Dienen en beïnvloeden

Over ambtelijk vakmanschap

Denken over doen, lijkt vanzelfsprekender dan het in de alledaagse praktijk van het openbaar bestuur is. De reflexive practioner (Schön) is, ook in het openbaar bestuur, eerder uitzondering dan regel. Werkdruk en de waan van de dag maken het vaak ook moeilijk om tijd te vinden voor afstandelijke reflectie op eigen en andermans handelen. Toch is die reflectie nodig om eigen functioneren – en dat van het openbaar bestuur – te verbeteren. Goed dus dat er in allerlei vormen en op allerlei niveaus vormen van post-experience onderwijs zijn, waar die reflectie wel plaats kan vinden. De Nederlandse School voor Openbaar Bestuur (NSOB) is een toonaangevende instelling op dit terrein[1].

Dienen en beïnvloeden[2] – een nieuw boek van Paul ’t Hart over ambtelijk vakmanschap – is in meer dan één opzicht een product van die NSOB. Het is een eigen uitgave van de NSOB. Maar het is vooral ook een dialoog tussen twee kerndocenten van de NSOB – hoogleraar Bestuurskunde Paul ’t Hart en topambtenaar Wim Kuijken – en de (meta)reflectie van ’t Hart op zijn gesprekken met Kuijken, die zelf overigens ook graag reflecteert op zijn ambtelijk handelen.
De dialoog tussen hen wordt in het boek verder ondersteund en verdiept door korte interviewfragmenten met (oud)collega’s en intimi van Kuijken, waarin, vanuit hun perspectief, nader wordt ingegaan op thema’s die in het gesprek aan de orde komen.
Dat het uitgebreide gesprek tussen beiden een interessant en relevant boek oplevert, behoeft nauwelijks betoog. Paul ’t Hart is een toonaangevend en uiterst productief bestuurskundige die veel over ambtelijk en politiek-bestuurlijk leiderschap heeft gepubliceerd. Wim Kuijken is een topambtenaar met een, zelfs in deze tijd van de Algemene Bestuursdienst, haast ongekend brede ervaring. Kuijken was onder meer Gemeentesecretaris van Den Haag en SG van drie departementen, waaronder AZ. Momenteel is hij Deltacommissaris[3].

Mooie combinatie
Als dit boek iets aantoont dan is het wel hoe vruchtbaar een bestuurskundig boek over werken binnen het Nederlandse openbaar bestuur en in het Nederlands geschreven, kan zijn. Juist een gevestigd en bij uitstek internationaal georiënteerd wetenschapper als ’t Hart – hij was geruime tijd werkzaam in onder meer Canberra, Oxford en Stockholm – lijkt zich dat te kunnen permitteren. Het levert een mooie combinatie op met de brede, maar vooral Nederlandse, praktijkervaring van Kuijken.
In het gesprek over de lange ambtelijke carrière van Wim Kuijken passeert een groot aantal bestuurskundig relevante thema’s de revue, zoals ambtelijk leiderschap, politiek-ambtelijke betrekkingen, het primaat van de politiek, morele dilemma’s van het ambtenaarschap. Kuijken – als Deltacommissaris, ten tijde van het interview, meer ambtelijk entrepreneur dan lijnfunctionaris – voelt zich kennelijk vrij om (voor een topambtenaar) redelijk openhartig te zijn. Dat levert retrospectief interessante doorkijkjes op.
Omdat Kuijken bij BZK en AZ betrokken was bij het politiek-bestuurlijk managen aan de top van vele crises – onder meer het aftreden van Peper, de trouwplannen van Willem-Alexander en Maxima, de moord op Fortuyn, de Catshuisbrand – leest het boek ook als een kleine handleiding voor ambtelijk crisismanagement. Van zijn vroegere politieke bazen wordt Wim Kok duidelijk meer gewaardeerd dan de als wel erg onervaren getypeerde Jan-Peter Balkenende. Maar ook wat het functioneren van de (eigen) ambtelijke top betreft, kan Kuijken zich kritisch en redelijk gedistantieerd opstellen.

Bedreigd
Hoewel zijn casusmateriaal beperkt is (N=1 immers) weet Paul ’t Hart toch moeiteloos meer algemene thema’s te ontlenen aan zijn gesprekken met Wim Kuijken. En dat niet alleen. De thema’s worden trefzeker geanalyseerd vanuit het rijke kennisareaal dat de Bestuurskunde te bieden heeft. Bijvoorbeeld over ambtelijke rollen, politiek-ambtelijke betrekkingen, over de lotgevallen van de ambtelijke topadviseur of over de morele dilemma’s waar wisselingen in de politieke macht topambtenaren mee kunnen confronteren.
Dit boek toont weer eens hoe nuttig het kan zijn dat bestuurskundigen hun inmiddels diepgaande inzicht in organisatie en functioneren van het openbaar bestuur toepassen in en op het Nederlandse openbaar bestuur. Dat is goed voor de bestuurskunde zelf. Het laat immers zien dat bestuurskunde tegelijk wetenschappelijk en toegepast wil zijn en dat ook kan zijn. Valorisatie van wetenschappelijke kennis in de eigen samenleving wordt, gelukkig, steeds meer gewaardeerd. Het is ook goed voor het Nederlandse openbaar bestuur. Juist in een tijd waarin democratie en integer bestuur van alle kanten bedreigd worden, is inzicht in hoe het openbaar bestuur goed en vertrouwenwekkend kan (blijven) functioneren cruciaal. Zowel de empirische lessen van Wim Kuijken als de meer theoretische van Paul ’t Hart dragen daar zeker aan bij.
Voor de doorwerking van die vele lessen is het ook goed dat dit een Nederlandstalig boek is. Hoe internationaal we ook georiënteerd mogen zijn, het lezen van een boek als dit in het Engels zou voor veel professionals toch een extra barrière geweest zijn; al is het maar qua tijd. De toegang tot het boek wordt nog extra vergemakkelijkt door het feit dat het boek, gratis, te downloaden is van de NSOB-site. Doen, zou ik zeggen. Het is de moeite van het lezen zeker waard.

Voetnoten

Vond je dit artikel interessant? Lees alle artikelen van Lex Cachet
Deel dit artikel

Er zijn nog geen reacties op dit artikel

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*