Vertrouwen in de overheid


Beter beleid kan zorgen voor meer vertrouwen van de samenleving in de overheid, meent Peter van Hoesel. Dat begint met eenvoudiger beleid, waarbij de samenleving directer wordt betrokken.

De kranten staan de laatste tijd bol van beschouwingen over het geringe vertrouwen van burgers in de overheid, sterker, de overheid wordt vooral gewantrouwd. Als oplossing komt vooral naar voren dat de Tweede Kamer beter moet kunnen controleren en ook dat het beleid beter moet worden afgestemd met de uitvoerders. Maar de beste oplossing, beter beleid maken, komt bijna niet aan bod. Volgens mij kan het vertrouwen in de overheid alleen groeien als de overheid laat zien in staat te zijn om beter beleid te ontwikkelen dan al het beleid dat dagelijks in kranten en media aan de kaak wordt gesteld.

Eenvoud
De belangrijkste sleutel naar beter beleid is eenvoud. Ingewikkelde regels en maatregelen maken het voor uitvoerders lastig om ze doeltreffend, consequent en rechtvaardig toe te passen. Ingewikkelde regels maken het de Tweede Kamer bovendien lastig om het beleid te controleren.
Burgers en bedrijven betalen niet alleen het gelag van de hoge uitvoeringskosten, maar kunnen ook slachtoffer worden van de toepassing van zulke regels en maatregelen. Daar is iedereen het inmiddels wel over eens, maar tot nu toe zie je bar weinig voorstellen vanuit de politiek of de praktijk om tot eenvoudiger beleid te komen. Vanuit de wetenschap zie je zulke voorstellen nu en dan wel langskomen, maar die worden niet opgepikt.

‘Investeringen leiden linksom of rechtsom altijd tot innovatie’

Ik geef drie voorbeelden van concrete nadelen van ingewikkeld beleid, met suggesties hoe die nadelen verdwijnen door het beleid sterk te vereenvoudigen.
Gedetailleerde voorwaarden stellen aan subsidies voor innovaties in het bedrijfsleven leidt niet alleen tot veel bureaucratie, maar ook tot een ongelijke verdeling van die subsidies, omdat de meeste bedrijven, vooral kleinere, tegen de rompslomp opzien. Stimuleren van innovatie met subsidies is overigens niet eens nodig, want grotere bedrijven beschikken over voldoende eigen vermogen om extra geld aan te kunnen trekken en kleinere bedrijven kunnen onder meer terecht bij investeringsfondsen. Maar als je toch een extra financiële prikkel wil geven, doe dat dan met een algemene subsidie of aftrekpost bij elke investering. Investeringen leiden linksom of rechtsom altijd tot innovatie, zo blijkt uit de praktijk.

‘Ingewikkelde stelsels leiden tot achterdocht bij de burger’

Dan het belastingstelsel, dat enorm gecompliceerd is. Afgezien van de administratieve lasten die dit met zich meebrengt leidt dit tot allerlei merkwaardige verschillen tussen belastingbetalers, die weinig te maken hebben met een evenwichtige lastenverdeling. Inkomen uit arbeid wordt beduidend hoger belast dan inkomen uit vermogen, huiseigenaren wonen een stuk goedkoper dan huurders, het MKB betaalt gemiddeld twee keer zoveel belasting als het grootbedrijf. Afschaffing van liefst alle tariefverschillen en aftrekposten leidt niet alleen tot een forse verlaging van de administratieve lasten, maar ook tot een gelijkwaardige lastendruk.
De kwestie van landbouwsubsidies is een ander voorbeeld. Die leiden tot te veel bureaucratie, en ook tot een forse drempel voor ontwikkelingslanden om hun producten af te kunnen zetten op de Europese markt. Afschaffen van die subsidies is te zien als de meest effectieve vorm van ontwikkelingshulp en als een investering in de economie van die landen, waarmee het aantal economische vluchtelingen beduidend minder zal worden.

