• Spring naar de hoofdnavigatie
  • Door naar de hoofd inhoud
  • Spring naar de voettekst
Platform O

Platform O

Recensie
Politiek
Lex CachetSocioloog en bestuurskundige

Lees alle artikelen van
Lex Cachet

Deel dit artikel

  • Deel op Facebook Deel op Facebook
  • Deel op LinkedIn Deel op LinkedIn
  • Deel via e-mail Deel via e-mail
Bekijk alle auteurs

13 februari 2026|Leestijd: 6 - 8 min

Ien Dales: een bestuurder van formaat

Ik denk wel eens dat politici en bestuurders enkele decennia geleden interessanter, markanter, charismatischer waren dan nu. Dat zou natuurlijk beeldvertekening door terugblikken kunnen zijn. Maar toch, wie zijn de hedendaagse tegenhangers van Den Uyl, Van Agt, Wiegel, Van Mierlo, Kok of Lubbers? Wie heeft momenteel net zo veel naam, gezag, uitstraling als zij? Eerlijk gezegd denk ik dat alleen Mark Rutte (een beetje) in hun buurt komt. Misschien ook Wilders, maar dan zeker niet alleen in positieve zin.

Beeld: Prometheus

Dat het lijstje met politieke iconen van weleer moeiteloos verder uit te breiden is, bewijst Pontificaal Sociaal. Ien Dales, 1931-1994.[1] Ook Ien Dales behoort zonder enige twijfel tot de markantste politieke bestuurders van toen. In het politieke theater van weleer was ze, letterlijk en figuurlijk, niet over het hoofd te zien. Ze was ook – hoewel ze een wat hoekige uitstraling had en harde dingen kon zeggen – geliefd bij velen, waar ze mee werkte in de talrijke functies die ze in haar relatief korte leven vervulde.

Vergetelheid
Wie was de politiek-bestuurlijk icoon Ien Dales, die nu wat in de vergetelheid is geraakt? Dat is de vraag die in dit boek van Sylvester Hoogmoed centraal staat. Ien Dales was een schoolvoorbeeld van een ‘doorbraaksocialist’. Afkomstig uit een hervormd milieu werd ze toch – want gebruikelijk was dat nog niet in de verzuilde samenleving van die tijd – lid van de Partij van de Arbeid (PvdA). Na een periode werkzaam geweest te zijn als vormingswerker en directeur bij Kerk en Wereld werd ze uiteindelijk in vele rollen actief binnen de PvdA.
Hoewel ze die rollen speelde met de volle overgave die zo typerend was voor haar manier van werken ging dat toch niet helemaal van harte. Gevraagd om staatssecretaris van Sociale Zaken te worden in het kabinet Van Agt II (Van Agt/ Den Uyl), wat ze ook deed, zei ze tegen familieleden: ‘Ik wou dat deze drinkbeker aan mij voorbijging’ (p.131).

In beweging
In de jaren die voorafgingen aan haar eerste politiek-bestuurlijke functie was ze directeur geweest van de Sociale Dienst in Rotterdam. Ze ging daar, net als later in haar loopbaan, moeilijke beslissingen niet uit de weg. Toch was ze ook daar mateloos populair bij veel van haar medewerkers (hoofdstuk 6).
Op Sociale Zaken vormde ze een hecht team met minister en vicepremier Den Uyl en Hedy d’Ancona, de andere staatssecretaris, ook al waren ze het zeker niet bij voorbaat over alles met elkaar eens. Het onzalige kabinet-Van Agt/ Den Uyl kwam echter al snel, na negen maanden, ten val. Toch waren de bewindslieden op Sociale Zaken erin geslaagd veel in beweging te zetten, dat ook in volgende kabinetten nog doorwerkte.

Burgemeester in Nijmegen
Na het voortijdige einde van haar staatssecretariaat werd Dales lid van de Tweede Kamer. Ook dat was een rol die ze niet zelf gezocht had en waar ze met niet al te veel enthousiasme aan begon.Het was, zo valt achteraf te constateren, ook niet haar gelukkigste periode in Den Haag (p. 320).

Van het ‘kroonprinsencircus’, dat binnen de PvdA ontstond toen het vertrek van Den Uyl zichtbaar naderde, hield ze zich verre 

Van het ‘kroonprinsencircus’, dat binnen de PvdA ontstond toen het vertrek van Den Uyl zichtbaar naderde, hield ze zich verre (p. 160). Ze had geen enkele ambitie om politiek leider van de PvdA te worden en achtte zichzelf daar ook niet gekwalificeerd voor. Wel was ze enige tijd serieus in beeld om burgemeester van Amsterdam te worden (p. 162/163). Maar uiteindelijk werd niet zij, maar één van de kroonprinsen, Ed van Thijn, daar burgemeester. Later zou Dales alsnog burgemeester worden, in Nijmegen. Daar leidde ze een links college, waar onder andere Annie Brouwer, de latere burgemeester van Amersfoort en Utrecht, als wethouder deel vanuit maakte.
Lang zou haar burgemeesterschap in Nijmegen uiteindelijk niet duren. Na amper negenhonderd dagen (p. 213) vertrok ze al weer, om minister van Binnenlandse Zaken te worden. Niet omdat haar burgemeesterschap geen succes was; integendeel, ze liet ‘een verpletterende indruk achter’ (idem). Wel omdat ze ontzettend graag minister wilde worden, zei vriendin Annie Brouwer in Elsevier (p. 215). Ook aan die rol gaf ze een geheel eigen maar over het algemeen ook vruchtbare invulling.

