• Spring naar de hoofdnavigatie
  • Door naar de hoofd inhoud
  • Spring naar de voettekst
Platform O

Platform O

Opinie
Economie
Jan SoonsAuteur sociaaleconomisch domein

Lees alle artikelen van
Jan Soons

Deel dit artikel

  • Deel op Facebook Deel op Facebook
  • Deel op LinkedIn Deel op LinkedIn
  • Deel via e-mail Deel via e-mail
Bekijk alle auteurs

20 oktober 2026|Leestijd: 7 - 9 min

Naar een rechtvaardiger erfbelasting

Vriend en vijand zijn het erover eens dat de bestaande regeling van de erfbelasting op de schop moet. Maar over de richting waarin die verandering moet gaan verschillen de standpunten hemelsbreed van elkaar. Hoe zijn die verschillen te verklaren? En welke visie sluit het best aan bij een rechtvaardig belastingstelsel?

Beeld: Pixabay

Uit een recent onderzoek van het Centraal Planbureau (CPB) blijkt dat de weerstand tegen de erfbelasting groter is dan bij belastingen op arbeid en vermogensinkomsten.[1] Aan de flanken van beide standpunten staan de voorstanders van volledige afschaffing tegenover diegenen waarvoor de tarieven niet hoog genoeg kunnen zijn. Dat de standpunten zo diametraal tegenover elkaar staan, heeft volgens het CPB mede te maken met een gebrek aan kennis.

Vrijstelling
Percepties, opvattingen en voorkeuren kunnen verschuiven als mensen beter geïnformeerd zijn. Lang niet iedereen realiseert zich dat voor kinderen van de erflater een vrijstelling geldt van ruim 26.000 euro en dat zij over het meerdere tot 158.000 euro slechts 10 procent en daarboven 20 procent erfbelasting betalen. Dit staat in schril contrast met het met graagte opgeroepen beeld van kinderen van eenvoudig en sober levende ouders die vanwege het geërfde kleinood gestraft worden.
Een vergelijkbaar beeld bestaat bij vererving van ondernemingsvermogen. Vanwege de belastingclaim wordt zelfs het liquiditeits- en het faillissementsrisico ten tonele gevoerd. Maar lang niet iedereen is bekend met de bedrijfsopvolgings- en doorschuifregeling. Over de eerste 1,5 miljoen van het verkregen vermogen hoeft helemaal geen belasting betaald te worden. Daar komt bij dat de stakingswinst en de opgebouwde reserves in box 2 (belasting over aanmerkelijk belang) ongewijzigd door de opvolger en zonder directe belastingheffing voortgezet kunnen worden. De fiscus houdt dus wel degelijk rekening met de relatie tussen erflater en erfgenaam, maar ook met het voortbestaan van de onderneming na overname.

Doorn in het oog
Maar deze bevoordelingen zijn in de ogen van de tegenstanders van de erfbelasting niet groot genoeg. Sommige tegenstanders zijn en blijven van mening dat de fiscus helemaal geen aanspraak op een deel van de erfenis toekomt, omdat over het nagelaten vermogen al eerder belasting betaald is. Specifiek ten aanzien van het vererfde bedrijfsvermogen blijven zij tamboereren op de noodzaak van het voortbestaan van familiebedrijven voor onze economie.

Voorstanders betogen dat met de huidige tarieven voor de erfbelasting extreem rijke familiedynastieën in stand worden gehouden


Aan de andere kant van het spectrum zien we een heel ander beeld. Voorstanders van meer erfbe;asting betogen dat met de huidige tarieven voor de erfbelasting extreem rijke familiedynastieën in stand worden gehouden. In het licht van de relatief grote vermogensongelijkheid is dat hun een doorn in het oog.

Btw en accijnzen
Het staat iedereen vrij te denken over de vraag in welke richting de erfbelasting zich in de toekomst zou moeten ontwikkelen. Maar niet te ontkennen valt dat de erfbelasting een integraal onderdeel is van ons hele belastingstelsel. En hoezeer ook ten tijde van het vrijvallen van de erfenis de ratio en de emotie vechten om de voorrang, is vanuit fiscaal perspectief de vererving te beschouwen als een economische transactie. En in ons stelsel worden alle economische transacties op de een of andere manier belast. Nadat over het inkomen uit arbeid of onderneming inkomstenbelasting is betaald, wordt de consument bij zijn bestedingen geconfronteerd met btw en accijnzen. Koopt hij een woning, dan betaalt hij overdrachtsbelasting en belegt hij zijn spaargeld, dan wordt over de opbrengst in principe de zogenaamde vermogensrendementsheffing geheven, etcetera. Dus het veelgehoorde argument van de dubbele belastingheffing is inherent aan ons belastingstelsel.
Je kunt je overigens afvragen of er überhaupt bij vererving sprake is van dubbele belastingheffing. Het hangt er helemaal vanaf vanuit welke optiek ernaar gekeken wordt. De erflater zal al eerder over een gedeelte van de nalatenschap belasting betaald hebben, maar voor de ontvanger is het nieuw ontvangen vermogen dat zomaar komt aanwaaien. En de fundamentele vraag hierbij is: waarom zou je iemand die niets heeft gedaan voor hetgeen hij ontvangt, minder belasten dan degene die voor zijn inkomen werkt?

