Weeffout in veiligheidsbestel

Terug naar de eenvoud

Sinds begin deze eeuw bestaat in Nederland een ondoorzichtige structuur in het veiligheidsbestel. De burger is het spoor bijster en weet bijvoorbeeld niet wat de veiligheidsregio precies doet, hoe de politie is georganiseerd en wat de dreigingsniveaus van terrorisme inhouden. Er is een spaghetti aan organisaties ontstaan waardoor het in de aanpak van kleinschalige calamiteiten al vaak misgaat. Hoe is dat te verklaren? En welke oplossing is hiervoor?

Sinds 2002 heeft het openbaar bestuur de rampenbestrijding en crisisbeheersing in Nederland willen verbeteren. Daaruit zijn vijfentwintig veiligheidsregio’s voortgekomen. Dit heeft geleid tot de regionalisering van de brandweer en de geneeskundige hulpverlening, een uitholling van taken op gemeentelijk niveau en het buitenspel zetten van de commissarissen van de Koning. Er is geen congruentie met de organisaties van politie, waterschappen en het Openbaar Ministerie. Evenmin is er sprake van structurele samenwerking met het bedrijfsleven. De veiligheidsregio’s focussen zich primair op rampenbestrijding. Als het complexe crisissituaties betreft kijkt men liever naar Den Haag. De veiligheidsregio’s passen niet in het Nederlandse bestuursmodel. De regionale aanpak van crisissituaties, zoals vastgelegd in de Wet op de veiligheidsregio’s (2010), is een juridisch gedrocht geworden en werkt contraproductief.

‘De veiligheidsregio’s passen niet in het Nederlandse bestuursmodel’

Crisisbeheersing op departementaal niveau geeft ook weinig reden tot optimisme. De bureaucratische aanpak van de kredietcrisis, het vluchtelingenvraagstuk en de aardbevingen in Groningen zijn sprekende voorbeelden. Het overhevelen van het veiligheidsdossier van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) naar het toenmalige ministerie van Justitie (2012) en de reorganisatie van de Nationale Politie heeft tot verwarring geleid. Er is slechts aandacht voor terrorisme en cybercriminaliteit en om onverklaarbare reden is de landelijke operationele staf met een simpele pennenstreek opgeheven.

Er is sprake van een weeffout in het veiligheidsbestel. De organisatie van de hulpdiensten is bepalend geweest voor de inrichting van de bestuurlijke crisisstructuur. Momenteel is een soortgelijke tendens gaande. Er zijn tien arrondissementen en tien politie-eenheden. Daarom wil men reorganiseren naar tien veiligheidsregio’s. Dat is fundamenteel onjuist. Het gezag moet leidend zijn en daaraan moet de werkwijze van hulpdiensten ondergeschikt worden gemaakt.

Daarom ligt het voor de hand de provincie (midden-bestuur) haar rol in het veiligheidsbestel terug te geven. Een situatie zoals die voor de eeuwwisseling al van kracht was. De provincies zijn congruent, zijn toezichthouder, hebben een hiërarchische relatie met het departement, coördineren publiek-private samenwerking en zorgen voor grensoverschrijdende samenwerking. Allemaal taken die relevant zijn bij crisisbeheersing. Bij bovengemeentelijke crisissituaties heeft de commissaris van de Koning de regie. Met provinciale meldkamers, brandweerkorpsen, GGD’s, ambulancediensten, arrondissementen en politie-eenheden ontstaat een logische structuur.

Op nationaal niveau zullen veiligheid en crisisbeheersing zoals voorheen een verantwoordelijkheid moeten worden van het ministerie van BZK.  Het ministerie van Justitie kan zich dan op haar kerntaken van opsporing en handhaving richten. Het is noodzakelijk de civiel-militair geïntegreerde landelijke operationele staf te reactiveren ter voorbereiding op grootschalige crisissituaties.

‘Vijfentwintig veiligheidsregio’s in een land dat in oppervlakte vergelijkbaar is met de grootste ranch in Texas is onzin’

Veel professionals uit het werkveld zijn het hiermee eens. Toch wil men deze discussie liever niet voeren, omdat er geen chemie is tussen het lokale en het midden-bestuur. Bij veiligheid gaat het echter niet om de eigen reputatie, maar om het algemene belang en dienstbaarheid aan de Nederlandse samenleving.

Thorbecke bepaalt al sinds 1848 onze staatsinrichting. Crisismanagement in het openbaar bestuur moet hierop aansluiten, van gemeentelijk, provinciaal naar rijksniveau. Dat zal niet alleen de veiligheid ten goede komen, maar zal ook tot significante bezuinigingen leiden. Vijfentwintig veiligheidsregio’s in een land dat qua oppervlakte vergelijkbaar is met de grootste ranch in Texas is onzin. We kunnen door blijven polderen, maar in daadwerkelijke crisissituaties zijn korte lijnen, heldere (gezags)structuren en effectief leiderschap de cruciale succesfactoren. Terug naar de eenvoud dus!

Vond je dit artikel interessant? Lees alle artikelen van Gert-Jan Ludden
Deel dit artikel

Er zijn nog geen reacties op dit artikel

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*