Van links naar rechts: Theo Veltman, Joep Brouwers, Henk Volberda, Anne-Wil Lucas, Michiel van den Hauten en moderator Guido Rijnja

Nederland innovatieland: tandje erbij!

Dialoogtafel platform O en Publiek Denken

Innovatie is de motor van onze kenniseconomie. Nederland scoort dan ook goed op de lijstjes als innovatieland. Maar we moeten oppassen dat we niet te zelfgenoegzaam worden, waarschuwen vijf experts aan de dialoogtafel Nederland Innovatieland, die platform O, samen met Publiek Denken, 28 november jongstleden organiseerde. ‘Zijn er straks nog wel genoeg mensen met de juiste kennis?’

We staan op de vierde plek op de European Innovation Scoreboard van de Europese Commissie en de Global Competitiveness Index van het World Economic Forum, zijn steeds vaker een proeftuin als het gaat om mobiliteit, ict, windenergie en klimaatadaptatie en hebben met Brainport Eindhoven een van de meest prominente en innovatieve hightech centra van Europa in huis. Toch moeten we ervoor waken dat we niet achteroverleunen, waarschuwt Anne-Wil Lucas Program Director Talent, Knowledge & Skills Startup Delta tijdens de dialoogtafel. ‘Dat we nu hoog op de lijstjes staan, wil nog niet zeggen dat we ook winnaars van morgen zijn. Ik denk zelfs dat we een tandje moeten bijzetten.’

Sociale innovatie
Daar is ook Henk Volberda, hoogleraar strategisch management en ondernemingsbeleid van het Erasmus Centre for Business Innovation (partnerinstituut van het World Economic Forum), het mee eens. ‘We zitten midden in de vierde industriële revolutie, maar veel bedrijven zijn nog georganiseerd alsof ze in de eerste of tweede revolutie zitten. Er zijn hele grote technologische ontwikkelingen gaande. Daar hebben we mensen nodig met de juiste kennis in huis. We moeten meer oog hebben voor sociale innovatie. We denken vaak aan nieuwe producten, maar voor het succes ervan heb je ook leiderschap, de juiste mensen en platte organisatie nodig.’
Wie innovatie zegt, denkt vaak meteen aan startups. Wat is de rol van de grote bedrijven? Lucas: ‘Een land met alleen maar grote corporates kan minder snel inspelen op innovatie, tegelijk kan innovatie niet zonder deze grote bedrijven. Zij hebben het geld en de slagkracht. Het netwerk tussen beide kanten is waarom het gaat.’ Joep Brouwers, adjunct-directeur Brainport Eindhoven, vindt dat er meer durf moet komen vanuit de grotere bedrijven. ‘We merken dat het in Nederland heel moeilijk is om ingewikkelde dingen te maken en deze op de markt te zetten. Kijk bijvoorbeeld naar fotonica. Dat kan buitengewoon succesvol zijn, een nieuwe ASML. Toch pakt niemand het op, omdat het te risicovol is.’

Overheid in aanjagende rol
Daarom moet de overheid meer een rol hebben, stelt Brouwers. ‘In Nederland houden we illusie hoog dat innovatie puur corporate is. Hier richten we platforms op waarin we veel praten, terwijl in Duitsland de overheid miljoenen investeert.’ ‘De nieuwe opzet van het Topsectorenbeleid onder Rutte III, waarin overheid samen met wetenschap en bedrijfsleven werkt aan onderzoek en innovatie, wordt door de experts gezien als kans. Het is minder sectoraal en meer gericht zijn op economische kansen.’ Bovendien sluit deze aanpak goed aan op de Nationale Wetenschapsagenda, het richtinggevende kader voor wetenschappelijk onderzoek in Nederland.

‘Veel startups scoren goed als pilot, maar weten nog niet zo goed hoe ze daadwerkelijk groter moeten groeien’

 

Toch vindt Volberda dat innovatie vooral vanuit de bedrijven zelf moet komen. ‘De basiscondities in Nederland zijn daarvoor op orde. De kwaliteit van het onderwijs is er, de infrastructuur en gezondheid. We gaan alleen te veel ervan uit dat innovatie vanzelf komt. We moeten blijven werken aan het innovatiepotentieel van bedrijven. Gelukkig zien we bedrijven nu weer voor het eerst meer investeren in R&D, dus in de lange termijn. De overheid heeft daarbij vooral een sturende rol. Bijvoorbeeld als launching customer.’
‘In mijn ogen moet de overheid bij innovatie voorbeeld zijn en faciliteren en stimuleren,’ vult Theo Veltman aan, die zowel bij de gemeente Amsterdam als Amstelveen werkt aan innovatie. ‘Je stimuleert innovatie met regelgeving, inzet en geld. In Amsterdam creerden we een ecostructuur dat crossover-samenwerking stimuleert evenals contacten tussen wetenschap, commercie en nonprofit. De bedrijven moeten geleidelijk aan zelf de broek gaan ophouden.’

