Zware georganiseerde criminaliteit is allang geen exclusief grootstedelijk probleem meer. Drugslabs duiken op in Friesland, smokkelroutes verplaatsen zich naar kleinere havens en ondermijning laat zich ook buiten de Randstad steeds nadrukkelijker voelen. Tegen die achtergrond hield Edward van der Torre zijn lectorale rede als lector bestuur, veiligheid en ondermijning aan de Thorbecke Academie van NHL Stenden. Een rede die niet alleen een analyse bevat van de ontwikkeling van de georganiseerde criminaliteit, maar ook duidelijke opvattingen over de manier waarop politie en bestuur daarop moeten reageren.
Beeld: Pexels
Soms denken we dat, zelfs in een klein land als Nederland, de verschillen tussen stad en platteland, tussen Randstad en provincie, groot zijn. Misschien was dat vroeger ook wel zo. Maar anno 2026 kan je daar twijfels over hebben. Zelfs, zo blijkt de laatste jaren steeds vaker, op het gebied van zware georganiseerde criminaliteit en de ondermijnende gevolgen daarvan.
De grote steden hebben lang een dominante rol gespeeld met betrekking tot zware criminaliteit en ondermijning. Maar ze zijn nooit helemaal monopolist geweest. Vooral Brabant heeft ook altijd een rol van betekenis gespeeld. Ooit, toen er nog Europese binnengrenzen waren, in de vorm van smokkel. Recenter op het terrein van handel in soft- en harddrugs en de productie van synthetische drugs.
Verplaatsing
De laatste jaren is een aanzienlijke verplaatsing zichtbaar van de drugssmokkel – in het bijzonder cocaïne – naar kleinere zeehavens als Vlissingen, IJmuiden of Harlingen. En de productie van ecstasy en andere synthetische drugs waaiert uit naar schuren in verre uithoeken van de provincie. De grotere druk van politie en justitie op de meer traditionele broedplaatsen van de zware criminaliteit zal daar zeker aan bijgedragen hebben; het overbekende waterbed effect.
Tegen deze achtergrond is het allerminst vreemd dat een lectoraat op het gebied van ondermijning in Leeuwarden, aan de Thorbecke Academie van de NHL Stenden, gevestigd wordt, met actieve steun vanuit de gemeente Leeuwarden, de veiligheidsregio en de provincie Friesland. Dat er inderdaad ook op het platteland van Friesland serieuze criminaliteitsproblemen zijn, wordt bevestigd door een recent artikel in het NRC (31 mei 2026): ‘In 2025 ontmantelde de politie zes drugslabs in Friesland en begin dit jaar nog eens drie…’ Terwijl elders het aantal ontdekte drugslabs daalde, nam het in Friesland juist toe. ‘De politie heeft de indruk dat drugscriminelen hun productiecapaciteit verschuiven van Zuid- naar Noord-Nederland.’
Op 6 maart 2026 hield de eerste lector bestuur, veiligheid en ondermijning, dr. Edward van der Torre, zijn lectorale rede in aanwezigheid van tout Friesland.[1] Dat zijn rede werd geflankeerd door toespraken van onder meer burgemeester Buma van Leeuwarden en commissaris van de Koning Brok benadrukte het belang dat in de provincie aan dit lectoraat en aan het thema ondermijning wordt gehecht.
Disclaimer
Edward van der Torre is een uiterst productief onderzoeker en auteur op dit terrein. De literatuurlijst in zijn rede telt zeker 25 publicaties, die hij alleen of met anderen, schreef over zware georganiseerde misdaad en ondermijning. Interessant dus hoe juist hij inhoudelijk invulling gaat geven aan dit lectoraat.
Voordat ik daarop inga is een soort disclaimer op zijn plaats. Het is goed om te melden dat ik op meer dan één manier bij de mooie carrière van deze lector betrokken ben geweest. Als docent en onderwijsdirecteur van zijn opleiding bestuurskunde (p.11). Als copromotor, naast Uri Rosenthal. En soms ook als collega-onderzoeker. Het betekent overigens niet dat we het bij voorbaat altijd met elkaar eens zijn, zoals her en der ook in deze bespreking zal blijken.
Van der Torre legt een zwaar accent op de recherchefunctie van de politie. Die functie is, meent hij, lange tijd verwaarloosd. Het ondermijnende gevaar van de zware georganiseerde criminaliteit en in het bijzonder de drugscriminaliteit, is te laat onderkend. Dat komt mede, is zijn analyse, door de grote invloed die het rapport Politie in Verandering ooit op het politiewerk heeft gehad.[2] Het rapport vormde indertijd de basis voor een meer sociale invulling van de politiefunctie – het gebied gebonden politiewerk – die leidde tot onderwaardering en onderbezetting van de recherchefunctie op lokaal niveau.
