Pokémon GO vanuit een beleidsperspectief

Hype of slimme interventie? 

Het kan u bijna niet ontgaan zijn. Deze zomer werd Nederland overspoeld door Pokémon. Deze fictieve wezens, overgekomen uit Japan, verschuilen zich in bossen, velden, aan zee en in steden bij tal van monumentale panden, iconische gebouwen, beelden, fonteinen en andere noemenswaardige locaties. Virtueel uiteraard, maar de consequenties ervan zijn alles behalve virtueel. Langs de Oude Gracht in Utrecht of het Vondelpark in Amsterdam staan overal kluitjes mensen klaar om met hun mobiele telefoon de Pokémon te vangen. Het doel? Gotta catch ‘em all

We hebben het hier over de applicatie ‘Pokémon GO’, een productie van Niantic, onder andere gefinancierd door Nintendo. De app was begin van de zomer in slechts een aantal landen beschikbaar in de app stores, maar was binnen enkele dagen wereldwijd razend populair en stond in korte tijd bovenaan de lijst van meest gedownloade app’s. De beurswaarde van Nintendo steeg een paar dagen na de release van het spel met 24,5 procent en werd in één klap bijna tien miljard euro meer waard[1].

‘Als omgeving van zelf beschouwde ‘echte intellectuelen’ haalt de beleidswereld over het algemeen de neus op voor dergelijke hypes’

De app werkt net als Google Maps en maakt gebruik van het GPS-signaal van je telefoon om te laten zien waar in je nabije omgeving zich een Pokémon bevindt. Om de Pokémon te vangen, moet er een ‘pokéball’ gegooid worden. Die pokéballs kunnen, net als andere voorwerpen die behulpzaam zijn voor je ‘jacht’ op Pokémon’, verzameld worden op plaatsen die aangewezen zijn als zogenoemde ‘pokéstops’ of tegen betaling worden aangeschaft in de ‘pokéshop’. In tegenstelling tot veel andere (virtuele) games moeten de spelers, de zogenoemde ‘pokéjagers’, in dit geval daadwerkelijk die specifieke locatie bezoeken om voorwerpen te verzamelen of Pokémon te vangen. En zodoende brengt het spel wereldwijd miljoenen mensen letterlijk op de been. Want wie verder wil komen in het spel, moet kilometers maken. En niet eenmalig enkele kilometers, maar het liefst dagelijks grote aantallen kilometers om een volle ‘pokedex’ te krijgen.

Nederland
Als omgeving van zelf beschouwde ‘echte intellectuelen’ haalt de beleidswereld over het algemeen de neus op voor dergelijke hypes. Een enkeling daargelaten (onze eigen staatssecretaris Dijkhoff is naar verluid een enthousiaste pokéjager[2]) kijken de meeste beleidsmakers vol verwondering maar schouderophalend toe hoe de hype om zich heen grijpt. Het zal immers wel weer overwaaien? Maar is dat terecht? Het is een hype, en ja, het zal ook wel weer overwaaien. Maar laat het succes van Pokémon GO niet zien hoe massa’s mensen bereikt en in beweging gebracht kunnen worden? Het spel is immers zo krachtig en doeltreffend, dat deze als vorm van interventie de serieuze, onbevooroordeelde aandacht van de beleidswereld verdient. Want in de spelprincipes die schuilgaan achter het ontwerp van deze nieuwe game liggen naar ons idee belangrijke maar door beleidsmakers nog onvoldoende opgemerkte kansen én lessen besloten voor gerichte beïnvloeding op tal van terreinen.
Een nieuwe en buitengewoon succesvolle game als Pokémon GO verdient een nadere analyse. Wie er oppervlakkig naar kijkt ziet alleen maar mensen die naar hun telefoons staren en in een soort codetaal met anderen om hen heen communiceren (”Yes! Ik heb een Ponyta!’. ‘Oh, ik heb al een Rapidash. Zet anders even zo’n ‘lure’ aan, dan halen we misschien nog wat nieuwe Pokémon hier naar toe.’). Het spel ontwikkelde zich in zeer korte tijd tot een enorme hype en is ook in Nederland razend populair. Inmiddels spelen meer dan 2 miljoen Nederlanders het spel; en dat aantal groeit dagelijks met duizenden nieuwe spelers. Niet alleen kinderen spelen Pokémon Go, ook volwassenen en gepensioneerden houden zich er mee bezig. Het spel is niet gebonden aan leeftijd of geslacht; iedereen doet mee.

