De ondraaglijke lichtheid van de Haagse politiek


Een veel gehoord samenlevingsverwijt jegens Haagse politieke beleidsmakers is dat zij in ivoren torens zitten. Losgezongen van de ‘echte’ mensenwereld. Opgesloten in een institutionele wereld van modellen, ronkend politiek egogedrag, spelletjes en bedroevende analyses. Met een beklemmend onvermogen om aan zelfkritiek te doen. Arm volk dat zucht onder het juk van deze ondraaglijke lichtheid van de politiek. Gert-Jan Segers (CU) en Laurens Dassen (Volt) gaven er een prachtig staaltje van. Beide hebben nagedacht hoe het vertrouwen in de politiek terug te winnen. In een artikel in de Volkskrant doen ze kond van hun ideeën. Wie het stuk leest, die zakt de moed wel heel diep in de schoenen. Wat een intellectuele armoede. Houd u vast. Meer Kamerleden. Hoofdlijndebatten met de focus op de lange termijn en geen (media)incidentenpolitiek meer. Niet de waan van de dag. Je moet er maar opkomen.

Helpt het ook? Vraag het de samenleving en het overgrote deel zal meewarig het hoofd schudden. Omdat dit verre van het antwoord is op de vraag waarom de vertrouwensbreuk zulke structurele en onherstelbare proporties heeft aangenomen. Segers en Dassen hebben blijkbaar geen idee. Terwijl het antwoord op die vraag waar het mis is gegaan met de vertrouwensrelatie ‘verborgen’ zit in twee nieuwsberichten van diezelfde dag. Zo bracht RTL het bericht uit Wob-huize dat overheden bewust belangrijke documenten achterhouden. Klokkenluider Ben van den Hoek, die jarenlang politiek gevoelige Wob-verzoeken coördineerde bij de politie, doet er een boekje over open. In de NRC van die dag het bericht over het optreden van burgemeester Aboutaleb. In de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen hield hij een uiterst kritisch rapport over zijn bestuurlijk optreden in de coronacrisis achter. Aboutaleb schond de privacywetgeving en koos met grote vanzelfsprekendheid voor de doofpot.

‘Vertrouwensrelaties staan of vallen met moreel, fatsoenlijk, eerlijk en respectvol gedrag’

Wie het antwoord heeft op de simpele vraag, wat overheidsinstanties en (politieke) bestuurders beweegt om telkens weer dit ‘spel’ van manipulatie te spelen, die heeft het antwoord op de vraag wat er schort aan de vertrouwensrelatie. Het antwoord ligt op het institutionele kerkhof van menselijke en immateriële waarden. Het is net als in de intermenselijke relationele wereld. Wie eerlijk, oprecht, betrokken, zelfkritisch en kwetsbaar is, die geven we graag en met liefde ‘ons’ vertrouwen. Maar wie je regelmatig bedriegt, voorliegt, uitscheldt, angst aanjaagt, oneerlijk is en altijd zijn of haar wil oplegt en bij kritiek direct in de slachtofferrol kruipt, verspeelt het vertrouwen. Tot op een punt dat het nooit meer goed komt.

Vertrouwensrelaties staan of vallen met moreel, fatsoenlijk, eerlijk en respectvol gedrag. Als de politiek zich de laatste decennia ergens heeft doen kennen, dan wel hier. De coronacrisis heeft dit – vooral amorele – gedrag nog eens uitvergroot. Voor iedereen zichtbaar. De hoofdrolspelers in het politieke-bestuurlijke coronatheater logen en liegen erop los dat het een lieve lust is. Werden – en worden – woest op andersdenkenden, die zij vervolgens uitschelden, belasteren en dehumaniseren. We hebben politici en bestuurders voorbij zien komen die ervoor pleiten “angst in de samenleving te pompen”. Of nog erger: de lichamelijke integriteit te grabbel gooien en vrijheidsrechten met groot gemak afpakken. Met als klap op de vuurpijl, volop gesteund door Segers en Dassen, de vanzelfsprekendheid waarmee miljoenen niet-gevaccineerden uit het maatschappelijke verkeer werden verwijderd. Zouden Segers en Dassen nu echt menen dat met hun institutionele aanpassing-voorstelletjes deze scherven gelijmd kunnen worden?

