• Spring naar de hoofdnavigatie
  • Door naar de hoofd inhoud
  • Spring naar de voettekst
Platform O

Platform O

Artikel
Sociaal domein
Jan SoonsAuteur sociaaleconomisch domein

Lees alle artikelen van
Jan Soons

Deel dit artikel

  • Deel op Facebook Deel op Facebook
  • Deel op LinkedIn Deel op LinkedIn
  • Deel via e-mail Deel via e-mail
Bekijk alle auteurs

18 februari 2026|Leestijd: 7 - 9 min

Aanpak schuldenproblematiek mist effectiviteit en efficiency

Bijna driekwart miljoen huishoudens in ons land hebben zo veel schulden dat zij er op eigen kracht niet meer uitkomen.[1] Dat betekent we deze situatie niet langer als een strikt individueel vraagstuk kunnen beschouwen, maar vooral ook moeten zien als een maatschappelijk vraagstuk. Dat heeft belangrijke consequenties voor de wijze waarop we met het probleem omgaan.

Beeld: Pixabay

Verkwisting en financieel wanbeheer zijn lange tijd gezien als hoofdoorzaken van het ontstaan van probleemschulden. En in deze visie past een repressieve en afschrikkende reactie met gebruik van instrumenten als incassobureaus, deurwaarders, beslaglegging, afsluiting en huisuitzetting. Dit sluit niet alleen naadloos aan bij onze calvinistische opvattingen over de betalingsmoraal, maar ook bij de idee dat iedereen verantwoordelijk gehouden mag en moet worden voor zijn eigen handelen.

Verklarende factoren
Maar inmiddels zijn de inzichten verder uitgekristalliseerd en zijn wetenschappers, overheid en schuldhulpverleners unaniem in hun opvatting dat er meer dan alleen strikt individuele redenen zijn waardoor mensen in schuldproblemen komen. En dan komen veel verklarende factoren in beeld die in de armoedeliteratuur genoemd worden, zoals de toenemende bestaansonzekerheid in combinatie met de complexe regelgeving rond toeslagen en belastingen. Maar ook structureel blijken de voorzieningen voor minima onvoldoende. In 2023 becijferde de Advies Commissie sociaal minimum dat de bijstandsuitkering, afhankelijk van de huishoudsamenstelling 100 tot 500 euro te laag is.[2] Het is dan ook niet verbazingwekkend dat twee derde van de probleemschuldenaren het minimumloon of minder verdienen[3]. En wat bijzonder opvalt is dat de overheid, met haar boete- en terugvorderingsbeleid van belastingen en toeslagen, in veel gevallen de genadeklap toedeelt. De vorderingen van het CJIB en de Belastingdienst zijn samen goed voor zesendertig procent van de totale uitstaande schuld bij huishoudens in de schuldhulpverlening. [4] En die schulden lopen zeer fors op naar mate betaling achterwege blijft.
Significant is ook dat uit cijfers blijkt dat in bijna twee derde van probleemschulden sprake is van een bijkomende problematiek, zoals een verstandelijke beperking en/of een psychiatrische aandoening.[5] Naast genoemde aspecten zijn ook bepaalde life events, zoals echtscheiding, overlijden van de partner, ziekte of ongeval veelvoorkomende oorzaken van een schuldenproblematiek.

Wat opvalt is dat de overheid, met haar boete- en terugvorderingsbeleid van belastingen en toeslagen, in veel gevallen de genadeklap toedeelt

Al deze externe factoren nopen ons te erkennen dat de eerdere aanname, dat verkwisting en financieel wanbeheer de hoofdoorzaak van de problematiek zouden zijn, tamelijk prematuur is. Met het besef dat de oorzaken zeer divers zijn, ligt het voor de hand dat schuld en boete niet langer de enige reacties op de schuldenproblematiek mogen zijn.
Van de sociaaleconomische factoren, waaruit veel probleemschulden verklaard worden, zou ook een appel moeten uitgaan naar de politiek om een eerlijker welvaartsverdeling te bevorderen en de complexe regelgeving rond belastingen en toeslagen te vereenvoudigen. Maar dat zijn geen oplossingen voor de korte termijn.

Oplossingen op korte termijn
Op de korte termijn zouden de instituties, die met schuldhulpverlening belast zijn, pragmatischer en met meer focus op resultaat te werk moeten gaan. Jaarlijks melden zich een kleine honderdduizend huishoudens bij de gemeente met de vraag om schuldhulpverlening. Tussen het moment van melding bij de gemeente en het eind van het hulpverleningstraject zitten zo’n vijf à zes jaar. Tijdens de eerste, zogenaamde stabilisatiefase, worden de inkomsten en schulden in kaart gebracht en wordt samen met een hulpverlener gewerkt aan verbetering van de verhouding tussen inkomsten en uitgaven.
Maar ondertussen lopen de schulden alsmaar op, vooral door de (extreme) intresten op te late betaling en boete-op-boetebepalingen, vooral van het CJIB en de Belastingdienst. Na gemiddeld twee jaar start de zogenaamde curatiefase waarin – met inschakeling van een bewindvoerder of op basis van minnelijke schikking of via de Wet sanering natuurlijke personen – bindende afspraken met schuldeisers worden gemaakt. [6] En eerst dan is er sprake van een schone lei.
Volgens de studie Minder Schade Door Schuld (2020) van de Argumentenfabriek komen er jaarlijks gemiddeld twintigduizend huishoudens uit de schuldhulpverlening. Zij kunnen met een schone lei verder leven. De wanverhouding tussen het aantal in- en uitstromers toont ondubbelzinnig aan dat er in het hulpverleningstraject een groot stuwmeer is ontstaan en dat de schuldhulpverlening weinig effectief is. Dat die schuldhulpverlening niet effectief is blijkt al uit het feit dat, tegenover een totaal aan probleemschulden van ongeveer drie en een half miljard euro, de maatschappelijke kosten om en nabij de veertien miljard euro geraamd worden.[7]

