• Spring naar de hoofdnavigatie
  • Door naar de hoofd inhoud
  • Spring naar de voettekst
Platform O

Platform O

Column
Algemeen
Patrick SpigtDirecteur Dienstverlening en Bedrijfsvoering bij de gemeente Katwijk

Lees alle artikelen van
Patrick Spigt

Deel dit artikel

  • Deel op Facebook Deel op Facebook
  • Deel op LinkedIn Deel op LinkedIn
  • Deel via e-mail Deel via e-mail
Bekijk alle auteurs

30 oktober 2026|Leestijd: 9 - 11 min

Stop met repareren, versimpel radicaal

Ons belastingstelsel is geen bouwwerk meer, hooguit een toren van Babel. Elke kabinetsperiode komt er een regeling bij, een korting, een uitzondering op de uitzondering. Wie wil weten wat radicale vereenvoudiging werkelijk oplevert, moet dus niet verbouwen maar opnieuw tekenen. Dat heb ik gedaan met een analyse, ondersteund door AI: een rekenmodel met ruim zevenhonderd formules, van de Miljoenennota 2027 tot de woonlasten in onze gemeenten.[1] Wat vroeger een team van analisten maanden kostte, lag nu binnen enkele sessies op tafel. De aannames bleven mensenwerk; het rekenen niet meer.

Beeld: Pixabay

De uitkomst is ongemakkelijk en tegelijk hoopgevend. We halen volgend jaar ruim 480 miljard euro op aan belastingen en premies,[2] en geven via fiscale regelingen zo’n 186 miljard weer terug.[3] Dat is geen stelsel meer, dat is een subsidiemachine die zich vermomt als belastingdienst. De prijs betalen de middengroepen. Wie tussen de 45.000 en 80.000 euro verdient, levert van elke extra euro vaak meer dan de helft in.[4] Meer werken loont nauwelijks, en dat in een land dat werkende handen hard nodig heeft.

Want daar zit de echte opgave. Het aantal mensen in de werkende leeftijd groeit tot 2040 niet, het aantal ouderen wel.[5] Zonder beleid liggen de uitgaven aan AOW en zorg in 2035 samen zo’n 28 miljard euro per jaar hoger dan nu. Tegelijk moeten we fors investeren in defensie, politie en ons verdienvermogen. Die rekening betalen we alleen als meer mensen meer uren werken en elk gewerkt uur meer oplevert. In het model daalt de extra vergrijzingslast dan van 28 naar ongeveer 7 miljard.[6] Groei is geen luxe, het is onze belangrijkste vergrijzingsmaatregel. En een eenvoudig stelsel met lage marginale druk is de voorwaarde voor die groei.

Radicaal betekent dus eerst: stoppen met dingen die we als overheid niet meer zouden moeten willen doen.

We moeten niet langer gedrag willen sturen via honderden fiscale regelingen. Elke regeling die niet aantoonbaar werkt, verdwijnt. Schrappen we alleen al een tiende van het budgettaire belang van de regelingen buiten de heffingskortingen, dan levert dat ruim tien miljard euro per jaar op.[7]

We moeten niet langer inkomens willen repareren met voorschotten die we later terugvorderen. Het toeslagenstelsel heeft ons meer gekost dan geld alleen.[8] Zet de ondersteuning waar mogelijk in de premie, de kinderbijslag of één automatische regeling, en een groot deel van de Dienst Toeslagen wordt overbodig.

We moeten niet langer het bezit van een huis subsidiëren. De hypotheekrenteaftrek kan in negen jaar worden afgebouwd; dat is de kortste remweg die huishoudens en woningmarkt volgens het model nog kunnen dragen. Dat levert structureel zo’n 7,5 miljard euro op.[9]

We moeten niet langer twee btw-tarieven, eindeloze uitzonderingen en dubbele uitvoeringsketens in stand houden. Eén btw-tarief van rond de 19 procent,[10] lagere uitvoeringskosten en minder administratieve rompslomp voor burgers en ondernemers leveren samen nog eens enkele miljarden op.

