De loopbaan van Ahmed Aboutaleb lijkt achteraf bijna vanzelfsprekend: journalist, ambtenaar, wethouder, staatssecretaris, burgemeester van Rotterdam. Maar wie zijn autobiografie Thuis leest, ziet vooral hoe weinig vanzelfsprekend die weg was. Het boek laat zien hoe kansen, toeval, taal, onderwijs en persoonlijke vasthoudendheid samen een uitzonderlijk parcours mogelijk maakten.
Beeld: BZK
Biografieën van politici en bestuurders zijn in Nederland nog steeds schaars, al zijn er de laatste jaren wel een aantal interessante verschenen.[1] Politiek-bestuurlijke autobiografieën zijn nog veel schaarser. Kennelijk vinden velen in ons land het not done om uitgebreid over zichzelf te schrijven. Heel anders dan in de VS of het Verenigd Koninkrijk, waar uitgevers vaak al vooraf in de rij staan om de memoires van vertrekkende regeringsleiders of bewindslieden te mogen verzorgen.
De schroom om over eigen wederwaardigheden als politicus en bestuurder te schrijven is onterecht. Alleen door ‘verhalen van binnenuit’ krijg je immers een realistisch beeld hoe het in het openbaar bestuur (aan de top) echt werkt. Een bestuurskundig beeld in plaats van een formeel-juridisch text book-beeld.
Thuis is dus een zeldzame ‘zwarte zwaan’ en alleen al daardoor bijzonder.[2] Bijzonder is ook dat het boek nu al, zo kort na zijn vertrek als burgemeester van Rotterdam, verschijnt. Maar het meest bijzonder is natuurlijk de hoofdpersoon zelf. Wie had ooit gedacht dat hij burgemeester van Rotterdam zou worden? Een uitzonderlijke carrière van een bijzonder iemand. Een bestuurder die ook kan reflecteren op eigen doen en laten en die – blijkt ook in dit boek – als weinig anderen gegrepen is door de dichtkunst.
Succesverhaal
Thuis is een heel persoonlijk verhaal geworden. Daarom is het in de allereerste plaats het succesverhaal van een Marokkaanse immigrant in Nederland. Het kan wel, zou je haast zeggen. Door dat persoonlijke aspect is het boek wat minder een diepgravende analyse van het functioneren van de auteur binnen en buiten het openbaar bestuur. Toch is het boek ook in voldoende mate het ‘verhaal van binnenuit’ het openbaar bestuur om hier interessant te zijn.
Wat daarbij zeker helpt, is de veelzijdige carrière van Aboutaleb. Vertegenwoordiger en belangenbehartiger van de Marokkaanse immigranten in ons land, journalist voor verschillende media, voorlichter (bij de SER), ambtenaar bij het CBS, sectordirecteur in Amsterdam. En natuurlijk, achtereenvolgens, wethouder in Amsterdam, staatssecretaris bij Sociale Zaken en uiteindelijk burgemeester van Rotterdam. Het komt allemaal in vrij hoog tempo langs. En, natuurlijk, ligt het zwaartepunt op Aboutaleb’s ervaringen als burgemeester. Het desbetreffende hoofdstuk (6. Rotterdam ‘de allermooiste rotstad’, p. 165 ev.) laat overtuigend zien hoe divers de burgemeestersfunctie in een grote stad is.
Motie van wantrouwen
Wat een beetje onderbelicht blijft – waarschijnlijk een kwestie van bescheidenheid – is hoe ongelofelijk zwaar die functie ook is; alle ondersteuning ten spijt. Het is vaker gezegd, je bent 24/7 burgemeester. En als je niet altijd direct en heel alert reageert, dan kom je al snel in de problemen.
Dat overkwam Aboutaleb vroeg in zijn burgemeesterschap bij het ‘Sunset Grooves’ drama op het strand van Hoek van Holland (p. 181 ev.). Onverwacht deden heftige rellen, waarbij een dodelijk slachtoffer viel, zijn prille positie wankelen. Hij ontsnapte ternauwernood aan een motie van wantrouwen. Eigenlijk een wonder want door een deel van de gemeenteraad – Leefbaar Rotterdam in het bijzonder – was hij niet bepaald enthousiast binnengehaald (o.a. p. 175). Later werd ook dat anders.
Op reis
De burgemeestersrol in een stad als Rotterdam is extra zwaar omdat er heel veel buitenlandse reizen gemaakt moeten worden. Reizen om de stad en haar haven te promoten in verre buitenlanden als Japan of Indonesië (o.a. p.198 ev.). Ook op reis moet een burgemeester ontwikkelingen en gebeurtenissen in zijn stad toch altijd intensief blijven volgen. Sommige buitenlandse reizen – ver weg naar Latijns-Amerika of dichtbij naar België en Duitsland – hadden te maken met Aboutaleb’s niet-aflatende strijd tegen de ondermijnende drugscriminaliteit in haven en stad (p. 266 – 273).