Klachten
Op sommige plaatsen leidt dit tot bizarre taferelen. Van horden mensen die een autoweg blokkeren om de zeldzame Blastoise te vangen[3], tot pokéjagers die een kerkdienst verstoren omdat er een bijzondere Pokémon is gespot. Het zal niemand verrassen dat tal van bedrijven vanuit commercieel oogpunt inspelen op de enorme hype. Zo adverteert het Nederlandse Openluchtmuseum onder het mom van ‘buitenspelen 2.0’ met de bijzondere Pokémon die er op het museumterrein te vangen zijn[4]. En zo organiseert de Efteling, waar vrijwel iedere attractie een pokéstop is, een grote Pokémondag. Ook lokale ondernemers proberen te profiteren van de toevallige nabijheid van populaire Pokémon-hotspots in de buurt, door hier lokale acties aan te verbinden.
Het zorgt voor veel hilariteit en biedt voor ondernemers tal van mogelijkheden om op de rage in te spelen. Hoewel er zeker ook kansen zijn voor de beleidssector, is daar vooral aandacht voor de risico’s die het spel met zich mee brengt. De game baart overheden, vaak ook geheel terecht, zorgen. Zo vormen de Pokémon op en langs drukke wegen in sommige situaties een gevaar voor de verkeersveiligheid. Voetgangers die onoplettend een druk weg oversteken. Fietsers die zich op de verkeerde weghelft begeven. En automobilisten die stapvoets rijden zodat zij kilometers kunnen maken zonder te hoeven lopen. In hun zoektocht naar nieuwe Pokémon brengen mensen (on)bewust hun eigen veiligheid maar ook die van anderen in gevaar. Gemeenten ontvangen klachten van bewoners over pokéstops in hofjes of straten, waar van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat spelers rondhangen om Pokémon te vangen.[5] De aanwezigheid van Pokémon zorgt echter niet alleen voor buurtbewoners voor nodige overlast[6], maar kan ook vervelende of zelfs gevaarlijke situaties opleveren. Mensen die ongevraagd en soms ook onbevoegd gebouwen en terreinen betreden, zoals politiebureaus, ziekenhuizen en zelfs begraafplaatsen, om een speciale Pokémon te vangen. Maar ook op of langs spoorlijnen, snelwegen of elektriciteitsbedrijven lopen mensen rond in hun streven hun ‘pokédex’ (verzameling van alle identieke Pokémon) te complementeren.

‘Om de veiligheid te vergroten en de overlast voor omstanders te beperken treffen verschillende gemeenten en organisaties inmiddels ook maatregelen’

Tenslotte trekt de hype ook mensen met andersoortige intenties naar plaatsen waar veel Pokémon zijn te vangen. Zo zijn er zakkenrollers actief in gebieden waar veel Pokémon te vinden zijn en zijn er met name in het buitenland al legio voorbeelden van brute berovingen. In bijvoorbeeld New York zijn verschillende mensen van hun telefoon beroofd doordat zij ’s nachts door Central Park liepen met alleen oog voor de Pokémon op hun telefoon en zo eenvoudige doelwitten voor criminelen vormden.
Om de veiligheid te vergroten en de overlast voor omstanders te beperken treffen verschillende gemeenten en organisaties inmiddels ook maatregelen, zoals een café-eigenaar in Overijssel die een verbod op het vangen van Pokémon op zijn een terras uitvaardigt, de organisatie van de Nijmeegse Vierdaagse die speciaal hiervoor ontworpen waarschuwingsborden langs de route plaatst[7] en gemeenten die op plekken waar veel mensen samenkomen om bijzondere Pokémon te vangen (preventief) waarschuwt voor zakkenrollers. Ook producent Niantic heeft inmiddels zelf enkele wijzigingen in het spel doorgevoerd om de veiligheid te vergroten, zoals een waarschuwing om ten alle tijden je omgeving in de gaten te houden en het spel niet te spelen wanneer je deelneemt aan het verkeer. En na de meest recente update van het spel verschijnt er bij een bepaalde gemeten snelheid een snelheidsmeter in beeld met de vraag of je de bestuurder bent van het voertuig. Zo ja, of je dan je telefoon weg wilt leggen en zo nee, je als passagier rustig door kan gaan met spelen.