Wat vrijkomt, gaat terug naar de middengroepen via lagere tarieven en een kleinere afbouw van de arbeidskorting. Het model laat zien dat de tarieven in de eerste twee schijven dan kunnen zakken naar ongeveer 33 procent.[11]

Maar radicaal betekent ook: de achterdeur dichtdoen. Het model toont dat een extra schijf boven 200.000 euro nauwelijks iets oplevert, omdat de rijkste groep simpelweg uitwijkt naar een eigen vennootschap.[12] Daar zit de fundamentele scheefheid van ons stelsel. Een werknemer betaalt over zijn loon het volle tarief. Een zelfstandige krijgt aftrekposten en vrijstellingen. Een directeur-grootaandeelhouder keert zich een laag salaris uit, laat de winst in de vennootschap staan en betaalt pas veel later tegen een lager tarief. Zolang dat zo is, duwen we iedereen die het kan richting zzp of eigen vennootschap. Dat ondergraaft de solidariteit, kost de schatkist geld en legt de rekening opnieuw bij de middengroepen, die geen uitweg hebben.

Het antwoord is een eenvoudig principe: elke euro verdiend met arbeid wordt even zwaar belast, ongeacht de vorm waarin je werkt. Dat betekent dat vennootschapsbelasting plus de heffing op uitgekeerde winst samen gelijk oplopen met het toptarief in box 1.[13] Het betekent dat de zelfstandigenaftrek en de mkb-winstvrijstelling verdwijnen[14] en worden vervangen door lagere tarieven voor iedereen.

Het betekent dat de regels voor het salaris van de directeur-grootaandeelhouder streng worden gehandhaafd.[15] En het betekent dat vermogen dat jarenlang onbelast in een beleggingsvennootschap aangroeit, jaarlijks wordt belast op de werkelijke waardestijging.[16] Dan heeft uitwijken geen zin meer, levert de extra schijf wel op wat hij belooft, en kiest een zelfstandige voor het ondernemerschap in plaats van voor de belastingaangifte.

Bescherming hoort ook bij radicaliteit. Ouderen die alleen AOW hebben (en geen vermogen), kunnen hun heffingskortingen nu niet eens volledig benutten.[17] Maak die kortingen uitbetaalbaar, ken de aanvullende inkomensvoorziening voor ouderen automatisch toe[18] en bouw een garantie in als de zorgtoeslag verdwijnt. Dat kost ongeveer een miljard euro en voorkomt dat de meest kwetsbare groep de rekening betaalt voor andermans eenvoud.

Tel alles op en het beeld verandert. Na de investeringen in veiligheid en verdienvermogen en de eerste vereenvoudigingen resteert in het model een gat van zo’n 13 miljard euro.[19] Dat gat komt binnen bereik zodra we de fiscale regelingen echt aanpakken en de vluchtroute via de vennootschap sluiten. Niet door iedereen meer te laten betalen, maar door iedereen hetzelfde te laten betalen.

En ook decentraal kunnen er stappen worden gezet. Alle lokale heffingen centraliseren levert maar een paar honderd miljoen op, en kost de gemeenteraad een groot deel van haar budgetrecht.[20] Maar een woonlastenaanslag en automatische kwijtschelding bieden de inwoner echter dezelfde eenvoud zonder dat de lokale democratie verschraalt. Radicaal is niet hetzelfde als alles centraal.

De grootste les zit misschien niet eens in de cijfers. Met AI kan een bestuurder vandaag zelf verkennen wat vroeger alleen planbureaus konden doorrekenen. Dat maakt het debat opener, sneller en eerlijker, zolang we onze aannames delen en bereid zijn ervan te leren. Mijn model is geen doorrekening door het CPB, en dat hoeft ook niet.

Het laat zien dat de keuze voor een eenvoudig, rechtvaardig en toekomstbestendig stelsel geen kwestie van techniek is, maar van moed.

Laten we ophouden met repareren en beginnen met bouwen!


