D66, CDA en VVD zijn er zo’n beetje uit. Er bestaat globale overeenstemming over een coalitieakkoord en een nieuwe regeringsploeg zal naar verwachting binnenkort zijn opwachting maken. Een minderheidskabinet dat zal moeten ‘wheelen’ en ‘dealen’ om resultaten te boeken vormt het voorlopige resultaat van onderhandelingen, gesprekken en adviezen. Het was en is een spannende periode, zeker ook voor lobbyisten en belangenbehartigers.
Beeld: Pixabay
De afgelopen maanden betekenden immers een strategisch kansrijke politieke fase waarin getracht is de inhoud en discussies over belangrijke maatschappelijke issues te beïnvloeden. Dan is het handig de juiste contacten en de bijbehorende procedures die moeten leiden tot een nieuw kabinet te kennen. Maar wie zijn die lobbyisten eigenlijk, wat zijn hun bedoelingen en verantwoordelijkheden en hoe (en of) worden ze gecontroleerd?
Draaideur
De afgelopen parlementaire verkiezingen hebben niet alleen een behoorlijke wijziging in het politieke landschap veroorzaakt maar ook de uittocht van een fors aantal – 81! -parlementariërs. Inmiddels zijn de nieuwe leden van de Tweede Kamer geïnstalleerd. Over de toekomst van ex-parlementariërs maar ook oud-bewindslieden hoeft niemand zich overigens zorgen te maken. Zij hebben recht op wachtgeld, maar vermoedelijk verdwijnen ze vlug in allerlei functies op het terrein van belangenbehartiging dan wel in het openbaar bestuur. Beide terreinen waar beïnvloeding een niet te onderschatten rol speelt. De draaideur staat voor hen wijd open.
Het is in dat verband verbazingwekkend dat de verwachte (zij-)instroom van ex-Tweede Kamerleden naar functies op het terrein van belangenbehartiging of public affairs op geen enkele manier gereguleerd is. Daar waar oud-ministers en -staatssecretarissen na hun vertrek uit het kabinet een afkoelingsperiode van twee jaar moeten ‘uitzitten’ voordat ze een zogenaamde vervolgfunctie of lobbyactiviteit te aanvaarden, geldt dat niet voor parlementariërs en trouwens ook niet voor topambtenaren. Zij kunnen zich onbeperkt aanbieden als voorzitter of bestuurder van een branche- of belangenorganisatie of als consultant bij bureaus op het gebied van public relations en public affairs.
Moreel besef
En dat gebeurt dan ook. Menige organisatie maakt enthousiast gewag van de komst van een oud-kamerlid met dossierkennis die weet hoe de hazen lopen. Strategische en inhoudelijke kennis wordt door hen ingebracht en daar staat over het algemeen een forse prijs (en bijkomend tarief voor de opdrachtgevers) tegenover. Noem het een vorm van marktwerking, maar er zit wel een luchtje aan. Immers of en in hoeverre worden hier kennis en ervaring die zijn opgedaan in het publiek domein – en mogelijk gemaakt door de belastingbetaler – in commercieel opzicht te gelde gemaakt?
Mag van oud-parlementariërs niet meer terughoudendheid of moreel besef worden verwacht en op zijn minst de bereidheid om transparant te zijn?
Mag van oud-parlementariërs in dat opzicht niet veel meer terughoudendheid of moreel besef worden verwacht en op zijn minst de bereidheid om transparant te zijn over hun activiteiten en opdrachtgevers? Is een register waarin wordt bijgehouden welke nieuwe functies politici na hun loopbaan in de Tweede Kamer vervullen niet een eerste begin? Enige maatschappelijke controle en toetsing op hun doen en laten kan op die manier worden uitgeoefend.
Het is een voorstel dat al enkele malen is gedaan maar nog nooit is geëffectueerd. Ook de huidige – demissionair – minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties waagt zich er niet aan en schuift deze hete aardappel volgens zijn recente brief over transparantie van publieke besluitvorming door naar het volgende kabinet. Maar nu – en hier gloort de hoop – staat in het nieuwe coalitieakkoord dat er een lobbyregister gaat komen (en ook dat er een beter toepasbare versie van de Wet open overheid wordt nagestreefd). Beide elementen zullen moeten zorgen voor een meer transparante overheid.
Effectieve regulering
Die switch – duidelijk onder invloed van D66 – is van betekenis voor de actuele discussies over de ethiek en het reguleren van het lobbyen. Het vertrouwen in de politiek is immers noga breekbaar. Maar de Tweede Kamer is tot nu toe weinig bereid geweest tot effectieve regulering over te gaan. Dat knelt, want hoe staat het met het morele besef van lobbyisten? Daar gaat het nogal eens mis met vormen van belangenverstrengeling. In hoeverre schraagt of ondergraaft public affairs in dit opzicht de democratie? Zijn lobbyisten en belangenbehartigers maatschappelijk en bestuurlijk bereid en in staat actief en op z’n minst passief opening van zaken te geven? Al dan niet gevraagd of gedwongen? En is ook bijvoorbeeld duidelijk wie welke belangen en standpunten in het hopelijk op stapel staande regeringsbeleid heeft ingebracht? Transparantie daarvan en controle daarop ontbreken grotendeels.
Nederland is in het opzicht van het reguleren van beïnvloedingsactiviteiten nogal afwachtend, terwijl in menig Europees land de juridische en maatschappelijke controle adequaat geregeld is. De Europese Commissie constateerde onlangs dat ‘beperkte vooruitgang (is) geboekt met betrekking tot de aanbeveling inzake transparantie van lobbyactiviteiten’. Het coalitieakkoord geeft gelukkig op dat terrein een goed en niet mis te verstane signaal. En dat werd tijd.
Zie ook: Public affairs in maatschappelijk perspectief; professional tussen wetenschap en praktijk, Arco Timmermans, Robbert Coops, Sybrig van Keep, Rob de Lange wn Erik van Venetië, Wolters Kluwer, Deventer, 2019.

Geef een reactie