Dramatisch
Hoewel mijn waardering van de invloed van Politie in Verandering een andere is dan de zijne kan ik niet ontkennen dat de gevolgen van de snelgroeiende drugscriminaliteit in veel steden dramatisch zijn geweest; voor de openbare orde (overlast), de veel voorkomende criminaliteit en ook, maar lastiger zichtbaar, in de vorm van ondermijning. Onderzoek van Van der Torre en anderen in Rotterdam, Tilburg en later ook veel middelgrote gemeenten laat dat zien. Beter doordacht en effectiever optreden tegen open drugsscenes – denk aan Perron Nul in Rotterdam – heeft de zichtbare en merkbare overlast verminderd.
Maar het heeft er tegelijkertijd ook toe geleid dat er een veel moeilijker aan te pakken gesloten crimineel circuit is ontstaan, waar volgens alle schattingen heel veel geld om gaat. Omdat er zo extreem veel geld omgaat, is het risico van ondermijning nog levensgroot aanwezig. Soms in de vorm van ambtelijke corruptie – denk aan bijvoorbeeld douane en politie – soms door jongeren in te huren als uithalers in de haven of door huurmoordenaars in te huren om ‘rekeningen’ te vereffenen. Maar ook in de vorm van witwassen en investeren van crimineel geld in de (schijnbaar) legale bovenwereld.[3]
Recherchefunctie
Hoe belangrijk de recherchefunctie ook is, zonder een grote(re) bestuurlijke inzet gaan we het probleem van de ondermijning niet oplossen. Dat lijkt me de kernboodschap uit deze rede. Van der Torre laat, in de hoofdstukken 4 en 5, zien dat criminele netwerken een veelheid aan illegale goederen en diensten leveren. Heel veel sectoren blijken ook kwetsbaar voor de infiltratie door crimineel geld. Vaak is er ook sprake van vormen van misbruik, uitbuiting, dwang tot crimineel handelen of rekrutering. Toch gaat het mij te ver om elke vage nagelsalon, kapperszaak, telefoonwinkel, wasserette, etcetera. als een criminele voorpost of witwasoperatie te zien. Onterechte stigmatisering ligt op de loer.
Een sterk op veldwerk, observatie en (in)formele gesprekken georiënteerd onderzoeker als Van der Torre is bij uitstek toegerust om ‘levensechte’ beelden te vormen van wat er in wijken en buurten allemaal gebeurt. Dergelijk, bijna antropologisch, veldwerk biedt bestuurders vervolgens een stevige empirische basis om actie te ondernemen tegen vormen van ondermijning. Uiteindelijk is het vooral aan burgemeesters en hun ambtelijke ondersteuning op het terrein van veiligheid om passende maatregelen te nemen. Dat kan ook. Zeker de laatste jaren is hun instrumentarium daarvoor aanzienlijk uitgebreid. Maar het vergt ook voldoende alertheid, empirische kennis (‘straatinformatie’) en expertise (hoofdstuk 6). Ervaring elders – het bedrijventerrein Spaanse Polder in Rotterdam onder meer (p. 51) – leert dat een brede samenwerking tussen gemeente, bedrijven en andere partners binnen een probleemgerichte aanpak kan lonen.
Symptoombestrijding
Van der Torre heeft, in het beknopte bestek van zijn rede, veel te bieden waar het (lokale) bestuur haar voordeel mee kan doen bij het effectiever aanpakken van ondermijning. Dat is hard nodig; in Friesland maar ook elders in het land. Het maakt deze rede, juist ook voor praktijkmensen, de moeite waard en dat geldt zeker ook voor wat zijn lectoraat de komende jaren zal bieden.
Ik doe aan de noodzaak en waarde daarvan helemaal niets af als ik het uiteindelijk toch symptoombestrijding noem. Het achterliggende probleem is en blijft namelijk de enorme en uitermate lucratieve illegale markt voor drugs. Een markt die in stand gehouden wordt door de perverse combinatie van een grote maatschappelijke vraag naar soft- en harddrugs en een repressief overheidsbeleid, de ‘war on drugs’. Zolang we die markt niet ‘stukmaken’ door ander beleid – een combinatie van legalisering, regulering, medicalisering, voorlichting, ontmoediging – zal het spook van de ondermijning telkens weer de kop op blijven steken.
Voetnoten
[1] E.J. van der Torre, Ondermijning en (lokaal) bestuur. Nuchter over een rechtsstatelijke opgave. Leeuwarden: Thorbecke Academie/ NHL Stenden, maart 2026. 62 pagina’s. Te downloaden via: nhlstendentools.nl
[2] Projectgroep Organisatiestructuren Politie (1977), Politie in Verandering: Een voorlopig theoretisch model. Den Haag: Staatsuitgeverij.
[3] Elders heb ik, uitgebreid onderbouwd, betoogd dat het huidige drugsbeleid niet effectief is en een drastische koerswijziging de enige oplossing vormt: Lex Cachet, Drugs of drugsbeleid: Wat is het echte probleem. Cahiers Politiestudies (no. 74) Politie en Drugs, 2025.

Geef een reactie