Zonder vuur geen samenwerking


Beste Martijn, Merlijn en Lisette,

In deze wekelijkse reeks onderzoeken Merlijn Ballieux, Martijn Jebbink en Lisette de Waard de praktijk van samenwerken aan complexe maatschappelijke opgaven. Van binnen en van buiten. Deze week is de bijdrage van Shervin Nekuee.

Groeten vanaf het Haagse Zuiderstrand. Hier is de horizon wijds, hier haal ik de energie vandaan als ik denk dat ik tegen de stroom in moet zwemmen. In dit geval, tegen de neiging om samenwerken te idealiseren en als de remedie te zien voor de vertrouwenscrisis waar de rijkoverheid in terecht is gekomen.

Samenwerken is een middel. Wat is het doel?

Martijn merkt terecht op: aan samenwerken gaat altijd iets vooraf. In zijn visie is dat het besef van wederzijdse afhankelijkheid. Dat is mij dan weer te snel te praktisch. Wat mij betreft gaat aan een zinnige samenwerking een poëtischer en idealistischer dialoog vooraf. Zulke gesprekken kunnen enkel ontstaan als de organisatie een beroep doet op en ruimte maakt voor de authenticiteit van medewerkers.

‘Als er geen vuur is, kunnen we geen coalitie smeden’

En ja, uitstekend idee van Merlijn om bij het componeren – in dat woord zit meer muziek dan in ‘samenstellen’ – van de groep die gaat samenwerken, er op te letten dat we er vooral mensen bij zetten die ook verstand hebben van de processen van samenwerking. Toch is ook dát mij al te snel te praktisch. Als er geen vuur is, dan kunnen we geen coalitie smeden. En dit soort technische kunstgrepen brengen dan geen soelaas.

Wat er ontbreekt? Desire and direction. In de boot van Lisette – prachtig getekend – mis ik iemand die niet richtingloos aan het roeien is, maar die met passie en overtuiging wijst naar een horizon van hoop.

De grote opgaven van vandaag vragen precies het tegenovergestelde van ons dan nóg meer overlegrondjes. De rijkoverheid moet zichzelf opnieuw uitvinden. En de vragen die daarmee gepaard gaan, gaan niet alleen over een andere organisatieordening. De wezenlijke vragen die bij een dergelijke transformatie horen, gaan ook over onszelf: ambtenaren. Over hoe we ons empathisch vermogen met onze superdiverse samenleving vergroten. Hoe we zorgen voor het brandend blijven van ons vuur van verlangen naar een oprechte verbinding met elkaar en met de samenleving.

‘Iedere ambtenaar kan een eigen authentieke zoektocht aangaan’

Het vuur om goud te maken van ‘werken voor Nederland’ is simpelweg op te wekken door te werken mét Nederland. De hereniging met burgers aan te gaan en hun systeempijn te doorvoelen. Dan ontstaat een authentieke stuwkracht om werkelijk intern en extern samen te werken. Desire als noodzakelijke voorwaarde om direction zinderende betekenis te geven.

Hier hoort bij dat iedere ambtenaar een eigen authentieke zoektocht aan kan gaan. Daarom zou ik, in plaats van ingenieuze plannen en dure trainingen, alle ambtenaren de ultieme tussenruimte willen gunnen, waarin ieder van ons – de ambtelijke top voorop – 40 dagen vrijwillige sociale dienstverlening kan doen. De wereld in, buiten de muren van de rijksoverheid. Als een symbolische en wezenlijke initiatie. Een teken van ons gezamenlijke verlangen naar de hereniging met de samenleving.

Ik weet het zeker: na 40 dagen heeft ieder van ons bij het eerstvolgende overlegrondje meer vertrouwen in het eigen vuur en de eigen authenticiteit. En kunnen we samenwerken.

Vond je dit artikel interessant? Lees alle artikelen van: Marc Notebomer
Deel dit artikel

Er zijn nog geen reacties op dit artikel

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*