er komen grote parkeerplaatsen op afstand, waar medewerkers hun auto kwijt kunnen en verder kunnen reizen met pendelbussen. En sinds januari rijdt er een nieuwe directe ‘spitsbus’ van het Centraal Station in Eindhoven naar ASML. Niet alleen het bedrijventerrein profiteert van deze maatregelen; de bereikbaarheid van de hele regio krijgt een impuls.

De Schets Mobiliteit naar 2040 is geen blauwdruk voor hoe mobiliteit er in de toekomst uitziet of uit moet gaan zien, maar een richtinggevend discussiestuk. De Schets geeft integraal richting aan het mobiliteitsbeleid en agendeert daarnaast een aantal vraagstukken waar de rijksoverheid samen met medeoverheden, bedrijven en andere partijen de komende tijd mee aan de slag wil. Daarom is deze Schets Mobiliteit naar 2040 ook een uitnodiging aan alle betrokkenen om de ambitie gezamenlijk verder invulling te geven.

Voetnoten
[1] Dit is een fictieve mobiliteitsdienst

Vond je dit artikel interessant? Lees alle artikelen van Katinka Regtien
Deel dit artikel

Er zijn nog geen reacties op dit artikel

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*