Leerzaam qua bestuursstijl
De tijd waarin Dales actief was, ligt inmiddels al weer ver achter ons. Des te opvallender is het dat veel thema’s die in haar werk een grote rol speelden nog steeds onverminderd actueel zijn. Dat geldt onder meer voor de instroom en integratie van asielzoekers en andere immigranten. Het geldt ook voor ernstige zorgen over de houdbaarheid op termijn van de verzorgingsstaat. Indertijd vooral toegespitst op werkeloosheids- en arbeidsongeschiktheidsregelingen. Nu vooral rond vergrijzing (AOW) en stijgende zorgkosten.
Ien Dales is nog op een heel andere manier leerzaam voor onze tijd. Namelijk qua bestuursstijl. Dales persoonlijke en politiek-bestuurlijke optreden, door de jaren heen, laat zien dat lef om (ook) pijnlijke beslissingen te nemen, kan lonen. Als weinig anderen hakte ze immers beleidsmatige knopen door. Ook als dat pijn deed; ook als dat soms tegen het gevoelen van een aanzienlijk deel van haar eigen achterban, zoals de vakbeweging, in ging. Politieke moed bleek te lonen. Ondanks veel verbaal gemor liepen kiezers niet massaal weg. Integendeel, ‘Ien’ werd door velen op handen gedragen. Politiek die leidt – in plaats van populistisch alleen maar de veronderstelde wil van een al dan niet fictieve achterban als ‘de hardwerkende Nederlander’ te volgen – blijkt te kunnen lonen. Voor hedendaagse politieke leiders zou dat wel eens een belangrijke les kunnen zijn.

Betrokken en rolvast
Er zijn mij een paar persoonlijke herinneringen aan Dales bijgebleven. Typerend voor het type bestuurder dat Dales was. Een PvdA-bijeenkomst in Capelle, bijvoorbeeld, waar ze, als Kamerlid, spreker was. Het was er veel drukker dan gebruikelijk. De ‘halve’ Sociale Dienst van Rotterdam in de zaal om ‘hun Ien’ te horen en weer even te spreken.
Een heel ander beeld ook: 4 oktober 1992, de avond van de Bijlmerramp. Met een aantal collega’s van toenmalig COT in vliegende vaart, begeleid door de Rijkspolitie, onderweg naar de Bijlmer. Op de autoradio een interview met Dales. U zult het nu wel druk hebben, zegt de interviewer. Hoezo, repliceert Dales. In Amsterdam zijn ze competent genoeg om de problemen aan te pakken. En als ze me nodig hebben, weten ze me wel te vinden (cf. p.338-339). Dales ten voeten uit. Heel direct. No nonsens, betrokken maar ook rolvast.

Beetje integer kan niet
Dales’ belangrijkste wapenfeit, als minister, is ongetwijfeld het op de kaart zetten van de discussie over de integriteit van de overheid: ‘De overheid is of wel of niet integer. Een beetje integer kan niet,’ zei ze op het VNG-congres in het voorjaar van 1992 (p.308). Het zouden gevleugelde woorden worden met een enorme impact.
In positieve zin omdat het, voor het eerst, tot serieuze aandacht voor ‘machtsbederf’ binnen de Nederlandse overheid leidde. Maar ook in negatieve zin: vaak loze beschuldigingen met enorme effecten en de opkomst van een complete integriteitsindustrie (p. 312-314). Een risico waar Dales zich van meet af aan, meer dan haar naaste adviseurs, van bewust is geweest (idem).

Andere politiek
Het is goed dat dit leesbare boek over Ien Dales er is. In de allereerste plaats omdat het de herinnering levend houdt aan een kleurrijk bestuurder – een populaire regent (hoofdstuk 16) – die in haar vrij korte leven veel tot stand bracht. Maar ook vanwege de actuele betekenis. Het boek laat immers zien hoe scherpe politieke standpunten verenigbaar zijn met menselijkheid. Hoe lastige knopen doorhakken populariteit en politiek succes niet in de weg hoeft te staan. Zelfs een zekere mate van botheid, lompheid soms, deed aan haar populariteit geen afbreuk (p. 324).
Ien Dales staat niet alleen model voor een andere tijd maar ook voor een andere manier van politiek bedrijven dan het huidige door populisme en angst voor zetelverlies gedomineerde politieke metier.    

Voetnoot
[1] Sylvester Hoogmoed, Pontificaal Sociaal. Ien Dales, 1931-1994. Prometheus, 2024. 431 pagina’s.

Lees alle artikelen van
Lex Cachet

Deel dit artikel

  • Deel op Facebook Deel op Facebook
  • Deel op LinkedIn Deel op LinkedIn
  • Deel via e-mail Deel via e-mail
Bekijk alle auteurs

Lees Interacties

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Footer

  • FAQ

Over Platform O

  • Partners
  • Over ons

Wil je zelf kennis delen?

Meld je aan als gastauteur.

Aanmelden

Wil je ons steunen?

Meld je aan als kennispartner.

Aanmelden

Copyright © 2026 Platform O | Webdesign bureau Indigo

  • Home
  • Nieuwsoverzicht
  • Auteurs
  • Partners
  • Over ons
  • FAQ
  • Contact

Zoeken naar:

Aanmelden als kennispartner

Naam(Vereist)

Aanmelden als gastauteur

Naam(Vereist)