Knoppen om aan te draaien
Maar aan welke knoppen kan de overheid draaien om innovatie te stimuleren, vraagt gespreksleider Guido Rijnja af. Michiel van den Hauten, hoofd/plaatsvervangend directeur Onderzoek en Wetenschapsbeleid bij het ministerie van OCW: ‘Ik denk dat het vooral belangrijk is dat de overheid voorwaarden creëert zodat startups hun werk kunnen doen.’ Lucas noemt de Hyperloop, de snelle buizentrein, als een voorbeeld waarbij de overheid dat zou kunnen doen. Na het succes van startup uit Delft, is het nu typisch de rol van de overheid om een testfaciliteit te helpen opzetten, stelt ze. ‘Als je dat in Nederland test, zet je als land de standaard. Dan komt straks de hele wereld hiernaartoe om te testen.’
Andere knoppen om aan te draaien is om de wetenschap meer in te richten dat bedrijven erin willen participeren, stelt Lucas. ‘Daar zie ik in Nederland nog een wereld te winnen. Hoe richten we de sublieme wetenschap zo in dat ze bijdraagt aan onze economie? Hoe kun je zorgen bedrijven meer investeren in R&D. Valorisatie, het omzetten van kennis naar waarde, moet meer tussen de oren komen van universiteiten.’
Wat is het advies aan de nieuwe regering? Veltman pleit voor meer aandacht voor de maatschappelijke incubatieperiode bij innovatie waardoor opschaling van goed initiatieven lastig is. ‘Startups die goed scoren als pilot groeien niet zo maar. Nieuwe diensten die ons gedrag veranderen, zijn niet snel ‘mainstream’. AirBnB en Uber zijn snel gegroeid. Het is een ander businessmodel, maar het verandert in feite niets aan ons gedrag. Een dienst als deelauto’s daarentegen heeft meer tijd nodig. Dat verandert ons gedrag.’
 Brouwers, Lucas en Volberda adviseren vooral om aandacht te hebben voor het dreigend tekort aan talent. ‘65 procent van de kinderen die nu naar de basisschool werkt later in functies die nu nog bestaan,’ stelt de hoogleraar. Brouwers benadrukt ook de noodzaak om meer na te denken over de impact van digitalisering op de samenleving. ‘Er komt nog veel aan. You ain’t seen nothing yet.’

Dit verslag is geschreven door Pieter Verbeek. Bent u niet aanwezig geweest maar wilt u de dialoogtafel toch ‘live’ volgen, bekijk dan het videoverslag.

Vond je dit artikel interessant? Lees alle artikelen van platform O
Deel dit artikel

Er is 1 reactie op dit artikel
Dankjewel voor je bijdrage
We hebben je reactie doorgestuurd naar de redacteur(en) van dit artikel en redactie van platform O. Deel het artikel en jouw bijdrage ook met je omgeving om discussie te stimuleren.
Tom van Doormaal
Politicoloog, gepensioneerd ambtenaar van VROM

Interessante beschouwingen, maar het gehalte aan begrippen uit bepaalde bingo’s is toch wat hoog. De vraag houdt me bezig wie nu geadresseerd is, wie op welk inzicht zit te wachten?
De grote technologische bedrijven niet, vermoed ik.
De V.S. hebben een grote defensieindustrie, die voor opdrachten zorgt, wij niet. In de landbouw doen we het beter, met de LUW en een systeem van experimenten en beleid.
Ik kijk naar de aansluitingen in de regelgeving, de scheiding tussen operationele taken en wetgevende taken en denk: daar gaat veel mis. Het mag allemaal zo ontstuimig zijn, maar ik bazelde drie decennia terug ook mee over kennisinfrastructuur. Het is wat te kritisch, maar ik bedoel: zoeken we het niet een beetje te ver?

6 dec 2017