‘Mijn open data roesten weg’

De beloften zijn groot en veel. Bij een open samenleving hoort een open democratie. Een open democratie vraagt om een open overheid. En de motor achter dat alles zijn open data. Open data zijn de wegwijzers naar het land waarin je wilt wonen, ze vormen het gladde asfalt naar het beloofde land.

Want ja, een open overheid is een transparante overheid. Een overheid die laat zien hoe afwegingen tot stand komen, welke informatie daarvoor gebruikt wordt. Het is een overheid die deze data beschikbaar stelt aan iedereen. Zo kan iedereen een bijdrage leveren aan het gezond houden van de democratie. Zonder open data geen open overheid.

En wat gebracht wordt als een keus is zo goed als dwang. Want als je niet meedoet aan de hype om data actief openbaar te maken, dan ben je blijkbaar tegen transparantie, tegen burgers zelf, tegen de samenleving zelfs. Tegen onze westerse waarden. Nee, niemand die dat hardop zegt, dat zou immers al te boud zijn, maar elke niet uitgesproken bijzin straalt wel degelijk dat soort teksten uit.

‘Als je niet meedoet met de hype om data openbaar te maken, ben je tegen transparantie en burgers zelf’

Ik ben ook zo’n believer in nut en noodzaak van open data. Geloof ik. Data, verkregen met publieke middelen, zijn van datzelfde publiek en dienen dus publiekelijk beschikbaar te zijn. En dus maakt ook mijn gemeente van de hype een trend en heeft ook Schiedam een heus open data portal met alsmaar meer gegevens. Daar wordt systematisch aan gewerkt. Sterker, we letten scherp op de kwaliteit ervan, ik sluit niet uit dat we weliswaar niet de meeste maar wel de beste data online zetten, inclusief dashboards voor visualisatie. En dat alles omringt met verantwoorde teksten als:

De vrij beschikbare data van de gemeente kunnen door iedereen gebruikt worden voor nieuwe initiatieven en oplossingen, bijvoorbeeld als input voor beleid of voor ontwikkeling van apps en andere datadiensten. Schiedam wil niet alleen zaken vóór inwoners en ondernemers doen, maar vooral ook sámen met hen en ze zelf de mogelijkheid geven om zelf initiatieven te ontwikkelen. De gemeente beschikt over veel data, zoals geografische, demografische en mobiliteitsgegevens. Steeds meer van deze data zullen via de portal beschikbaar komen. Door data beschikbaar te stellen, worden burgers, maatschappelijke instellingen en bedrijfsleven in staat gesteld deze voor allerlei doeleinden te hergebruiken. Hierdoor kunnen ze bijdragen aan economische, educatieve, sociale en duurzame activiteiten in de gemeente Schiedam. Deze ontwikkeling vraagt om nieuwe verbindingen tussen inwoners en gemeente en een transparante samenwerking.

En daar gaat het dus gillend fout. Ik heb nog geen enkele startup gezien die nieuwe business maakt, ik heb nog niemand op een zolderkamertje ontdekt die slimme appjes maakt, ik heb nog geen wave van inwoners gezien. Mij zijn geen steil stijgende grafieken bekend over de ontwikkeling van economische, educatieve, sociale en duurzame activiteiten in Schiedam omdat daar een gemeentesecretaris zit die in open data wil geloven.

Het zal best waar zijn dat Nederland te klein is voor nieuwe verdienmodellen met open data. En het zal ook zeker wel waar zijn dat we vanuit een smart city perspectief de link met technologie moeten leggen. En nog meer waar is het dat er vooral bij de overheid een cultuur van leren en experimenteren nodig is. Maar echt, daar koop ik allemaal niks voor.

Mijn portal is geduldig. De open data staan de hele dag een beetje te staan. Als digitale hangjongeren. Lusteloos tot op het bot, niemand heeft ze nodig. Ach, waren mijn open data maar van ijzer, dan kon je tenminste gewoon zíen dat ze langzaam staan weg te roesten. Geoxideerde cijferbrij.

