2020 is jaar van herdenken en bezinnen

Analyse van de nieuwjaarstoespraken van burgemeesters en commissarissen van de Koning, deel 1

Van de fundamenten van de democratie tot 75 jaar vrede en regionale samenwerking: zoals ieder jaar bespraken commissarissen van de Koning en burgemeesters in hun nieuwjaarstoespraken de in hun ogen actuele thema’s van deze tijd. Historicus en programmamanager Versterking Democratie en Bestuur (BZK) Boudewijn Steur analyseert een aantal toespraken en benoemt trends en opvallende zaken, met vandaag aandacht voor de eerste vijf thema’s.

Lees hier deel 2 van Boudewijn Steurs analyse van toespraken door burgemeesters en commissarissen van de Koning.

Dames en heren, mag ik u vragen het glas te heffen op het nieuwe jaar? Woorden die het einde markeren van de nieuwjaarstoespraak van vele commissarissen van de Koning en burgemeesters. Vrijwel iedere bestuurder houdt aan het begin van het jaar een dergelijke toespraak. Deze gelegenheden bieden de mogelijkheid om inwoners de beste wensen voor het komende jaar over te brengen. Maar dat is zeker niet de belangrijkste functie. Zij bieden ook de kans om – los van een specifiek dossier – breder te reflecteren op hoe de gemeente of provincie ervoor staat. Door terug te kijken, door vooruit te kijken, en deze perspectieven te plaatsen in de huidige maatschappelijke context.[1]
Nieuwjaarstoespraken schetsen daarmee een beeld van het huidige denken in bestuurlijk Nederland. Van jaar tot jaar zijn er overeenkomsten en verschillen in de besproken thema’s. De zorgen van bestuurders veranderen als gevolg van bepaalde gebeurtenissen. Denk aan de vluchtelingencrisis in 2015, de Brexit en de verkiezingsoverwinning van Donald Trump in 2016, de klimaattafels in 2018 of de protesten vanuit de agrarische, bouw- en onderwijssector in 2019.
In de nieuwjaarstoespraken van 2020 domineert de 75-jarige herdenking van het einde van de Tweede Wereldoorlog. In het verlengde daarvan wordt ook veel gesproken over de manier waarop wij in de samenleving met elkaar om (willen) gaan. Het gaat daarbij om herdenken, maar ook om bezinning. Naast dit dominante onderwerp komt een scala aan andere thema’s aan bod, zoals het functioneren van de democratie, het belang van regionale samenwerking, de waarde van vrijwilligers, de noodzaak van een vuurwerkverbod en de urgentie van de woningnood. In het onderstaande zal ik op een aantal van deze thema’s nader ingaan.

Vrede en vrijheid
In vrijwel alle toespraken wordt stilgestaan bij de herdenking dat Nederland 75 jaar geleden werd bevrijd. Daarbij wordt het belang om te blijven herdenken benadrukt, ook omdat het geen vanzelfsprekendheid is. ‘Een bevrijding moet je vieren,’ zegt burgemeester Vlecken van Landgraaf, ‘maar tegelijkertijd mag je nooit de mensen vergeten die onze vrijheid met hun leven hebben betaald.’ Dat is ook de reden dat veel gemeenten hebben deelgenomen aan het herdenkingsproject van Daan Roosegaarde, waar veel bestuurders expliciet naar verwijzen.
Daarnaast roepen bestuurders op tot bezinning. ‘Soms glijdt de tijd door onze vingers. Soms staat ze stil,’ memoreert burgemeester Schuiling van Groningen. ‘We zeggen dan: alsof het gisteren gebeurd is. Die gebeurtenissen verbinden ons. We slaan ze op in ons collectieve geheugen. Zelfs als je er niet bij was kun je er lering uit trekken. Dan zeggen we dikwijls: dat nooit weer….’

‘We komen niet los van onze geschiedenis, maar zitten er ook niet in gevangen’

De vrede heeft ons een ongekende periode van vrijheid gebracht. Vrijwel alle bestuurders staan juist stil bij die verworvenheid. ‘Vrijheid is niet alleen een verworvenheid. Nee, vrijheid geeft ons ook een opdracht,’ zo zegt burgemeester Boog van Diemen. ‘Vrijheid geeft ons een opdracht om na te denken over wat vrijheid in deze tijd betekent. Vrijheid geeft ons een opdracht om elke dag weer die vrijheid te beschermen. Vrijheid geeft ons een opdracht daadwerkelijk actie te ondernemen, op te staan voor vrijheid.’ Maar er wordt ook gewezen op de kwetsbaarheid van die vrijheid. ‘Vrijheid is ook broos daar waar iemands vrijheid anderen beperkt,’ zo stelt burgemeester Bats van Steenwijkerland.
De vrijheid die wij 75 jaar geleden hebben gekregen, wordt vaak gekoppeld aan de uitdagingen van de eenentwintigste eeuw, vooral doelend op de manier waarop wij met elkaar omgaan. Daarbij wordt de verdraagzaamheid waartoe de koning heeft opgeroepen vaak aangehaald. Maar bestuurders blijven optimistisch dat wij de vrijheid uiteindelijk blijven koesteren. Burgemeester Broertjes van Hilversum verwoordde het mooi: ‘We leven in een permanente staat van verontwaardiging. Daarom eindig ik ook dit jaar met de oproep: “Morgen kan het altijd beter dan vandaag”.’

