Delen is het nieuwe plebben: de schaduwkant van de on demand-economie

Geluk zit in kleine dingen. Voor wie groots wil leven zit dat geluk steeds vaker in kleine dingen niet hoeven doen.

Stel: je wilt naar een concert in het centrum van Amsterdam en je wilt je niet bezighouden met iets saais als een parkeerplek zoeken. Daar is nu een oplossing voor. De Amerikaanse start-up Luxe levert ‘valet parking’ waar je maar wilt. In de app geef je aan waar je je auto uit handen wilt geven, en op dat moment zorgt een ingehuurd hulpje ervoor dat hij klaarstaat om je auto te parkeren. Dit soort ‘iemand-op-afroep-diensten’ neemt in Amerika enorm toe. Dankzij de start-up Trashday hoef je nooit meer zelf het vuilnis aan de straat te zetten. De start-up Drizzly zorgt ervoor dat iemand je een drankje komt brengen wanneer je dat maar wilt. En als je een klusje hebt waar nog geen specifieke start-up voor is, dan huur je gewoon iemand in via Taskrabbit, die dan door een Uber-chauffeur naar je toe wordt gereden. In zijn vrije tijd is die chauffeur misschien ook Manservant, een dienst voor vrouwen die in de watten gelegd willen worden door aantrekkelijke mannen:

Screenshot uit de promovideo van Manservants. Die kun je beter niet op je werk kijken..

Screenshot uit de promovideo van Manservants, die je beter niet op je werk kunt kijken.

‘Er is altijd wel iemand wiens tijd even minder waard is dan die van jou’

Ook in Nederland zien we deze ontwikkeling. Foodora haalt eten voor je af bij restaurants. Bij Werkspot kun je een doe-het-zelver inhuren. Via AskYourButler laat je iemand je aankopen en restaurantjes regelen. Bubble bezorgt binnen Amsterdam je online aankopen binnen twee uur met een bakfiets.

Er is altijd wel iemand wiens tijd even minder waard is dan die van jou.

Dat klinkt misschien efficiënt, flexibel en handig. Maar er zitten ook schaduwkanten aan deze on demand-economie. Nu de eerste hype een beetje voorbij is, worden die steeds duidelijker. Uit vele onderzoeken en sappige verhalen blijkt hoe er in deze ‘gig-economy’ vol ‘microwork maar weinig te verdienen valt. Journalist Benjamin Walker vroeg de vijfentwintigjarige Andrew om een maand lang alleen geld te verdienen via de in San Francisco aanwezige diensten. In zijn fantastische podcast wordt goed duidelijk hoe je leven eruitziet als je de hele dag alleen maar rondrijdt en kleine klusjes regelt: slecht betaald (hij komt die maand niet rond), repetitief, en altijd onder druk van een mogelijk ‘slechte review’. Vooral dat laatste is belangrijk: als je gemiddelde beoordeling onder de 4,6 sterren duikt kun je het wel vergeten. Je krijgt dan geen werk of alleen het werk dat de algoritmen als rotklusje bestempelen.

Ook voor de gebruikers van de diensten, de opdrachtgevers, zijn er donkere kantjes. Na een halve maand als ‘instaserf’ bezig te zijn, stelt Andrew:

‘But seriously, I think I had it all wrong about the sharing economy. Sure, these companies are trying to turn its workers into robots. But it’s the customers. They are the ones who have lost their humanity. […] How empathetic can you be with your fellow man if you can’t even bear to wear in line with him for a burrito.’

‘Er lijkt een stukje empathie, een stukje menselijkheid, verloren te gaan in het app-gebaseerde opdrachtgeverschap’

Er lijkt een stukje empathie, een stukje menselijkheid, verloren te gaan in dit app-gebaseerde opdrachtgeverschap. De grotere maatschappelijke gevolgen van dit individuele leed zijn ook niet voor de poes. Socioloog Guy Standing spreekt van de heropstanding van het precariaat, een bevolkingsgroep die niet alleen weinig verdient, maar ook zeer weinig arbeidszekerheid heeft. Dit precariaat, stelt hij, is erg vatbaar voor populistische en extremistische denkbeelden. Daarnaast sparen ze notoir slecht voor dingen als een pensioen. Samengevat: de huidige flexibiliteit wordt in de toekomst mogelijk duur betaald.