Spelletjes
Vooralsnog is de aandacht van de beleidswereld voor Pokémon GO (zo die er al is) vooral gericht op de negatieve, risicovolle effecten ervan. Deels is dat terecht, maar het is ook jammer. Want er is meer dan alleen die risico’s. De game heeft zich in zeer korte tijd weten te ontwikkelen tot een groot succes, voor jong en oud, en weet vele miljoenen mensen te bereiken. Dat roept de vraag op wat deze ‘interventie’ zo krachtig maakt. Hoe kan een spelletje, een zoektocht naar virtuele, fictieve wezens, zo’n grote en gevarieerde doelgroep bereiken? Wat motiveert een ieder om dit spel te gaan spelen? Deze vragen zijn niet alleen relevant voor de commerciële sector, maar juist ook voor de beleidssector. Wanneer we met zo’n blik naar Pokémon GO kijken, stuiten we wellicht op belangrijke, onverwachte lessen die kunnen bijdragen aan effectief beleid.
In eerdere publicaties hebben wij al eens gewezen op het belang van gamification voor openbaar bestuur[8][9]. Veel mensen zijn gevoelig voor spelletjes, en dan vooral het competitieve element daarin. De toevoeging van spelelementen aan beleid kan zodoende bijdragen aan de bereidheid van mensen om dingen te doen die ze anders niet zomaar zouden doen. De app Pokémon Go blijkt vol te zitten met dat soort spelelementen. Soms duidelijk zichtbaar, soms ook slim verstopt. Waar gamers over het algemeen thuis blijven en achter schermen zitten, brengt Pokémon GO de spelers in beweging. Sommigen leggen wel 10 kilometer per dag af om Pokémon te vangen en deze te laten ‘evolueren’ tot een sterker type. Bovendien moeten er hele diverse locaties bezocht worden om alle 150 Pokémon te vangen. Het spreekt uiteraard voor zich dat een waterpokémon zich niet laat zien in de bossen. Gotta catch ‘em all kan dan ook alleen door erop uit te gaan. Naar de stad, naar het bos, naar de zee, naar de duinen… Daarmee is de app dan ook interessant voor streken, natuurgebieden of plaatsen die normaal gesproken nauwelijks bezoekers trekken, maar nu ineens een populaire bestemming zijn geworden omdat er daar Pokémon verstopt zitten die nergens anders te vinden zijn. In veel opzichten een ideale activiteit voor in de zomervakantie van scholieren, die zo met gemak aan de minimale beweging komen. Er is geen obesitascampagne die daar tegenop kan en op zo’n grote schaal jongeren aan het bewegen weet te krijgen.

Spelletje
De recent ontstane hype rond Pokémon GO dwingt ons dan ook om dit verder te doordenken. De mobilisatiekracht van spelelementen is enorm groot. Het meenemen van dat perspectief in beleidsvorming en -uitvoering, met inachtneming van de mens als homo ludens, is een kans voor het openbaar bestuur. Dat Pokémon GO misschien juist ook een kans kan zijn voor beleid, blijkt uit een recent voorbeeld uit de gemeente Vlaardingen. Het is de eerste stad in Nederland waar de politie investeert in Pokémon als preventiemiddel tegen criminaliteit. In afgelegen wijken worden tegen betaling meer zeldzame Pokémon losgelaten om pokéjagers aan te trekken. Extra ogen en oren in de wijk dus, wat inbrekers en fietsendieven moet afschrikken.