En toch blijf ik een believer. Omdat ik bij de open overheid werk.

 

Vond je dit artikel interessant? Lees alle artikelen van Jan van Ginkel
Deel dit artikel

Er zijn 5 reacties op dit artikel
Dankjewel voor je bijdrage
We hebben je reactie doorgestuurd naar de redacteur(en) van dit artikel en redactie van platform O. Deel het artikel en jouw bijdrage ook met je omgeving om discussie te stimuleren.
Larissa Zegveld
Directeur KING

Het plaatsen van open data leidt niet automatisch tot nieuwe, spannende apps die verrassende inzichten bieden op de lokale samenleving. Natuurlijk is de beschikbaarheid van kwalitatief goede datasets een voorwaarde sine quo non. Maar je bent er dan nog niet. Iets wat voorheen tegen hoge kosten verkrijgbaar was, kan niet automatisch op meer gebruik rekenen als de kostprijs daalt. Er moet meer samenkomen om ‘waarde’ te laten ontstaan. 
De data moeten worden geduid en in context worden geplaatst om de toegevoegde waarde ervan aan te tonen. Soms is die evident, soms moet de latente wens manifest worden gemaakt. Vergelijk het met Henry Ford: vraag mensen wat ze willen en het antwoord is ‘een sneller paard’. En toen introduceerde hij een massaal geproduceerde auto. 
In de situatie met de overheid is het complexer. Ze heeft de ambitie om alle burgers op een juiste en adequate manier te bedienen: nutsmaximalisatie. De overheid handelt vanuit de waarden legitimiteit en rechtmatigheid. Vanuit die drijfveer is het heel goed om data open te stellen. Vrije toegang tot de data zorgt er in ieder geval voor dat de informatiepositie van alle mensen in de samenleving gelijk is. In dat opzicht draagt open data al bij aan de maximalisatie van het maatschappelijk nut.  
Voor het tweede effect dat Van Ginkel verwacht – de slimme whizz kids die de ene na de andere miljoenenapp in de appstore knallen – moet ervoor worden gezorgd dat iets anders kan worden geboden dan ‘snellere paarden’. Je moet een stap kunnen zetten in wat je met de gegevens kunt. Een veelgebruikt voorbeeld is buienradar. Zij waren in staat om op basis van de open data van het KNMI een app te creëren die de weerberichten bijna overbodig hebben gemaakt. Je kunt op elk moment van de dag op elke gewenste plaats opvragen of er in de komende uren regen zal gaan vallen. Iedereen met een smartphone maakt ineens een sprong van descriptive analytics (hoe is het weer nu?) naar predictive analytics (gaat het in de nabije toekomst regenen?). Daarmee is de latente behoefte van mensen blijkbaar goed manifest gemaakt. Op een vergelijkbare manier heeft tomtom de stratenboeken niet alleen overbodig gemaakt: doordat het systeem weet op welke momenten er op bepaalde plaatsen files staan, kan een veel preciezere berekening van de reistijd en betere alternatieve routes worden bepaald. 
Met welke van de 49 open data sets van de gemeente Schiedam kun je een dergelijke ‘sprong’ in de analytics maken? Waar liggen kansen om de stap te zetten van retrospectieve analyses naar prospectieve analyse? Zowel voor de beleidsvraagstukken van de gemeente, als voor inwoners van de stad? Persoonlijk zie ik er geen tussen staan, waarvan ik denk dat het mij in enig denkbare situatie in mijn leven kan helpen om een betere informatiepositie te krijgen. Geen antwoorden op de vragen die je met predictive analytics zou kunnen beantwoorden. Type en positie van de Schiedamse verkeerslichten? Het aantal binnengemeentelijke verhuizingen per wijk (2014)? De geboortes naar geslacht van het kind en leeftijd van de moeder (2014)? Misschien wel als je het combineert: in hoeveel gevallen hangen geboortes en verhuizingen met elkaar samen? In hoeveel gevallen leidt gezinsuitbreiding tot een verhuizing? En naar welke wijk verhuist men dan? Dat kan relevant zijn voor de planning van voorzieningen in de verschillende delen van de gemeente. Helaas bieden de aangeboden bestanden geen mogelijkheid om de sets op die manier te koppelen. Maar goed, dat komt waarschijnlijk omdat ik geen 15-jarige computernerd ben…..