100.000 Euro
Uit rechtvaardigheidsoverwegingen is daar moeilijk en overtuigend argument vor te geven. Maar deze rationele insteek houdt onvoldoende rekening met gevoelens die, ondanks alle rationele overwegingen, onder brede delen van de bevolking blijven bestaan. Daarom zou in dit kader een hogere vrijstelling, bijvoorbeeld tot 100.000 euro voor ieder kind van de erflater, soelaas bieden.
Maar zodra deze grens wordt overschreden, zou een gelijkstelling met de belastingheffing op inkomen uit arbeid en onderneming het uitgangspunt dienen te zijn. Dat betekent ten minste 36 procent, zoals ook geldt voor inkomsten uit vermogen en vanaf 2029 ook over vermogenswinst.
Deze gedachte is niet nieuw. De TeldersStichting, het wetenschappelijk bureau van de VVD, pleitte in 2021 in een publicatie voor een gelijkschakeling van de erfbelasting met inkomsten uit arbeid en vermogen. Volgens de auteurs mogen inkomsten die iemand zonder moeite zijn toegekomen niet lager belast worden dan inkomsten waar iemand zelf voor gewerkt heeft.[2] Politieke partijen als PRO en D66 hebben, zoals blijkt uit hun verkiezingsprogramma’s, vergelijkbare overtuigingen. Dat dit onderwerp in de politieke arena heel anders uitpakt, zegt iets over het populisme dat in de actieve politiek alsmaar aan betekenis wint. Maar in wetenschappelijke kringen wordt aan de noodzaak van een forse verhoging van de tarieven voor de erfbelasting niet getwijfeld. In veel publicaties blijkt steeds meer aanhang voor de gedachte van Thomas Piketty, die gelijke belastingheffing bepleit voor alle bronnen van inkomen.

Babyboom-generatie
Toegespitst op de erfbelasting zou een verhoging van de tarieven een belangrijk instrument zijn om de vermogensongelijkheid in ons land te verminderen. Dit argument wint aan betekenis nu we aan de vooravond staan van een vloedgolf aan nalatenschappen van de babyboom-generatie. Volgens hoogleraar Paul de Beer zullen de babyboomers het komende decennium ongeveer 240 miljard euro nalaten, waarvan hij een opbrengst voor de fiscus verwacht van slechts 15 miljard euro, dus een gemiddelde belastingdruk van 6,25 procent.[3] Als deze schatting de werkelijkheid ook maar enigszins benadert, kun je uit het oogpunt van rechtvaardigheid niet anders dan pleiten voor een totaal andere benadering, zeker van heel grote erfenissen.

Wanneer grote vermogens zonder substantiële belastingheffing vererven, tast dit het rechtvaardigheidsgevoel van mensen aan

Wanneer grote vermogens zonder substantiële belastingheffing vererven, tast dit het rechtvaardigheidsgevoel van mensen aan. En zeker in een tijd waarin bezuinigingen in het sociale domein op de loer liggen. Waarom zouden we de rijke familiedynastieën dan nog ontzien? Dikwijls betreft het nazaten van vroegere ondernemers. Deze kinderen en (achter)kleinkinderen hebben zelf nooit voor hun bestaan hoeven te werken en danken hun vermogen geheel aan de inzet en de ondernemersgeest van hun (groot)ouders. Volgens de Quote 500 heeft bijna eenderde van Nederlands rijkste mensen hun vermogen geërfd. Dit strookt met de berekeningen van Paul de Beer, die stelt dat 40 procent van alle particuliere vermogens uit erfenissen en schenkingen afkomstig is.[4] Het is dus heel aannemelijk dat een substantieel deel van de vermogensongelijkheid niet uit verschillen in prestaties, maar uit de plek waar iemands wieg gestaan heeft, te verklaren is.

Gespekt
Het is van het grootste belang dat de discussie over de toekomst van het instituut van de erfbelasting zich spoedig verplaatst naar het parlement. En dat de feiten en wetenschappelijke inzichten in beraadslagingen centraal staan. Een verhoging van de vrijstelling tot één ton per kind past daar niet echt in, maar door enigszins toe te geven aan bestaande gevoelens onder de bevolking, kan het vizier nog beter gericht worden op (zeer) omvangrijke erfenissen. Daarmee wordt de schatkist aanzienlijk gespekt, maar nog belangrijker is dat daarmee de alsmaar toenemende vermogensongelijkheid een halt wordt toegeroepen. En last but not least dat de schenk- en erfbelasting niet langer met fluwelen handschoenen wordt benaderd.

Voetnoten
[1] CPB-studie: Erfbelasting in Beeld, gepubliceerd op 7 juli 2026.
[2] Salomons, R. et al., Een markt voor ons allemaal, publicatie van de TeldersStichting, feb. 2021.
[3] De Beer, P. et al., Voor wie is de erfenis? 2018.
[4] Zie 3.

Lees alle artikelen van
Jan Soons

Deel dit artikel

  • Deel op Facebook Deel op Facebook
  • Deel op LinkedIn Deel op LinkedIn
  • Deel via e-mail Deel via e-mail
Bekijk alle auteurs

Lees Interacties

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Footer

  • FAQ

Over Platform O

  • Partners
  • Over ons

Wil je zelf kennis delen?

Meld je aan als gastauteur.

Aanmelden

Wil je ons steunen?

Meld je aan als kennispartner.

Aanmelden

Copyright © 2026 Platform O | Webdesign bureau Indigo

  • Home
  • Nieuwsoverzicht
  • Auteurs
  • Partners
  • Over ons
  • FAQ
  • Contact

Zoeken naar:

Aanmelden als kennispartner

Naam(Vereist)

Aanmelden als gastauteur

Naam(Vereist)