Samenleving
Traditiegetrouw beginnen de meeste nieuwjaarstoespraken met een beschouwing op de samenleving. Burgemeesters en commissarissen van de Koning gebruiken de toespraak om hun visie te geven op wat zij als belangrijke actuele ontwikkelingen in de maatschappij ervaren.

  • Optimistisch over de toekomst…
    In de meeste toespraken overheerst een optimistisch beeld over de toekomst. Dat is vergelijkbaar met vorig jaar, toen bestuurders plotseling een stuk optimistischer waren dan in voorgaande jaren. Maar dat optimisme kan alleen blijven bestaan, als we blijven investeren. Volgens een groot aantal bestuurders is het tijd voor een nieuw sociaal contract, zoals ook Kim Putters, directeur van het SCP, dat betoogt. De kansen daarvoor zijn ook zeker aanwezig, maar daar moeten we wel voor open staan. ‘Wij komen niet los van onze geschiedenis,’ zegt commissaris van de Koning Van de Donk van Noord-Brabant, ‘maar zitten er ook niet in gevangen.’
  • … maar oog voor de onvrede onder bepaalde groepen.
    Veel bestuurders halen de onvrede en het onbehagen van bepaalde groepen in de samenleving aan. Vaak wordt gewezen op de vele demonstraties in het afgelopen jaar. Daarbij worden niet alleen de gele hesjes genoemd, maar men spreekt van een breder gevoel in de samenleving. Dit wordt vaak tot uitdrukking gebracht op sociale media, de plek waar veel mensen vanuit hun bubbel zich kunnen afreageren zonder het gesprek met elkaar aan te hoeven gaan. Burgemeester Minses van Alphen-Chaam verwoordt dit mooi: ‘We slagen er helaas steeds minder in met elkaar in gesprek te blijven en dat terwijl we elkaar juist zo hard nodig hebben. Want de samenleving is geen vereniging waar je je lidmaatschap van op kunt zeggen als de activiteiten je niet meer aanstaan of een tijdschrift waarvan je het abonnement stopzet als de inhoud je niet langer bevalt.’
  • …en aandacht voor de individuele zorgen
    Zorgen zijn er echter niet alleen over de onvrede bij bepaalde groepen, maar ook om het individuele welzijn van mensen. Eenzaamheid van mensen is een thema dat dit jaar sterker naar voren komt dan in vorige jaren, waarin het door maar weinig burgemeesters werd benoemd. Veel bestuurders stellen dan ook dat eenzaamheid te lang is ontkend. Burgemeester Wiersma van Appingedam noemt eenzaamheid een maatschappelijk urgent probleem, dat niet alleen voorkomt bij oudere mensen, maar ook bij kinderen en jongeren. In een aantal gevallen wordt eenzaamheid dé schaduwkant van onze individualistische maatschappij genoemd.

Fundamenten van democratie
In het verlengde van het vieren van 75 jaar vrijheid staan de fundamentele uitgangspunten van de democratie centraal in de bestuurlijke toespraken. Dat is anders dan in voorgaande jaren, toen het veel meer ging om de vraag hoe we mensen kunnen betrekken bij maatschappelijke vraagstukken en hoe zij hun invloed kunnen aanwenden. In 2020 gaat het echter om de fundamenten van onze democratie. ‘Hoeveel ruimte pakt de meerderheid,’ vraagt burgemeester Dadema van Raalte, ‘hoeveel vrijheid krijgt de minderheid? Hoe individueel en afwijkend van de meerderheid mag je zijn?’ In veel toespraken gaat het om het besef dat wij onze democratie moeten koesteren. Daarbij gaat het niet alleen om het bestaan van vrije verkiezingen of om de democratische besluitvorming, maar juist ook om de verworvenheden van de rechtstaat, zoals de vrijheid van meningsuiting of het recht niet gediscrimineerd te worden.
Veel minder dan in afgelopen jaren krijgt de participatieve democratie aandacht. Misschien is dat te verklaren doordat juist de fundamenten van onze democratie dit jaar centraal staan. De enkele keren dat erover gesproken wordt, gaat het over het belang de geluiden van inwoners serieus te nemen. Burgemeester Ederveen van Valkenswaard zegt: ‘[d]e tijd is écht voorbij van het als gemeente zelf verzinnen en dan te gaan vragen wat u ervan vindt. Of nog erger: vragen wat u ervan vindt en dan toch denken het zelf beter te weten. En ik kijk in de spiegel: dat geldt ook voor ons als B&W of gemeenteraad. Want dat is de dood in de pot als het gaat om bewonersparticipatie.’ Maar bestuurders benadrukken ook vaker het belang van het vinden van aansluiting met de representatieve democratie. De burgemeester van Haarlem stelt: ‘Stimuleren van initiatieven uit de stad en ruimte bieden voor meedenken in wat we nieuwe democratie genoemd hebben. Maar de opgave is wel om uiteindelijk beslissingen te nemen. De volksvertegenwoordiging, de gemeenteraad, moet knopen doorhakken, hoe lastig soms ook.’