‘Beleid is geen spelletje’

En ook de politie in Rotterdam werkt inmiddels al met Pokémon-WhatsApp groepen om voor veiligheidsdoeleinden[10]. Zo wordt het spel ingezet om beleidsdoelen te realiseren: de veiligheid vergroten, jongeren meer laten bewegen, en wellicht is het ook wel een kans voor sociale cohesie, voor volksverheffing (door speciale routes langs kunstobjecten te laten lopen) of voor educatieve doeleinden.
Natuurlijk geldt daarbij de kanttekening dat beleid geen spelletje is en een zekere terughoudendheid vergt– zie ook de kritische kanttekeningen in het RMO-advies De verleiding weerstaan’ uit 2014[11]. Maar desalniettemin kunnen speelse elementen wel degelijk bijdragen aan beleid. We hebben het dan over spelelementen als ranglijsten, scores, avatars, levels, punten, badges, en noem maar op. Pokémon GO laat zien hoezeer mensen gemotiveerd worden door een zekere ‘verzameldrift’ en onderlinge competitie. Door middel van dergelijke spelelementen kunnen complexe beleidsvraagstukken of doelstellingen mensen helpen of motiveren iets te gaan doen, of juist iets te laten. Denk maar eens aan apps of programma’s die, aan de hand van scores en verschillende levels rokers helpen om van hun verslaving af te komen, of aan interactieve afvalbakken zoals Holle Bolle Gijs in de Efteling.

Verrijkend beleid
Het gaat soms om hele kleine interventies die het net even een stukje leuker maken om je ergens voor in te spannen. Een interventie die ofwel een complex vraagstuk versimpelt, een bepaalde activiteit vermakelijker maakt, een element van competitie bevat of de mogelijkheid biedt om jezelf te verbeteren, ofwel omdat het helpt bepaald gedrag langer vol te houden. Het zijn manieren van sturing die uitgaan van verschillende onderliggende principes en die wellicht in veel beleidsdossiers een waardevolle aanvulling kunnen zijn. Dat wil overigens niet zeggen dat beleid een spelletje wordt, maar het opent wel mogelijkheden om de kracht van het spel te benutten als potentieel kansrijke aanvulling op het bestaande repertoire van sturing.
Pokémon GO is in de beleidswereld vooralsnog grotendeels onopgemerkt gebleven, maar verdient naar ons idee echt nadere bestudering. Niet alleen omdat het gebruik ervan risico’s met zich brengt of omdat er klachten zijn over mensen die het spel spelen maar juist ook vanuit de kansen-kant: welke lessen en aanknopingspunten biedt het spel voor beleidsmakers in de realisatie van publieke waarde. Dus niet (alleen) gericht op beperkend beleid, maar ook als vorm van verrijkend beleid. Dit vraagt van de intellectueel en de rationeel analytisch ontwerpende beleidsmaker een verdieping in de slimme spelelementen en de achterliggende principes van een immens populaire game als Pokémon Go. Om deze beter te begrijpen, hiervan te leren én vervolgens zelf te gebruiken bij de realisatie van beleidsdoelen.
En voor wie daar nog over twijfelt: breng als beleidsmaker eens een praktijkbezoek aan het recent tot Pokémonhoofdstad van Nederland uitgeroepen Kijkduin, waar de doorwerking, kracht, en invloed van spelelementen zich ten volste tentoonstelt. Maar dan met de uitdaging om niet alleen de problemen te belichten, maar juist ook de kansen en mogelijkheden te zien.

Footnotes

Vond je dit artikel interessant? Lees alle artikelen van: Ilsa de Jong, Jorgen Schram en Mark van Twist
Deel dit artikel

Er is 1 reactie op dit artikel

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*

    ">Mildo van Staden

    Origineel artikel. We wilden de grondwet route in Den Haag voorzien van Pokemon Stops. Leuke ‘nudge’, daar zijn beleidsmakers tegenwoordig dol op. Bij Nintendo was het echter niet meer mogelijk om Stops aan te melden. Ze konden de grote vraag niet aan. Maar goed om vanuit de gamification /AR verder te denken. Niet kritiekloos , maar bewust zijn wat wel /niet kan waar de RMO terecht voor waarschuwde.

    15 sep 2016