Bronnen
[1] Het model rekent met de cijfers uit de Miljoenennota 2027 en de bijbehorende bijlagen (15 september 2026). Uitkomsten in deze column zijn, tenzij anders vermeld, eigen modelberekeningen en geen ramingen van het CPB of het ministerie van Financiën.
[2] Miljoenennota 2027: de geraamde belasting- en premieontvangsten bedragen in 2027 481,2 miljard euro.
[3] Bijlagen bij de Miljoenennota 2027, onderdeel fiscale regelingen: het totale budgettaire belang van de gemonitorde fiscale regelingen bedraagt in 2027 circa 186 miljard euro. Dit bedrag omvat ook de heffingskortingen, zoals de algemene heffingskorting en de arbeidskorting.
[4] Het gaat om de marginale druk: de belasting over een extra verdiende euro plus het wegvallen van toeslagen en de afbouw van de arbeidskorting. Die druk is het hoogst bij huishoudens met kinderen en toeslagen. Zie ministerie van Financiën, Bouwstenen voor een beter belastingstelsel (2022).
[5] Zie Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050, Gematigde groei (januari 2024), en de bevolkingsprognoses van het CBS.
[6] Eigen modelberekening. De daling hangt af van de aannames over extra gewerkte uren en productiviteitsgroei; andere aannames geven andere uitkomsten.
[7] De bijlage fiscale regelingen bij de Miljoenennota vermeldt per regeling het budgettaire belang en de evaluatieplanning. Het bedrag van ruim tien miljard euro is een eigen modelberekening.
[8] Zie Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag, Ongekend onrecht (december 2020).
[9] De aftrek is al beperkt tot het tarief van de tweede schijf, volgens het Belastingplan 2027 38,16 procent in 2027. De opbrengst van 7,5 miljard euro na volledige afbouw is een eigen modelberekening.
[10] Nu gelden een algemeen tarief van 21 procent en een verlaagd tarief van 9 procent.
[11] Ter vergelijking: volgens het Belastingplan 2027 bedragen de tarieven in 2027 36,23 procent in de eerste en 38,16 procent in de tweede schijf.
[12] Over de verschillen in belastingdruk tussen werknemers, ondernemers en directeur-grootaandeelhouders: zie Bouwstenen voor een beter belastingstelsel (2022) en het IBO Vermogensverdeling (2022).
[13] In 2026 bedraagt de vennootschapsbelasting 19 procent over de eerste 200.000 euro winst en 25,8 procent daarboven; box 2 kent tarieven van 24,5 en 31 procent. Bij hoge winsten komt de gecombineerde druk zo al uit op bijna 49 procent. Het voordeel zit vooral in de lagere opstaptarieven en in het uitstel zolang winst niet wordt uitgekeerd.
[14] Het kabinet verlaagt de zelfstandigenaftrek in 2027 al van 1.200 naar 900 euro (Belastingplan 2027). De mkb-winstvrijstelling bedraagt in 2026 12,7 procent van de winst.
[15] Dit is de gebruikelijkloonregeling (artikel 12a Wet op de loonbelasting 1964).
[16] Voor box 3 stemde de Tweede Kamer op 12 februari 2026 in met de Wet werkelijk rendement box 3, met een vermogensaanwasbelasting vanaf 2028. De behandeling in de Eerste Kamer is aangehouden en het kabinet verkent een vermogenswinstbelasting, die pas bij verkoop heft. Beleggingen in een eigen vennootschap vallen buiten die wet.
[17] Dit heet de verzilveringsproblematiek: de heffingskortingen zijn hoger dan de verschuldigde belasting en het restant wordt niet uitbetaald.
[18] De aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO) is een bijstandsuitkering voor ouderen met een onvolledige AOW, uitgevoerd door de SVB. Een aanzienlijk deel van de rechthebbenden vraagt haar niet aan.
[19] Eigen modelberekening.
[20] Zie voor de omvang van de lokale lasten en de verschillen tussen gemeenten de jaarlijkse Atlas van de lokale lasten van COELO (Rijksuniversiteit Groningen).

Lees alle artikelen van
Patrick Spigt

Deel dit artikel

  • Deel op Facebook Deel op Facebook
  • Deel op LinkedIn Deel op LinkedIn
  • Deel via e-mail Deel via e-mail
Bekijk alle auteurs

Lees Interacties

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Footer

  • FAQ

Over Platform O

  • Partners
  • Over ons

Wil je zelf kennis delen?

Meld je aan als gastauteur.

Aanmelden

Wil je ons steunen?

Meld je aan als kennispartner.

Aanmelden

Copyright © 2026 Platform O | Webdesign bureau Indigo

  • Home
  • Nieuwsoverzicht
  • Auteurs
  • Partners
  • Over ons
  • FAQ
  • Contact

Zoeken naar:

Aanmelden als kennispartner

Naam(Vereist)

Aanmelden als gastauteur

Naam(Vereist)