Bewonersinitiatieven zijn niet meer weg te denken uit het lokale bestuur. Van energiecoöperaties en buurtvergroening tot zorgcollectieven en ontmoetingsplekken: steeds vaker nemen bewoners zelf initiatief om uitdagende maatschappelijke vraagstukken aan te pakken. Tegelijkertijd verwachten zij dat gemeenten openstaan voor hun ideeën, meewerken aan hun oplossingen en (financiële) steun bieden bij de uitwerking en uitvoering van hun plannen.
Beeld: Pixabay
Het lokale bestuur heeft haar bewoners nodig om lastige kwesties in buurten en wijken effectief en duurzaam aan te kunnen pakken. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar hoe responsief zijn gemeenten eigenlijk richting bewonersinitiatieven? Kunnen ze daadwerkelijk inspelen op de denk- en doe-kracht van bewoners? Wat hebben ambtenaren nodig om responsief te kunnen handelen? Uit ons onderzoek¹ onder ruim tweehonderd gemeentelijke professionals blijkt dat responsiviteit minder een kwestie is van het hebben van voldoende capaciteit dan vaak wordt gedacht. Veel belangrijker zijn leiderschap, organisatiecultuur, vaardigheden en de manier waarop ambtenaren naar bewonersinitiatieven kijken.
Responsiviteit, wat bedoel je?
Responsiviteit betekent in de kern dat je als ambtenaar in staat bent om goed te luisteren naar de wensen en initiatieven van bewoners, deze input op waarde kan schatten en hierop kan inspelen (Hofstra en Edelenbos, 2026). Responsiviteit op bewonersinitiatieven hebben we in het onderzoeksproject als volgt gedefinieerd: de manieren waarop ambtenaren ontvankelijk zijn voor en luisteren naar de vragen, plannen en behoeften van burgers betrokken in bewonersinitiatieven en daar tijdig en doortastend op inspelen.
Met de term ‘bewonersinitiatieven/collectieven’ bedoelen we alle vormen waarbij groepen bewoners initiatief nemen om publieke diensten en/of goederen voor hun omgeving te bedenken en uit te voeren. Bij bewonerscollectieven nemen bewoners dus zelf het initiatief en is dus echt wat anders dan “burgerparticipatie”, waar overheden het initiatief nemen en bewoners deelnemen onder de condities en voorwaarden die de (lokale) overheid stelt.
Dimensies van responsiviteit
Op basis van een synthese van bestaande wetenschappelijke inzichten onderscheiden we vijf dimensies van responsiviteit: luisteren, verklaren, faciliteren, aanpassen en uitnodigen. Deze verschillende dimensies hebben we in het survey-onderzoek gemeten onder ambtenaren die contact hebben (of recentelijk hebben gehad) met bewonersinitiatieven.
Luisteren naar bewonersinitiatieven gaat over aandacht geven, het serieus nemen van bewonersinitiatieven en het onbevooroordeeld willen begrijpen van wat betrokkenen belangrijk vinden. Verklaren heeft betrekking op het uitleggen van relevant beleid, regels of standpunten wanneer ambtenaren follow up willen geven op plannen, ideeën of vragen vanuit bewonersinitiatieven. Faciliteren van initiatieven gaat over het tijdig oppakken en helpen van initiatieven binnen de bestaande kaders van beleid en regelgeving. Aanpassen gaat hierin een stapje verder door relevant beleid, regels of praktijken aan te passen. Tot slot gaat uitnodigen over het actief benaderen en betrekken van bewonersinitiatieven in de ontwikkeling of uitvoering van relevant beleid.
Luisteren en uitleggen gebeuren vaak
De resultaten laten zien dat niet alle vormen van responsiviteit even vaak voorkomen. Luisteren naar bewonersinitiatieven en uitleggen hoe beleid of regelgeving werkt, scoren duidelijk het hoogst. Gemeentelijke professionals geven aan dat zij in hun gemeenten de initiatieven van bewoners over het algemeen serieus nemen, dat er goed wordt geluisterd naar initiatiefnemers en dat zij helder uitleggen wat nodig is in vervolgstappen.
Zodra responsiviteit meer vraagt dan aandacht en uitleg, nemen de gemiddelde scores aanzienlijk af. Het faciliteren van initiatieven gebeurt minder vaak, maar vooral het aanpassen van beleid of werkwijzen komt relatief weinig voor. Ook het actief uitnodigen van bewonersinitiatieven om mee te denken over beleid of een rol te spelen in de uitvoering scoort gemiddeld genomen vrij laag.
