Regeringscommissaris Mariëtte Hamer constateert dat de kwaliteit van persoonsgericht onderzoek naar (seksueel) grensoverschrijdend gedrag flink tekortschiet en omhoog moet. Ze pleit voor een specialistische opleiding, verplichte nascholing en registratie, kwaliteitseisen, een aparte toezichthouder met sanctiebevoegdheden en een klachtcommissie. Tevens pleit ze voor een brancheorganisatie voor cultuuronderzoekers die voorziet in opleidingen, kwaliteitseisen, keurmerken en toezicht. Het signaal is terecht, ik ben het ermee eens dat er iets moet gebeuren, maar heb een deels andere oplossing voor ogen.
Beeld: Pexels
Hamer zet zwaar geschut in, maar bepaald niet onterecht. De markt voor onderzoeken naar ongewenste omgangsvormen en cultuur is de afgelopen jaren explosief gegroeid, terwijl professionele standaardisering, kwaliteitseisen en toezicht achterbleven. Tegelijkertijd zijn de belangen enorm. Slecht uitgevoerd onderzoek beschadigt niet alleen melders, maar ook beklaagden en organisaties. Advocaat en vertrouwenspersoon Loes Wevers wijst er bovendien op dat meldingen soms strategisch worden ingezet in arbeidsconflicten en dat het risico bestaat dat bureaus te veel het woord van hun opdrachtgever gaan verkondigen.
En omdat een melding van grensoverschrijdend gedrag iets anders is dan een cultuur- of integriteitsonderzoek stuurt zij aan op aparte onderzoeksregimes, opleidingen, loketten en toezichtstructuren. Ik vraag me af of dat verstandig is. Dat grensoverschrijdend gedrag specifieke expertise vraagt, staat buiten kijf. Maar specifieke expertise vereist nog geen afzonderlijk onderzoeksregime. We zijn eerder gebaat bij één stevig professioneel fundament voor integriteitsonderzoek, met aandacht voor verschillende typen onderzoek.
Versnippering
De overeenkomsten met het bredere domein van integriteitsonderzoek zijn immers minstens zo groot als de verschillen. Ook daar is de markt de afgelopen jaren explosief gegroeid – door sommigen inmiddels aangeduid als de ‘integriteitsindustrie’ – terwijl professionele standaardisering, kwaliteitseisen en toezicht achterbleven. Ook daar zijn de belangen enorm, worden meldingen soms strategisch ingezet in arbeidsconflicten – aangeduid als ‘integritisme’ – en staat de onafhankelijkheid van onderzoeksbureaus regelmatig ter discussie.
Termen als ‘integriteitsmaffia’ zijn misschien overtrokken, maar illustreren wel hoe kwetsbaar het vertrouwen in dit type onderzoek is geworden
Sterker nog: ook binnen het reguliere integriteitsonderzoek klinkt steeds vaker kritiek op kwaliteit, methodologie en vermeende afhankelijkheid van opdrachtgevers. Termen als ‘integriteitsmaffia’ zijn misschien overtrokken, maar illustreren wel hoe kwetsbaar het vertrouwen in dit type onderzoek is geworden. De suggestie dat uitkomsten koopbaar of stuurbaar zouden zijn, tast uiteindelijk het gezag van het gehele onderzoeksdomein aan.
En juist daar ligt de kern. Ondanks inhoudelijke verschillen draaien al deze onderzoeken uiteindelijk grotendeels om hetzelfde: reputatieschade, het opereren binnen asymmetrische machtsverhoudingen en organisatorische druk, onafhankelijke waarheidsvinding, zorgvuldig feitenonderzoek, hoor en wederhoor, proportionaliteit en procedurele rechtvaardigheid. Dat vraagt niet om aparte regimes, loketten en specialismen, maar om één stevig professioneel kader onder de brede paraplu van integriteitsonderzoek.
Integratie
Bovendien lopen typen integriteitsschendingen in de praktijk voortdurend door elkaar heen. Zaken zijn zelden ‘puur’. Een melding van grensoverschrijdend gedrag raakt vaak óók aan machtsmisbruik, sociale onveiligheid, falend leiderschap, belangenverstrengeling of integriteitsvraagstukken. Andersom bevatten fraude- of integriteitsonderzoeken regelmatig culturele en relationele componenten. De werkelijkheid laat zich nu eenmaal niet opdelen in keurige onderzoeksregimes. Juist daarom sluit een strikte scheiding tussen typen onderzoek slecht aan op de praktijk.
De vraag is ook welke prijs wordt betaald voor de opsplitsing van onderzoeksdomeinen: versnippering van expertise, uiteenlopende normen, en verlies van een integrale benadering. Wat nodig is, is niet méér maar minder versnippering: één stevig professioneel kader met aandacht voor verschillende typen onderzoek. Juist omdat de kritiek veel breder is dan alleen onderzoek naar grensoverschrijdend gedrag, ligt deze oplossing meer voor de hand.
De-escalatie
Ik ben het overigens eens met Hamer en andere experts die adviseren om niet te snel een bureau in te schakelen om onderzoek te laten verrichten. Het heeft de voorkeur om eerst andere, minder ingrijpende alternatieven in kaart te brengen zoals mediation. Onderzoek duurt vaak lang, is kostbaar, levert zelden een bevredigend resultaat op en maakt vaak meer kapot dan je lief is.

Geef een reactie