Een overheid voor burgers of voor onderdanen?


Een grote groep burgers voelt zich ‘niet of onvoldoende vertegenwoordigd, gehoord en serieus genomen’. Dat constateert de Staatscommissie parlementair stelsel in haar onlangs verschenen probleemverkennende rapport. Gaat het daarbij om de populistische burgers die de overheid nu eenmaal niet wíllen begrijpen of schort er iets aan de oriëntatie en het gedrag van de overheid naar de burgers toe? Ik loop een paar overheidstaken na, en duid enkele voorbeelden.

Woensdag 15 november jongstleden vernietigde de Raad van State het zogenaamde gas(boor)besluit van minister Kamp. De Raad van State spreekt zich niet uit over de uitkomst van het politieke besluit om 21,6 miljard kuub gas uit de bodem halen. Maar de hoogste bestuursrechter oordeelt wel dat de overheid onvoldoende aandacht schonk aan rechtsstatelijke zorgvuldigheidsnormen die van belang zijn bij de voorbereiding én bij de uitvoering van zo’n besluit. Daarbij gaat het om belangen zorgvuldiger afwegen, alternatieven onderzoeken, en aandacht besteden aan de risico’s voor omwonenden.

Zorgvuldig belangen afwegen is één van de belangrijkste taken van de overheid. Denk aan de CO2 opslag, wegenaanleg, bepalen van vliegroutes rondom vliegvelden, enzovoort. Ook op die terreinen bleek de belangenafweging vaak niet zorgvuldig genoeg. Het rechtsstatelijk normbesef van de overheid is daar wel aan een update toe, zeker ook waar het gaat om de aandacht voor de nadelen en de benadeelden van overheidsbesluiten.

‘Het rechtsstatelijk normbesef van de overheid
is aan een update toe’

Een andere taak van de overheid: (voor)zorgen voor de veiligheid. Waar er dreigingen of onzekerheden zijn, komt  ze  – vaak voorbarig – met de melding dat er geen gevaar is. Zoals recentelijk rondom de lozingen van kankerverwekkende stoffen door Dupont bij Dordrecht. De bewoners én het drinkwaterbedrijf sloegen desondanks alarm. Een ander voorbeeld: als er besloten wordt tot een militaire missie horen we nooit iets over de risico’s voor mensenlevens. Dat ligt politiek te gevoelig en dus moeten de burgers gerustgesteld. Hier doet de overheid soms denken aan de huisarts van vroeger, die gaf een verwijzing mee in een gesloten envelop.
Een derde taak: kwetsbare burgers beschermen. Denk aan thuis- en jeugdzorg, schuldsanering.

Ook als we de bezuinigingen als onontkoombaar accepteren, blijft het onaanvaardbaar dat die op lokaal niveau veelvuldig worden doorgevoerd op een wijze die volgens de rechter in strijd is met elementaire beginselen van behoorlijk bestuur. De burgers doen zo ervaringen op met een overheid die zij beleven als niet behoorlijk, of ronduit onfatsoenlijk.  Een ander voorbeeld is het toeslagenstelsel dat de rijksoverheid zó heeft georganiseerd dat kwetsbare burgers verstrikt raken in schulden. Ze treedt vervolgens op als de strengste deurwaarder.

Waar de overheid belangen moet afwegen of de gemeenschap moet beschermen tegen gevaren van buiten, wordt de burger vaak behandeld als een onderdaan die zich maar heeft te schikken. Echter, de democratische rechtsstaat gaat bij deze overheidsrollen juist uit van bewuste burgers, met een eigen verantwoordelijkheid en zelfbewuste participatie.

Waar een overheidstaak vraagt om erkenning van de beperkte zelfredzaamheid van burgers, verlangt de overheid van haar burgers juist eigen verantwoordelijkheid en zelfbewuste participatie.

Als bestuurders en ambtenaren zich herbezinnen op deze rollen en het bijpassende rechtsstatelijke besef, kunnen zij bijdragen aan de verhoging van de responsiviteit van onze democratische rechtsstaat. Zodat deze op nieuwe maatschappelijke werkelijkheden kan inspelen, en  een fatsoenlijke en geloofwaardige overheid voortbrengt die het vertrouwen krijgt dat zij verdient.

Vond je dit artikel interessant? Lees alle artikelen van: Hans Wilmink
Deel dit artikel

Er zijn nog geen reacties op dit artikel

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*