Dat wijst op een belangrijke grens in de praktijk van responsiviteit. Luisteren, uitleggen en in zekere mate faciliteren, passen relatief goed binnen bestaande procedures en rollen. Het aanpassen van beleid of het openbreken van gevestigde werkwijzen vraagt daarentegen bestuurlijke ruimte, organisatorische flexibiliteit en soms ook politieke keuzes.
Factoren die responsiviteit beïnvloeden
Vervolgens hebben we onderzocht welke verschillende factoren van invloed kunnen zijn op de responsiviteit van gemeenten. De analyse laat zien dat bepaalde condities wel en andere geen effect hebben op de mate van responsiviteit. Hieronder beschrijven we de eerste inzichten.
- Leiderschap en bestuurlijke steun zijn belangrijk
Een duidelijke bevinding is het belang van stimulerend leiderschap en bestuurlijke steun binnen de lokale overheid. Ambtenaren die ervaren dat leidinggevenden, bestuurders en de gemeenteraad positief staan tegenover bewonersinitiatieven en samenwerking stimuleren, rapporteren hogere niveaus van responsiviteit op specifieke bewonersinitiatieven.
Een duidelijke visie op de omgang met bewonersinitiatieven verhoogt daarbij de responsiviteit op de meeste dimensies (luisteren, verklaren, faciliteren). Wanneer bestuur en management expliciet uitdragen dat initiatieven uit de samenleving belangrijk zijn en samenwerking met initiatieven stimuleren, voelen ambtenaren zich gesteund om tijd te investeren in contact, uitleg te geven en samenwerking op te zoeken in de uitvoering van beleid. - Niet capaciteit, maar houding en vaardigheden
Een verrassende uitkomst is dat capaciteit nauwelijks samenhangt met responsiviteit. Tijdgebrek, beperkte budgetten, werkdruk of personeelstekorten blijken geen significante voorspellers van responsief handelen.Dit is verrassend omdat professionals in gesprekken gebrek aan tijd regelmatig benoemen als knelpunt. De survey laat echter zien dat andere factoren belangrijker zijn in het verklaren van verschillen in responsiviteit.
Gemeenten waarin ambtenaren een sterkere mate van vertrouwen hebben in de meerwaarde van bewonersinitiatieven, gemotiveerd zijn om samen te werken en beschikken over verbindende vaardigheden, blijken aanzienlijk responsiever. Ook eerdere positieve ervaringen met bewonersinitiatieven hebben een positieve invloed.
Deze uitkomst suggereert dat responsiviteit in belangrijke mate een professionele houding en competentie is. Het gaat dus zeker niet alleen om voldoende middelen (capaciteit), maar vooral om de bereidheid en het vermogen om betekenisvolle relaties met bewoners op te bouwen - Organisatiecultuur doet ertoe, structuur beïnvloedt effecten van andere factoren
Een andere uitkomst is dat gemeenten die minder risicomijdend zijn en meer innovatiegeneigdheid tonen hoger scoren op responsiviteit. Opvallend is dat de kenmerken van organisatiestructuur, zoals fragmentatie en centralisatie, geen directe relatie laten zien met responsiviteit. Wel beïnvloeden fragmentatie en centralisatie de effecten van andere factoren op responsiviteit. In gemeenten die gekenmerkt worden door een hogere mate van fragmentatie en centralisatie hebben verbindende vaardigheden van medewerkers in de organisatie een belangrijkere invloed op de responsiviteit van de gemeente. Ook het effect van geloof in de meerwaarde van initiatieven op responsiviteit wordt sterker in gemeenten met meer fragmentatie en centralisatie. Hieruit kan je opmaken dat ook stevig gefragmenteerde en gecentraliseerde gemeentelijke organisaties in staat zijn om responsief naar bewonersinitiatieven te zijn, maar dat daar twee zaken voor nodig zijn: een sterk geloof in de meerwaarde van initiatieven en het vermogen om – zowel binnen als buiten de gemeentelijke organisatie – verbindende en integrerende relaties te ontwikkelen en onderhouden. - Responsiviteit hoger naar initiatieven die aansluiten bij gemeentelijke doelen en planning
Een andere belangrijke bevinding uit het survey-onderzoek is dat de inhoud van initiatieven ertoe doet. Initiatieven die met onderwerpen en doelstellingen goed aansluiten bij bestaande beleidsdoelen en gemeentelijke prioriteiten kunnen rekenen op meer aandacht, ondersteuning en uitleg.