Het vraagstuk van schuldhulpverlening kent geen one-fits-all– aanpak

Het vraagstuk van schuldhulpverlening kent geen one-fits-all– aanpak. Het vergt in alle gevallen maatwerk maar toch ook een efficiënte aanpak. Zweden is in dit opzicht een lichtend voorbeeld. Daar kennen ze de zogenoemde Kronofogden.[8] Dat is een landelijk coördinerend orgaan voor private schuldafhandeling, waarin alle functies voor schuldafhandeling én rechtspraak dienaangaande zijn gecentraliseerd. Dat maakt dat de burger bij problematische schulden maar met één instantie te maken krijgt.
De kronofogden is bevoegd om kwijtschelding te verstrekken, schuldeisers te dwingen tot een regeling te komen en voorziet in andere vormen van schuldafhandeling. Mensen die al op het bestaansminimum zitten, worden daar geacht geen aflossingscapaciteit te hebben en krijgen directe kwijtschelding als de schulden niet of beperkt verwijtbaar zijn.

Wijzigingen in bestaand systeem
Nu gaat het er niet om in ons land weer een nieuw instituut op te richten. Beter zou het zijn om enkele wijzigingen in het bestaande systeem aan te brengen. Zodra iemand zich met een schuldenproblematiek meldt bij de gemeente, zou een relatief snelle inventarisatie gemaakt moeten worden. Zodra de belangrijkste schulden, de inkomensgegevens en de persoonlijke omstandigheden van de betrokken huishouding globaal in kaart zijn gebracht, kan al vastgesteld worden of er sprake is van problematische schulden, dat wil zeggen dat de schuldenaar er niet meer op eigen kracht uit komt.
Als dat het geval is zou deze persoon een verzoekschrift kunnen indienen bij een rechterlijk college (rechtbank of kantonrechter), waar de verwijtbaarheid beoordeeld wordt. In geval van verwijtbaarheid nagenoeg geen sprake is, kan de rechter met terugwerkende kracht vanaf de datum van melding, en onder specifieke voorwaarden, uitstel van betaling verlenen, in combinatie met de aanwijzing van een bewindvoerder. Deze bewindvoerder dient een minnelijke schikking met alle schuldeisers na te streven. Mocht dit mislukken, dan kan de rechter de crediteuren daartoe dwingen. Van de rechterlijke beschikking zal per omgaande een aantekening gemaakt worden in een op te richten schuldenregister, analoog aan het bestaande Bureau Krediet Registratie. Zodra de betrokkene weer schuldenvrij is, zal de bewindvoering gedurende een nader in te vullen aantal jaren gehandhaafd worden. Dat moet de nazorg garanderen en terugval in de oorspronkelijke situatie voorkomen.

Verwijtbaarheid
Met dit voorstel wordt gebroken met de praktijk van een langdurig en uitzichtloos lijden voor diegenen die buiten hun schuld in de problemen zijn gekomen. Ook de samenleving zou hier baat bij hebben, omdat de kosten, voor extra zorg en de vele uren die schuldhulpverleners nu maken, zullen verminderen.
Incassobureaus en deurwaarders kunnen zich dan concentreren op de gevallen waarbij wel sprake is van verwijtbaarheid. Ook deze groep schuldenaren verdient een efficiëntere en meer een op menselijke maat gerichte benadering, maar hun problematiek is beter af te wegen tegen de positie van crediteuren. En dat is belangrijk voor het handhaven van een goede betalingsmoraal.


Voetnoten
[1] CBS: Schuldenproblematiek in beeld, Publicatiedatum 29-11-2024
[2] Advies Commissie sociaal minimum: Een Zeker Bestaan, 2e Rapport, september 2023.
[3] Adviesrapport van Raad voor Volksgezondheid en Samenleving; Van Schuld naar Schone Lei, 20 april 2022.
[4] Idem als 3.
[5] Cijfers van CBS en NVVK zoals ontleend aan studie van de Argumentenfabriek, Minder Schade door Schuld, 2020.
[6] Gegevens ontleend aan adviesrapport van Raad voor Volksgezondheid en Samenleving; Van Schuld naar Schone Lei, 20 april 2022.
[7] Gegevens ontleend aan ‘Van Schuld naar Schone Lei’, Adviesrapport SZW d.d. 20 april 2022 en Minder Schade door Schuld, Studie van de Argumentenfabriek, 2020.
[8] Ontleend aan: Minder schade door Schuld, Studie van de Argumentenfabriek,  2020.

Lees alle artikelen van
Jan Soons

Deel dit artikel

  • Deel op Facebook Deel op Facebook
  • Deel op LinkedIn Deel op LinkedIn
  • Deel via e-mail Deel via e-mail
Bekijk alle auteurs

Lees Interacties

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Footer

  • FAQ

Over Platform O

  • Partners
  • Over ons

Wil je zelf kennis delen?

Meld je aan als gastauteur.

Aanmelden

Wil je ons steunen?

Meld je aan als kennispartner.

Aanmelden

Copyright © 2026 Platform O | Webdesign bureau Indigo

  • Home
  • Nieuwsoverzicht
  • Auteurs
  • Partners
  • Over ons
  • FAQ
  • Contact

Zoeken naar:

Aanmelden als kennispartner

Naam(Vereist)

Aanmelden als gastauteur

Naam(Vereist)