Sturing Haagse cockpit werkt averechts

Huidige sociale opgaven vragen andere bestuursstijl van rijksoverheid

De rijksoverheid is toe aan groot onderhoud. Dat was onlangs de centrale boodschap van Jacques Wallage, voorzitter van de Raad voor het openbaar bestuur (Rob) bij de presentatie van het Rob-advies Sturen én verbinden. Naar een toekomstbestendige rijksoverheid. De organisatie en werkwijze van de rijksoverheid zijn in grote lijnen nog steeds op de klassieke, hiërarchische en verkokerde leest geschoeid. Met juridische en financiële instrumenten probeert de rijksoverheid de samenleving te sturen. Maar de publieke en private instituties in de samenleving en de vraagstukken waarmee zij worden geconfronteerd zijn zo complex dat sturing vanuit ‘de cockpit Den Haag’ al te vaak haar doel mist of zelfs averechts werkt. De rijksoverheid heeft de samenleving niet aan touwtje.

Het primaat van de klassieke politiek zou plaats moeten maken voor het primaat van het vraagstuk, ervan uitgaande dat vrijwel alle grote maatschappelijke vraagstukken zich niet houden aan Haagse, departementale grenzen en dat de dynamiek in de samenleving veel groter is dan ‘Den Haag’ kan bijbenen. Wetgeving holt nogal eens achter de feiten aan belemmert soms innovatie. Beheersing en controle door de rijksoverheid blijven op veel gebieden noodzakelijk, maar de maatschappelijke samenhang en dynamiek vragen daarnaast om rijksoverheid die een vruchtbare verbinding zoekt met maatschappelijke organisaties, bedrijven en burgers.

De Rob doet vier aanbevelingen aan het adres van de rijksoverheid om die verbinding tot stand te brengen:

Bevorder dat het kabinet meer als eenheid functioneert
Politici, bestuurders en ambtenaren moet zich ervan bewust zijn dat zij gezamenlijk verantwoordelijkheid dragen voor de aanpak van complexe maatschappelijke vraagstukken. Daarbij past een ministerraad waarin de ministeriële verantwoordelijkheid, die nu vooral individueel van karakter is, veel collegialer wordt ingevuld. Daar is geen verandering van de Grondwet voor nodig, maar wel politieke wil. Met het adagium ‘je gaat erover of niet’ komen complexe maatschappelijke problemen niet dichter bij een oplossing. De minister-president moet meer mogelijkheden krijgen om aan te sturen op collegiale besluitvorming in de ministerraad en het aantal kabinetsministers zou moeten worden teruggebracht. Deze kunnen zich richten op een brede portefeuille met strategische prioriteiten en gericht op de vaak complexe samenhang in beleid, op inhoudelijke discussie in de ministerraad en op dialoog met de samenleving. De ruimte daarvoor kan er komen door naast de kabinetsministers ‘departementsministers’ aan te stellen die het feitelijk beheer over de departementen voeren en over een afgebakende eigen portefeuille beschikken. Regeerakkoorden zouden idealiter alleen moeten bestaan uit strategische prioriteiten, die het kabinet in samenspraak met het parlement en de samenleving omzet in uitvoerbare en breed gedragen programma’s.

‘Het adagium ‘je gaat erover of niet’ brengt complexe sociale problemen niet dichter bij een oplossing’

Zet in op een betere in plaats van een kleinere rijksdienst
De laatste jaren is gewerkt aan harmonisatie van de rijksdienst. De Rob beveelt aan op korte termijn de laatste stap te zetten naar één rijksdienst onder leiding van een secretaris-generaal die de ministerraad ondersteunt. Daarbij past het om de rijksdienst onder te brengen bij het ministerie van Algemene Zaken. Het is nodig om meer dan nu het geval is te investeren in de kwaliteit van rijksdienst en van ambtenaren: investeren in het ontwikkelen van kerncompetenties als ‘verbinden’ en ‘sturen op verbinden’, in vakmanschap en in het ontwikkelen van maatschappelijke sensitiviteit naast politieke sensitiviteit. Thematisch en programmatisch werken over de grenzen van departementen heen moet veel meer ruimte krijgen: een toekomstbestendige rijksdienst is flexibel.

Organiseer tegenspraak en delen van kennis
Ambtenaren moeten zich veilig voelen in hun werkomgeving en zich gesteund weten door hun politieke bazen. Zij moeten intern opvattingen kunnen uiten over beleidsonderwerpen, ook al zijn opvattingen ongemakkelijk of soms politiek ongewenst. Verantwoorde tegenspraak zou loopbaanbevorderend moeten zijn. Om beter gebruik te maken van de kennis van ambtenaren zouden ambtenaren juist in voortrajecten van beleid moeten kunnen worden gehoord in het parlement (onder ministeriële verantwoordelijkheid). Daardoor kan de informatiepositie van het parlement worden versterkt.

Trek lering uit eerdere veranderingsprocessen
Eerdere voorstellen voor verbetering van de rijksoverheid gaven geen zekerheid over de uitvoering ervan. Er is maar weinig echte verandering tot stand gekomen. Daarom vraagt de Rob speciale aandacht voor het proces van verandering en de verankering ervan in de politiek. Door het veranderproces in te zetten als een leerproces wordt meteen een begin gemaakt met de noodzakelijke cultuuromslag in de rijksoverheid.

Intussen werken ambtenaren van het ministerie van BZK aan een voorstel voor een (wettelijk verplichte) kabinetsreactie op het Rob-advies Sturen en verbinden. Naar verwachting wordt die reactie begin 2016 naar de Eerste en Tweede Kamer gestuurd.

Vond je dit artikel interessant? Lees alle artikelen van: Pieter de Jong
Deel dit artikel

Er zijn nog geen reacties op dit artikel

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*