Dat is niet zo verrassend en zelfs begrijpelijk vanuit het perspectief van gemeenten, maar roept ook een belangrijke vraag op. Wat gebeurt er met initiatieven die juist nieuwe en legitieme ideeën of perspectieven inbrengen maar net niet goed passen in het beleid van de gemeente? Juist daar waar het knelt zou innovatie kunnen ontstaan en liggen er kansen voor complementariteit. Tegelijkertijd laten de resultaten zien dat gemeenten dan minder snel responsief handelen. Daar waar bewonersinitiatieven de gemeenten vragen om mee te bewegen met en zich aan te passen op hun buurtkrachten, geven gemeenten minder vaak thuis en komen complementariteit en vernieuwing niet van de grond.
Opvallend is dat uit het onderzoek naar voren komt dat de democratische waarde van initiatieven (volgens het perspectief van ambtenaren) geen verband laat zien met responsiviteit. Ambtenaren lijken minder waarde te hechten aan bijvoorbeeld de representativiteit en vertegenwoordiging van gemeenschapsbelangen voor het zich wel of niet ontvankelijk tonen voor hun ideeën en plannen. Dit lijkt op een trendbreuk te duiden, omdat dit in het verleden toch vaak als risico werd genoemd.
Tot slot: responsiviteit vraagt om wederkerigheid
De resultaten uit ons onderzoek onder gemeenten laten zien dat responsiviteit in de gemeentelijke praktijk vooral zichtbaar wordt in luisteren, uitleggen en – in mindere mate – faciliteren. Verdergaande vormen, zoals het aanpassen van beleid of het actief uitnodigen van bewonersinitiatieven, komen aanzienlijk minder vaak voor.
Voor gemeenten die beter willen inspelen op bewonersinitiatieven ligt hier een belangrijke opgave. Responsiviteit vraagt niet enkel om capaciteit of procedures, maar juist om stimulerend leiderschap, een open organisatiecultuur en professionals die beschikken over verbindende vaardigheden en vertrouwen uitstralen naar de kracht van bewonersinitiatieven.
Een reflectie tot slot. Hoewel we in dit onderzoek vooral naar de responsiviteit van gemeenten hebben gekeken, is responsiviteit geen eenrichtingsverkeer. Het vraagt ook om responsief vermogen van bewonerscollectieven. Wanneer bewonersinitiatieven en gemeenten elkaar beter weten te begrijpen, elkaars logica’s erkennen en gezamenlijk zoeken naar aansluiting tussen maatschappelijke en publieke doelen, ontstaat ruimte voor een meer wederkerige vorm van responsiviteit. Juist daar ligt waarschijnlijk de grootste uitdaging en de grootste kans voor het realiseren van samenwerking tussen overheid en samenleving.
Over het project
De resultaten van de survey maken onderdeel uit van het project Inspelen op Inwonerinitiatief in Klimaattransities. In dit RAAK Publiek project, medegefinancierd door Regieorgaan SIA (NWO), werken HZ University of Applied Sciences, Erasmus Universiteit Rotterdam, GovernEUR, 8 Zeeuwse gemeenten, Zeeland Bruist, Provincie Zeeland en de VNG gezamenlijk aan het ontwikkelen van praktijkgerichte kennis over de samenwerking tussen publieke professionals en bewonersinitiatieven in lokale oplossingen voor klimaattransities. Naast de survey bestaat het project uit vier actiegerichte cases, een lerend netwerk en ontwikkeling van een serious game.
Auteurs
DIt artikel is geschreven door Ingmar van Meerkerk, José Nederhand, Wouter Spekkink, Jurian Edelenbos. Zij zijn allen werkzaam aan Erasmus Universiteit Rotterdam, Faculteit Sociale en Gedragswetenschappen, Team Governance en Pluralisme.
Referentie en voetnoot
Hofstra, R., & Edelenbos, J. (2026). What to do with the outputs from public participation? Conceptualising and explaining responsiveness of civil servants. Local Government Studies, 52(2), 223-251. https://doi.org/10.1080/03003930.2025.2459417
¹ De survey is onderdeel van het RAAK Publiek project “Inspelen op Inwonerinitiatief in Klimaattransities” en is ingevuld door 202 ambtenaren uit 134 gemeenten (van de in totaal 342 gemeenten in Nederland).

Geef een reactie