‘We moeten de Nederlandse democratie niet laten verworden tot Demonscratie’

Als participatie wordt genoemd, is dat vaak in relatie tot de energietransitie. Daarbij wordt vaak gewezen op de mogelijkheden van energiecoöperaties, waarin inwoners gezamenlijk deelnemen en een bijdrage leveren. Burgemeester De Vries van Súdwest-Fryslân wijst daarbij op de reciprociteit van dergelijke deelname: ‘Zo zou een volledig dorp – ook de bewoners van sociale huurwoningen – lid zijn en profijt hebben van een energiecoöperatie. Want de winst gaat naar maatschappelijke doelen die door de leden zelf worden bepaald. Dat is democratische vernieuwing op lokaal niveau. Het vergroot de acceptatie voor verandering in de omgeving.’ In het dorpje Heeg hebben ze daar al veel ervaring mee.
In tegenstelling tot voorgaande jaren wordt democratie bovendien gekoppeld aan de demonstraties in het afgelopen jaar, waarbij geconstateerd wordt dat het aantal demonstraties veel groter is geworden. Burgemeester Bruls van Nijmegen wijst op een trend: ‘Als we naar het aantal demonstraties in onze stad kijken, is dit de laatste jaren toegenomen van 7 stuks in 2012 naar 22 in 2016, tot 44 demonstraties in het afgelopen jaar.’ Burgemeester Bouwmeester van Coevorden waande zich soms weer even in de jaren zestig: ‘Leerkrachten, medisch personeel, klimaatactivisten, boeren, bouwers en agenten; allemaal protesteerden ze om uiteenlopende redenen. Vaak waren de demonstranten met velen en veroorzaakten ze bewust overlast om aandacht voor hun punt te krijgen.’ Veel bestuurders onderkennen dat demonstraties onderdeel zijn van de democratie. Sommigen waarschuwen echter wel dat demonstraties niet mogen verworden tot een situatie waarin de hardst schreeuwende gelijk krijgt. Burgemeester Korteland van Meppel zegt daarover dat we de Nederlandse democratie niet moeten laten verworden tot ‘Demonscratie’.

Herwaardering voor het bestuur
Opvallend is dat – in tegenstelling tot voorgaande jaren – het thema van ondermijning en bedreiging van bestuurders op de achtergrond is geraakt. Dit komt sterk naar voren bij de kwantitatieve analyse van de toespraken. Bestuurders spreken minder vaak en uitgebreid over ondermijning en bedreiging. Dat wil niet zeggen dat het probleem niet meer bestaat, maar wel dat bestuurders er minder aandacht voor vragen. In het licht van 75 jaar vrijheid is dat opvallend, omdat de viering van de vrijheid juist als kapstok kan worden genomen om ondermijning en bedreiging te benoemen, als bedreigingen van onze democratische rechtstaat.

Meer dan in voorgaande jaren wordt het belang van een presterende overheid benoemd. Diverse bestuurders constateren dat er een herwaardering van de overheid heeft plaatsgevonden. ‘Een moderne overheid is een handelende overheid”, stelt commissaris van de Koning Oosters van Utrecht. ‘Een energieke ondernemer in maatschappelijke en publieke vraagstukken. Makelaar van mensen en mogelijkheden.’ Commissaris van de Koning Smit van Zuid-Holland beaamt dit: ‘[D]at hameren op het aambeeld van een kleine overheid en het heilige geloof in de markt die al onze problemen oplost, moet bijgesteld worden.’
Maar het openbaar bestuur moet wel blijven werken aan zichzelf. Meerdere bestuurders wijzen op het deficit van het efficiency-denken in het openbaar bestuur. ‘Het perst de burger in systemen waar de menselijke maat soms ver te zoeken is’, aldus de eerdergenoemde commissaris van de Koning Smit. Maar het gaat ook om andere zaken. Burgemeester Gorter van Zeewolde wijst op de noodzaak oog voor de langere termijn te hebben. ‘De samenleving waarvoor wij werken vraagt meer en accepteert minder. Daarbij is er regelmatig vooral aandacht voor zaken die misgaan. Veel kleine gebeurtenissen krijgen overdreven veel media-aandacht. Raadsleden, wethouders en de ambtelijke organisatie komen hierdoor onder druk te staan om nú met een antwoord of reactie te komen. Dat mag niet ten koste gaan van de aandacht voor grotere, onderliggende vraagstukken op de langere termijn.’