Terugkijkend zijn er vele redenen waarom het niet voor de hand lag dat een Marokkaanse moslim ooit burgemeester van Rotterdam zou worden
Terugkijkend zijn er vooral vele redenen waarom het niet voor de hand lag dat een Marokkaanse moslim ooit burgemeester van de wereldstad Rotterdam zou worden. Als je diep in het Rifgebergte geboren wordt en daar een groot deel van je jeugd doorbrengt dan is dat geen logisch carrièreperspectief. Als jonge immigrant in Nederland weet Aboutaleb best snel aan een mooie loopbaan te beginnen. Maar ook dan wijst nog weinig erop dat hij ooit burgemeester van Nederlands tweede stad zal worden.
Toevallig voorbij
Zonder afbreuk te willen doen aan Aboutaleb’s inzet en kwaliteiten hebben veel stappen in zijn lange en diverse loopbaan ook iets toevalligs. Je valt op, ook als Marokkaanse immigrant, je wordt gevraagd, er komt toevallig een plek vrij (zoals door het sneuvelen van Rob Oudkerk als wethouder van Amsterdam, p. 134 ev.) en na lang aarzelen besluit je toch een functie te accepteren. Het komt allemaal voorbij.
Maar er is ook een andere kant. Een kant die door Aboutaleb in al zijn functies telkens weer benadrukt is en die ook van groot belang is voor het hedendaagse debat over immigratie en inburgering. Dat is de kant van taal en onderwijs. Aboutaleb heeft altijd uitgedragen dat het allemaal begint bij het goed leren van de taal – zijn liefde voor gedichten is niet toevallig – en bij het volgen van onderwijs. Dat is en blijft in zijn visie de sleutel tot het vinden van een goede maatschappelijke positie. Daarbij kan het toeval wel een beetje helpen. Toeval in de vorm van een Marokkaanse dorpsonderwijzer die tegen zijn grootvader zegt: ‘Die jongen heeft een goed stel hersens, hij moet naar school’ (p.29). Dat gebeurt ook, dankzij het feit dat de onderwijzer voet bij stuk houdt. Achteraf constateert Aboutaleb: ‘Zijn schooltje is voor mij, mijn drie zussen en klasgenoten levensbepalend geweest.’ (idem). Zonder geluk, zou je haast zeggen, vaart niemand wel.
Beknopt
Een kritische kanttekening bij dit fascinerende boek is, wat mij betreft, een zekere oppervlakkigheid. De auteur kiest ervoor om veel van zijn ervaringen tamelijk beknopt de revue te laten passeren. Als de goede journalist die hij was en blijft.
Bij sommige casEs had ik best nog wel wat meer willen lezen over de ingewikkelde verhoudingen tussen bestuurslagen, de risico-afwegingen, alternatieve scenario’s, de samenwerking binnen de lokale driehoek, tijdsdruk, mediadruk, politieke verantwoording etcetera.
Her en der kan Aboutaleb een licht cynische ondertoon niet onderdrukken. Bijvoorbeeld (p. 267) als hij schrijft over de lokale VVD, die de burgemeester geen ruimere bevoegdheden wil geven om een einde te maken aan de welig tierende criminaliteit op het bedrijventerrein Spaanse Polder in Rotterdam-West. Ook op andere plaatsen in het boek is te merken dat hij, met een zekere gretigheid, de ketenen van het burgemeesterschap heeft afgeworpen. Met even grote openheid als weerzin schrijft hij onder meer over de desastreus verlopen leiderschapsverkiezing binnen de PvdA in 2017, waar hij uiteindelijk na lang aarzelen niet aan meedeed (p. 300-304).
Rolmodel
Thuis is uiteindelijk vooral een fascinerend boek over kansen krijgen en benutten. Aboutaleb heeft altijd – ik ben er soms, als gespreksleider, getuige van geweest – aan jongeren voorgehouden dat ze veel kunnen bereiken, mits ze bereid zijn er echt voor te gaan. Dat er veel te bereiken is, lijkt me ook een kernboodschap van dit boek. De functie van rolmodel voor jongeren uit minderheidsgroepen past hem wat dat betreft wonderwel.
En toch zal niet iedere immigrant het tot burgemeester van Rotterdam brengen. Maar gelukkig – want geen discriminatie – geldt dat ook voor de meeste mensen die in Nederland geboren zijn. En erg is dat ook niet. Er zijn immers heel veel andere en zinvolle functies waarin je ook succesvol en gelukkig kunt worden.
Voetnoten
[1] Zie enkele van mijn eerdere besprekingen op dit platform.
[2] Ahmed Aboutaleb, Thuis. Memoires. Meulenhoff: 2025. 335 pagina’s.

Geef een reactie