Overigens is er nog een andere oorzaak voor de onherstelbare vertrouwensbreuk. In 2004 waarschuwde oud-minister en oud-burgemeester van Amsterdam, Ed van Thijn, daar al voor. Hij schreef er een boekje over met de titel: De informatieparadox; een blinde vlek in het openbaar bestuur. Hij maakte zich grote zorgen over het welbevinden van het openbaar bestuur. De jaren daarvoor lieten parlementaire enquêtes al een zorgwekkend beeld zien over hoe het er in het Haagse aan toegaat: in veel kwesties schortte het aan de informatievoorziening. In politiek-bestuurlijk Den Haag is de informatievoorziening verworden, zo luidde zijn conclusie, tot een tactisch en strategisch instrument. Met als doel: een zo positief mogelijk beeld in de media neer te zetten in het kader van beeldvormingspolitiek.

‘Dat wat bestuurders, politici en de gewenste beeldvorming in gevaar kan brengen, moet geëlimineerd’

Bij een positief beeld passen geen ongewenste kritische noties of andere, afwijkende geluiden. Immers, het adagium van beeldvormingspolitiek dicteert dat alles erop gericht is om kritische noties het leven onmogelijk te maken. Dat wat bestuurders, politici en de gewenste beeldvorming in gevaar kan brengen, moet geëlimineerd. Waarbij leugens, politieke intimidatie, doofpotten, tunnelvisies, het zwartmaken van opponenten en ander amoreel gedrag tot de maat der dingen is verheven. In het belang van het politiek-institutioneel bestel en haar bewoners. Zolang Segers en Dassen hierover zwijgen en niet beseffen dat moraliteit het hoofdingrediënt is in elke vertrouwensrelatie, kunnen hun voorstellen in de prullenbak.

Vond je dit artikel interessant? Lees alle artikelen van: Hans Siepel
Deel dit artikel

Er is 1 reactie op dit artikel

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*

    ">Henk Bruning
    adviseur en trainer goed bestuur en HRM

    Als de lichtheid heerst, ontbreekt het aan zwaartekracht. De typering van Hans Siepel is juist. Teveel bestuurders en ambtelijke topmanagers komen bovendrijven vanwege hun gebrek aan gewicht en gezag. De affaire bij VWS om ondanks rechter en besluit tweede kamer de stukken rond de mondjeskapaffaire niet te publiceren, spreekt boekdelen. Pieter Omzigt (wel een zwaargewicht) noemt het al een schending van de ambtseed, waarin bestuurders en ambtenaren beloven zich aan de Grondwet en alle plichten van het ambt te houden. Die ambtseed omvat ook het je houden aan de 7 beginselen van deugdelijk bestuur (2009), waarbij artikel 7 ronduit aangeeft “Het bestuur is bereid zich regelmatig en ruimhartig jegens de omgeving zal verantwoorden”.
    Ik noem hieronder de andere beginselen ook vanwege hun verplichtende karakter. Als een minister, ambtenaar of volksvertegenwoordiger deze beginselen steeds weer legt naast een voorgenomen handeling, dan keert de moraliteit en goed bestuur weer terug en daarmee het vertrouwen van en de samenwerking met de burger. Strafrechtelijk zijn ambtenaren en bestuurders (terecht) nauwelijks te straffen, maar de belofte maakt schuld bij het niet inlossen. Die schuld staat gelijk aan plichtsverzuim en dat is arbeidsrechtelijk vertaald ‘je bent ongeschikt voor deze functie’ en moet dus vertrekken. Die consequentie mogen we vaker volgen bij de vele schandalen.

    De andere beginselen zijn:
    1. Openheid en integriteit
    Het bestuur is open en integer en maakt duidelijk wat het daaronder verstaat.
    Het bestuur geeft in zijn gedrag het goede voorbeeld, binnen en buiten de organisatie.
    2. Participatie
    Het bestuur weet wat er leeft in de maatschappij en laat zien wat het daarmee doet.
    3. Behoorlijke contacten met burgers
    Het bestuur en de medewerkers van de organisatie gedragen zich behoorlijk in contacten met burgers.
    4. Doelgerichtheid en doelmatigheid
    Het bestuur maakt de doelen van de organisatie bekend en neemt de beslissingen en maatregelen die nodig zijn om de gestelde doelen te behalen.
    5. Legitimiteit
    Het bestuur neemt alleen beslissingen en maatregelen die het mag nemen en in overeenstemming zijn met de geldende wet- en regelgeving. De beslissingen moeten rechtvaardig zijn.
    6. Zelfreinigend en lerend vermogen
    Het bestuur leidt de organisatie, laat zich controleren en is aanspreekbaar. Het bestuur verbetert zijn prestaties en die van de organisatie door te leren van eventuele fouten en andere ervaringen.

    20 jul 2022