Regionale samenwerking
In veel toespraken wordt het belang van de regio en regionale samenwerking benadrukt. In kwantitatief opzicht wordt de regio of regionale samenwerking wel minder vaak genoemd dan in voorgaande jaren. De regio of regionale samenwerking worden altijd genoemd in verband met de constatering dat maatschappelijke vraagstukken niet ophouden bij de gemeentelijke grenzen. De noodzaak om samen te werken wordt steeds breder onderkend, ook in de grote steden. Burgemeester Halsema van Amsterdam onderkent dat Amsterdam niet bestaat ‘zonder haar ommeland, zonder de metropoolregio, zonder sterke banden met Den Haag’. Daarom pleit zij voor een nieuw pact, van belang voor het ‘graven voor nieuwe stations, het verslepen van nieuw spoor en het in de grond gaan van palen voor nieuwe wijken. Maar ook – en misschien wel vooral – als we de immateriële fundamenten van onze lokale samenleving willen verstevigen.’
Hoewel iedereen bewust is van de noodzaak om regionaal samen te werken, is het handelen daarnaar niet altijd even eenvoudig. ‘Dat betekent soms ook dat we ons gemeentelijk belang ondergeschikt moeten maken,’ zegt de burgemeester Heijkoop van Hendrik-Ido-Ambacht. ‘Want alleen ga je wellicht sneller, maar samen kom je verder.’ ‘De afhankelijkheid van regionale samenwerking wordt steeds groter,’ aldus burgemeester Rensen van Brielle.

De noodzaak om samen te werken in de regio beperkt zich niet tot samenwerking met andere gemeenten. Dikwijls wordt de noodzaak benoemd om ook met andere overheden en partners binnen de regio samen te werken. Burgemeester Marcouch van Arnhem meent dat een coalitie van Rijk, provincie, regio, corporaties, onderwijs en ondernemers is noodzakelijk is om het leven van mensen beter te maken. Bestuurders wijzen bij deze interbestuurlijke samenwerking ook vaak naar de regiodeals.
De manier waarop regionale samenwerking eruit komt te zien, hoeft niet overal in Nederland hetzelfde te zijn. Commissaris van de Koning Brok van Friesland wijst op bestaande regionale verschillen, die onderkend moeten worden en tot differentiatie mogen leiden: ‘Groeiende regionale ferskillen bedriigje de bestjoerberens fan Nederlân. Yn plattelânsregio’s bestiet it gefoel dat de eigen kulturele identiteit bedrige wurdt troch in lytse, mar dominante groep ut‘e Rânested.’

Voetnoot

  • [1] Voor deze analyse heb ik 128 nieuwjaarstoespraken van bestuurders gebruikt. De belangrijkste criteria voor de selectie van toespraken waren gemeentegrootte, geografie en – uiteraard – beschikbaarheid. De meeste toespraken had ik als tekst, maar sommige waren uitsluitend beschikbaar als video. De analyse heeft een kwalitatief en kwantitatief aspect. Voor de kwantitatieve analyse heb ik uitsluitend gebruik gemaakt van de beschikbare teksten en niet van de video’s. Op basis van deze kwantitatieve analyse is inzichtelijk hoe vaak een specifiek woord in de tekst voorkomt. Zo vormt het woordje ‘de’ 5 procent van de totale tekst, terwijl het woordje ‘regen’ maar 0,0004 procent in de toespraken voorkomt. Een woord komt (erg) vaak voor als het ongeveer 0,1 procent terugkomt in de teksten. Om te bepalen welke onderwerpen dominant zijn, heb ik het gebruik van bepaalde woorden bij elkaar opgeteld, zoals ‘maatschappelijke democratie’, ‘participatieve democratie’ en ‘meedoe-democratie’. Ik heb de nieuwjaarstoespraken uit 2016, 2017, 2018 en 2019 daartegen afgezet. Dat geeft een beeld van de nadruk die burgemeesters en commissarissen leggen op bepaalde thema’s.
Vond je dit artikel interessant? Lees alle artikelen van: Boudewijn Steur
Deel dit artikel

Er is 1 reactie op dit artikel

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*

    ">Trudy Veninga
    oprichter

    Interessant. Is het al mogelijk een trend zichtbaar te maken van bijvoorbeeld 5 of 10 jaar? Ik ben ook nieuwsgierig naar stijlen, en of daarin iets verandert.

    05 feb 2020