16 dec 2015
Edo Plantinga

@Larissa: Inderdaad is het voorbeeld van buienradar veelgebruikt. Zelfs zo veelgebruikt dat ik er een beetje achterdochtig van wordt: we maken ons nu al een jaar of vijf op wat grotere schaal druk over open data, en nog steeds wordt dit voorbeeld (en nog een handvol anderen) er steeds bijgehaald. Is er dan niets nieuws te melden? Tig appcontests en hackatons verder staan de nieuwe innovaties rondom open data niet in verhouding tot de effort die er inmiddels in gestoken is door de overheid. Hoe kan dat? Is het wellicht denkbaar dat ook als al dit allerlei gemeentelijke datasets straks wél in een eenduidig formaat beschikbaar zijn, die killerapp er nog steeds niet komt? Omdat er nu eenmaal geen businessmodel te verzinnen is rondom de locaties van lantarenpalen, afvalcontainers en bomen, in welke gemeente dan ook? 

Het idee dat er voor veel datasets een”latente behoefte” kan worden blootgelegd, vind ik wat dat betreft een riskante. Dit wordt maar al te vaak gebruikt als een excuus om niet na te denken over een eventuele commerciële waarde van een dataset. “Dat laten we aan de markt”. Terwijl je op je vingers kunt natellen dat “de markt” rondom veel van de gepubliceerde datasets echt geen businessmodel kan opbouwen. En ondertussen kost het een hoop tijd (= geld) om datasets te publiceren en te onderhouden. 

Wat dat betreft kan ik me goed vinden in het argument van Peter Millenaar: binnen de overheid kan het al enorm schelen als data open beschikbaar is. Want als je een nieuwe wijk wilt aanleggen / een natuurgebied wilt vergroten / je vuilnisophaaldienst wilt uitbesteden, etc, dan zijn locaties van lantarenpalen, afvalcontainers en bomen ineens wél interessant. Misschien moeten we er dan ook meer zo tegenaan kijken: de overheid moet vooral datasets open maken die ze voor intern gebruik toch al nodig heeft, en als het bedrijfsleven die dan kan hergebruiken, dan is het mooi meegenomen.

Uitstekend voorbeeld hiervan is wetten.overheid.nl: enorm waardevol voor de overheid om alle wetgeving makkelijk beschikbaar te hebben, en tegelijkertijd is er een aantal bedrijven die deze data verrijken, bundelen en koppelen en hier vervolgens een boterham mee verdienen. 

2 feb 2016
Jan van Ginkel
Loco-provinciesecretaris Zuid-Holland

Het advies van Peter Millenaar is raak. Ik heb, bij wijze van spreken, liever roestende open data dan helemaal geen open data. Voor mij zijn open data niet primair gegevens, maar accentueren en faciliteren ze een bewéging. Die beweging is inderdaad, zoals Peter daar op wijst, intern van betekenis, maar zeker ook, en daar wijst Wijnand Engelkes op, extern van meerwaarde. Weliswaar benadrukt Wijnand het belang van uitventen, maar daarmee gaat hij ietwat voorbij aan het feit dat we als overheden in de Nederlandse context met elkaar nog nauwelijks begónnen zijn met openheid. Je kunt alleen reclame maken met je spullenboel als er iets zinnigs in de schappen van je winkel ligt. Kortom, hoog tijd om open te spreken over de noodzaak van meer tempo in het genereren en gebruiken van open data. Zodat ze de tijd niet krijgen om te gaan roesten.

12 dec 2015