‘Verkeerd bedacht beleid wordt over de schutting gegooid naar de uitvoering en de samenleving’

Duurzaamheid van producten wordt in belangrijke mate nagestreefd door consumenten en winkeliers op allerlei manieren te wijzen op hun verantwoordelijkheid. De productie van niet-duurzame producten wordt ondertussen maar weinig aan banden gelegd. Een consument die niet veel te besteden heeft zal kiezen voor producten met een lagere prijs, waarmee de duurzaamheid dus niet wordt bevorderd. Een winkelier die zulke producten niet levert zal marktaandeel verliezen aan concurrenten die dat wel doen. De nodige eisen stellen aan producenten die voorkomen dat er niet-duurzame producten op de markt worden gebracht is heel wat eenvoudiger. De handel hoeft zich er niet langer druk over te maken en de consument kan dan alleen nog maar duurzame producten kopen. De hogere prijs van die producten voorkomt bovendien aanschaffingen die minder noodzakelijk zijn.

Achterdocht
Burgers kunnen ingewikkelde stelsels niet goed overzien, wat alleen al leidt tot achterdocht, want je kunt moeilijk controleren of er sprake is van gelijke behandeling. Allerlei voordelen waar jij niet voor in aanmerking blijkt te komen zijn blijkbaar bedoeld voor andere groepen burgers. Is dat allemaal wel rechtvaardig? Voor bedrijven geldt dit in nog sterkere mate, omdat het aantal regelingen waarvan zij gebruik kunnen maken beduidend groter is dan voor burgers.
Het leidt in de ogen van burgers en bedrijven bovendien tot willekeur als uitvoerders de ingewikkelde regels op moeilijk voorspelbare wijze interpreteren, waarmee burgers en bedrijven zich het bos in voelen gestuurd.
Als er ook nog eens grote aantallen burgers slachtoffer worden van het beleid, zoals in de toeslagenaffaire, daalt dat vertrouwen naar een minimum, zeker als de overheid dat slachtofferschap lange tijd negeert. Het feit dat er enkele vasthoudende Kamerleden voor nodig waren om dit transparant te maken laat zien hoe de overheid zelf verstrikt is geraakt in de ingewikkelde regelgeving. Als die ingewikkeldheid vervolgens niet eens wordt aangepakt, kun je je afvragen hoelang je nog moet wachten op het volgende echec.

‘Eenmaal bestaand beleid blijkt bijna niet weg te krijgen’

Het is voor het parlement nauwelijks te doen om alle regelgeving in detail op alle consequenties te doorgronden. Een parlement moet erop kunnen vertrouwen dat dit tijdens de beleidsvoorbereiding grondig is gedaan, maar dat is helaas zelden het geval. Verkeerd bedacht beleid wordt daardoor over de schutting gegooid naar de uitvoering en de samenleving. Het is vervolgens nogal omslachtig om het beleid achteraf te corrigeren. Gek genoeg lukt zelfs dat nauwelijks, omdat beleidsevaluaties meestal worden genegeerd. Eenmaal bestaand beleid blijkt bijna niet weg te krijgen, onder meer omdat er belangen mee zijn gemoeid.

Evaluatie en participatie
Alleen als de overheid elke beleidswijziging vooraf grondig zou toetsen, zal er beleid ontstaan dat het vertrouwen van burgers en bedrijven kan worden teruggewonnen, omdat daarmee concreet wordt aangetoond wat van het beleid mag worden verwacht (en wat niet). Als uit latere beleidsevaluaties blijkt dat die verwachtingen vervolgens ook echt zijn uitgekomen, zal dit een positief effect hebben op het vertrouwen van burgers en bedrijven in de overheid.
Het ligt toch voor de hand om de veronderstelde effecten van het beleid op het gedrag van mensen en organisaties te toetsen aan wetenschappelijke kennis en praktijkkennis? Of om die effecten te onderzoeken via experimenten of simulaties? Het ligt toch ook voor de hand om oplossingen voor maatschappelijke problemen niet eenzijdig te bedenken in Haagse kringen, maar daarbij juist ook de samenleving in brede zin te betrekken?
Het zou toch ook voor de hand moeten liggen als het parlement zou vragen om een degelijke onderbouwing van het voorgenomen beleid? Kom met bewijzen dat het beleid doeltreffend, doelmatig, consistent en rechtvaardig is, zoals de Algemene Rekenkamer steeds weer bepleit. Als die bewijzen kunnen worden getoond, is de kans groot dat het betreffende beleid niet ingewikkeld in elkaar steekt. Ingewikkeldheid is immers belemmerend voor doeltreffend, doelmatig, consistent en rechtvaardig beleid.

Vond je dit artikel interessant? Lees alle artikelen van: Peter van Hoesel
Deel dit artikel

Er zijn nog geen reacties op dit artikel

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*