Wie er wel op vooruitgaan zijn de werkverdelingsplatforms zelf. Die stellen dat ze slechts een marktplaats zijn en daardoor geen verantwoordelijkheid dragen zoals werkgevers dat doen, laat staan dat ze verantwoordelijkheid pakken voor de gezondheid van de onderkant van de arbeidsmarkt als geheel. Zo stelt Uber dat iedereen die voor hen werkt ZZP-er is, en daardoor de ‘vrije keus’ heeft om wel of niet mee te blijven doen. Take it or leave it, is in wezen het devies.

Deze losse arbeidsrelatie maakt het mogelijk dat de online platforms die het werk verdelen continu de regels en de hoeveelheid geld die verdiend kan worden aanpassen. Het zal je niet verbazen: dat levert veel frustratie op.

Wanneer een bedrijf een markt eenmaal in zijn greep heeft, is het tijd om andere markten te bestormen en daar ook platformen op te zetten die arbeid flexibiliseren. Dit landveroveren is voor een hedendaagse on demand-startup het hoogste doel, stelt schrijver Douglas Rushkoff in zijn nieuwe boek Throwing rocks at the Google bus. Hij beschrijft daarin de spanningen die dit economische model met zich meebrengen, waarbij de titel al verwijst naar de uitkomst. Mensen uit de onderkant van de arbeidsmarkt gooien in San Francisco stenen naar de privébussen waarin Google-medewerkers door Silicon Valley worden vervoerd. Velen kunnen de snel stijgende huur in gentrificerend San Francisco niet meer betalen.

De nieuwe flexibele economieën die het internet mogelijk maakt, zoals de deeleconomie en de on-demand economie, lijken kortom niet zo positief uit te pakken als eerst werd gedacht. Wanneer de onderkant van de arbeidsmarkt in een race-to-the-bottom belandt, groeit de kloof tussen arm en rijk. Dat kunnen we in Europa voorkomen door verhalen van alledaagse burgers uit Silicon Valley op te pikken en snel tegenover de Hosanna-verhalen over de deeleconomie te zetten. Dan komen we misschien in een nuchter midden uit.

‘Waarom ontstaan er wel hippe digitale platforms voor het verdelen van het werk, maar niet voor het verdedigen van de solidariteit?’

Er zijn gelukkig positieve ontwikkelingen. Uber werd in haar thuisland verplicht om haar ‘werkpartners’ te erkennen als werknemers, onder andere omdat ze niet hun eigen prijzen kunnen bepalen. Dit is een belangrijke ontwikkeling, want de losse arbeidsrelatie en het ‘we zijn slechts een marktplaats’-verhaal van deze diensten is het fundament onder hun businessmodel.

Naast deze wettelijke erkenning zouden ook de werknemers onderling zich kunnen organiseren. Er zijn in de Verenigde Staten en in Frankrijk al felle protesten tegen Uber begonnen. Waarom ontstaan er wel hippe, digitale platforms voor het verdelen van het werk, maar niet voor het verdedigen van de solidariteit?

Misschien komt dat omdat dingen als solidariteit en geluk zo lastig te meten zijn. Of concepten als het basisinkomen nou haalbaar zijn of niet, er zit een waardevol inzicht in: het geluk van de werknemer is misschien moeilijk op de balans te zetten, maar het is zeker iets waard. Het kan op de lange termijn voor economische groei zorgen, en ontneemt radicale destructieve ideeën hun voedingsbodem.

Het geluk zit in kleine dingen, maar het zit zeker niet in kleine klusjes. Ongeremde flexibilisering leidt op de lange termijn niet alleen tot financiële armoede, maar ook tot een verlies van het grootste ongrijpbare goed dat we samen bezitten: ons sociaal kapitaal.

Vond je dit artikel interessant? Lees alle artikelen van Tijmen Schep
Deel dit artikel

Er zijn nog geen reacties op dit artikel
Dankjewel voor je bijdrage
We hebben je reactie doorgestuurd naar de redacteur(en) van dit artikel en redactie van platform O. Deel het artikel en jouw bijdrage ook met je omgeving om discussie te stimuleren.