Res, non verba: geen woorden maar daden. Ook van de overheid klinkt vaak de roep om ‘minder praten, meer doen’, zeker na een integriteitsincident. Dan volgen al snel maatregelen: een nieuwe gedragscode, extra training, screening, een betere meldprocedure of een integriteitscommissie. Zulke instrumenten kunnen nuttig zijn, maar pas nadat een fundamentelere vraag is beantwoord: wat verstaan we eigenlijk onder integriteit?
Beeld: Pixabay
De manier waarop we over integriteit spreken bepaalt hoe we integriteitsvraagstukken begrijpen, duiden en welke beleidskeuzes en maatregelen vervolgens logisch, noodzakelijk en passend zijn. Juist daarom is het van belang dat die begripsmatige basis al is gelegd voordat zich integriteitsincidenten voordoen. Na een incident overheersen immers de hectiek, druk en de daarmee gepaard gaande dadendrang. Dan ontbreekt de tijd en ruimte om nog fundamenteel stil te staan bij de betekenis van integriteitsbegrippen.
Begripsmatige onduidelijkheid
Vraag tien overheidsorganisaties wat zij onder integriteit verstaan en de kans is groot dat je tien verschillende definities hoort. Dit geldt ook voor daarvan afgeleide begrippen als integriteitsbeleid. Waar de ene organisatie hieronder een samenhangend, toekomst- en actiegericht plan verstaat, ziet de andere het vooral als de optelsom van enkele losse documenten, zoals een gedragscode, meldprocedure en geschenkenregeling.
In zijn afscheidsrede als ‘Ien Dales-hoogleraar’ wees Zeger van der Wal op een andere interessante ontwikkeling die velen zullen herkennen: begrippen als integriteit en sociale veiligheid worden steeds vaker gebruikt, maar lijken tegelijkertijd steeds diffuser te worden. Iedereen heeft het erover, maar bedoelen we eigenlijk nog wel hetzelfde en wat zijn de implicaties van die begripsmatige onduidelijkheid?
So what?
Semantisch geneuzel. Spijkers op laag water zoeken. Voer voor professoren. Zo wordt een discussie over definities en begrippen nogal eens weggezet. In de praktijk draait het immers om gedrag, niet om woorden. Toch ligt dat genuanceerder. Begripsmatige scherpte is bijvoorbeeld essentieel om onderscheid te kunnen maken tussen een integriteitsschending, een arbeidsconflict, een klacht over ongewenst gedrag of sociale onveiligheid. En wanneer is eigenlijk sprake van een sociaal onveilige situatie? Waar ligt de grens tussen onveilig, ongemakkelijk, onhandig of simpelweg oneerlijk gedrag? Juist bij integriteitsonderzoek is conceptuele helderheid essentieel om kwaliteit, zorgvuldigheid, rechtsgelijkheid en vertrouwen te waarborgen. Zonder een gedeeld begrippenkader nemen de risico’s op fouten, onterechte conclusies en schade voor alle betrokkenen toe.

Paul Heywood
Brits politicoloog
Kortom, begripsmatige onduidelijkheid is minder onschuldig dan op het eerste gezicht lijkt. De Britse politicoloog Paul Heywood verwoordde dat zeer treffend: ‘Lack of clarity about what integrity is has hindered attempts to promote it.‘ Anders gezegd: onduidelijkheid over wat onder integriteit en aanverwante begrippen wordt verstaan, bemoeilijkt integriteitsbevordering. En als integriteit één van de fundamenten van goed bestuur vormt, raakt die begripsmatige onduidelijkheid uiteindelijk de kwaliteit en betrouwbaarheid van het openbaar bestuur zelf.
Sine rectis verbis, nullae res rectae
Tussenbalans: we overschatten de kracht van instrumenten en onderschatten de kracht en het belang van taal en woorden. Goed integriteitsbeleid begint niet bij een gedragscode, training, meldprocedure of commissie. Het begint al eerder: bij de manier waarop het begrip integriteit invulling krijgt en wordt gebruikt. De spreuk res, non verba suggereert dat woorden ondergeschikt zijn aan daden. Maar kun je de juiste dingen doen als het ontbreekt aan duidelijke begrippen om problemen te analyseren en oplossingen te formuleren? Goede daden vragen om heldere begrippen. Niet omdat woorden belangrijker zijn dan handelen, maar omdat zij richting geven aan het handelen. Oftewel, Sine rectis verbis, nullae res rectae: zonder juiste begrippen geen juiste daden. Classici zullen mijn Latijn ongetwijfeld weten te verbeteren, maar de boodschap blijft overeind.
Tijd voor begripsmatige regie
Een gedeelde taal ontstaat niet vanzelf. Dat vraagt om afstemming, onderhoud en vooral eigenaarschap. Juist daar wringt de schoen. Er bestaat geen beroepsvereniging voor integriteitsprofessionals die kan bijdragen aan de ontwikkeling en harmonisatie van de vaktaal. In dat opzicht loopt het vakgebied achter op verwante beroepsgroepen, zoals vertrouwenspersonen en compliance officers, die al decennialang beschikken over een eigen beroepsvereniging.
Om niet alleen een probleem te signaleren, maar ook een bijdrage te leveren aan een mogelijke oplossing, heb ik de afgelopen maanden gewerkt aan het ‘Begrippenkader Integriteit’, waarin circa zeventig begrippen zijn geordend, beschreven en met elkaar in verband zijn gebracht. Een tiental deskundigen uit de praktijk en de wetenschap heeft meegelezen en gereflecteerd op de gekozen begrippen, eventuele omissies en de herkenbaarheid van de omschrijvingen. Het begrippenkader is niet bedoeld als eindpunt, maar als vertrekpunt voor gebruik, reflectie en verdere doorontwikkeling van de taal van integriteit. In mijn volgende column ga ik nader in op het begrippenkader, de gemaakte keuzes en de lessen die dit proces heeft opgeleverd.

Geef een reactie