De slimme stad verandert openbaar bestuur


Als door digitalisering en technologisering alles verandert, hoe verandert dan de manier waarop onze gemeenten, waterschappen, provincies en ons land worden bestuurd? Hoe verandert de manier waarop al die bestuurslagen functioneren? En hoe veranderen bestuurders? Dat zocht de Future City Foundation uit in het boek Zo bestuur je een slimme stad.

Voor dit boek sprak de Future City Foundation met dertien bestuurders. Acht wethouders, twee gedeputeerden, een heemraad, een burgemeester en een Kamerlid. De centrale vraag: als regio’s, steden en dorpen veranderen door digitalisering en technologisering, hoe moeten ze dan worden bestuurd? En hoe veranderen de bestuurders?
De interviews met politici vormen de kern van het boek Zo bestuur je een slimme stad. Soms waren de gesprekken politiek van aard, andere keren ging het vooral over het uitvoeren van het collegeakkoord, waarbij politieke kleur niet zo relevant is.

‘Het beschermen van autonomie zie ik niet als een linkse groene hobby’

Interessant daarbij zijn twee uitspraken van GroenLinks-Kamerlid Kathalijne Buitenweg en oud-wethouder Barbara Kathmann. Buitenweg, als Kamerlid de meest politieke van de geïnterviewden, vertelt over dataeigendom: ‘De impact van het verzamelen van data gaat dus vaak verder dan jou als individu. Daar moet je als rechtstaat veel beter over nadenken, want het schaadt de autonomie van mensen. En ik vind nu dat we die autonomie moeten beschermen en als dat dan betekent dat je datahandel aan banden moet leggen, dan is dat maar zo.’ Dat is een politieke keuze, waar ze van mening verschilt met bijvoorbeeld de VVD. Toch vindt ook Buitenweg het lastig om juist hier keiharde politiek op te voeren, om het te claimen als een GroenLinks-thema. Voor haar is het groter dan haar politieke kleur. ‘Het beschermen van autonomie zie ik niet als een linkse groene hobby. Ik beschouw het als de essentie van mensenrechten.’ PvdA-politica Barbara Kathmann, wethouder in Rotterdam, noemt dit juist wel politiek. Zij bekijkt digitalisering door haar sociaaldemocratische bril en ziet dan hoe urgent het onderwerp is: ‘Ik vind dit een heel belangrijk onderwerp, omdat we al in een digitale wereld leven waarin een enorme tweedeling kan ontstaan. En dat boeit mij als sociaaldemocraat mateloos. Ik vind het dan ook geen “leuk” onderwerp. Het is geen hobby.’

Dreigende digitalisering
Voor Buitenweg is het onderwerp zo groot dat je het niet af moet doen als politiek, terwijl het voor Kathmann zo groot is dat je het juist wel politiek moet maken. Juist omdat het de kern raakt waar ze als sociaaldemocraat voor staat. Digitalisering en technologisering bedreigen de normen en waarden die haar dierbaar zijn, maar bieden ook kansen om die doelen te halen. En dus moet ze er politiek op voeren. Want ze heeft liever een sociaaldemocratische slimme stad dan een liberale. Net zoals dat geldt voor elk ander belangrijk onderwerp.

‘Zonder fouten geen innovatie’

Kathmann toetst nieuwe ontwikkeling aan de haar bekende kaders en zo vormt ze haar sociaaldemocratische mening over het onderwerp. Maar dat is soms complexer dan je op het eerste gezicht denkt. In hetzelfde voorbeeld over dataeigendom stelt Buitenweg dat ze eerst vond dat iedereen zelf eigenaar moest zijn van zijn data, maar gaandeweg ontdekte ze dat dat leidde tot negatieve bijeffecten, waarbij de voordelen in het niet vielen. Soms is er geen toetssteen.

30 procent fout doen
Net zoals er soms geen toetssteen is, is er vaak nog geen visie. Voor veel bestuurders is dit de eerste keer dat ze smart city in de portefeuille hebben, voor veel gemeenten en andere overheden is het de eerste keer dat er überhaupt zo’n portefeuille bestaat.
In Breda kreeg VVD’er Daan Quaars de opdracht de visie te schrijven en hij sprak direct met de gemeenteraad af dat hij 30 procent fouten moet maken. Zonder fouten geen innovatie, is zijn redenatie. Heemraad Patrick Gaynor (ook VVD) kreeg bij zijn Waterschap Vallei en Veluwe een vergelijkbare opdracht. Er was budget, maar nog geen beleid, geen visie. Aan Gaynor de taak die te maken.
De eis die Quaars neerlegde bij zijn gemeenteraad is natuurlijk een slimme, vooral als het ook betekent dat hij in 30 procent van de beslissingen van mening mag veranderen. Als gevolg van voortschrijdend inzicht bijvoorbeeld. Wat dat betreft hebben de gemeenten Zwolle en Amersfoort het gemakkelijker. Daar wordt al langer gewerkt aan digitalisering en is er beleid om aan te passen of te behouden. Om je eigen mening aan te toetsen.

‘Digitalisering en technologisering veranderen de rol van de gemeenteraad’

Juist om die kennisontwikkeling te versterken heeft de Tweede Kamer ingestemd met het voorstel van de tijdelijke commissie ‘Digitale toekomst’ om digitalisering te beleggen in een vaste Kamercommissie. En juist om die reden pleit de Apeldoornse wethouder Wim Willems (namens Lokaal Apeldoorn), die ook voorzitter is van de bestuurlijke themagroep Smart City G40, ervoor dat na de komende gemeenteraadsverkiezingen in elk college een wethouder verantwoordelijk wordt voor digitale innovatie.
Maar het gaat verder. Interessant is het gedachte-experiment van Leon Geilen, wethouder in Sittard-Geleen namens de Politieke groepering GOB. Hij stelt dat door digitalisering en technologisering de rol van de gemeenteraad verandert. ‘Het college blijft verantwoordelijk voor de uitvoering van het beleid, binnen de kaders die door de raad zijn opgesteld. Maar als die kaders steeds meer door de samenleving direct worden opgesteld, wat is dan nog de rol van de raad? Dat zijn de echte uitdagingen waar we ons mee moeten bezighouden. De vraag wordt waar de inwoners zelf iets van mogen vinden en waar de raad over gaat.’

Veranderende politiek
Maar hoe veranderen bestuurders zelf? In het boek Zo bestuur je een slimme stad staan verschillende voorbeelden uit gemeenten die bezig zijn met digitalisering. Met burgers die zelf meten, digital twins die het contact met inwoners vergroten enzovoort. Zoals wethouder Geilen stelt, de burger krijgt meer invloed. Georganiseerd, maar bijvoorbeeld ook minder formeel via sociale media.
Het gaat daarbij niet alleen over kennis, ook de manier van politiek voeren verandert. Oud-wethouder Kathmann illustreert het met een Rotterdams voorbeeld: ze vertelt dat tijdens de lockdown ook de Rotterdamse gebiedscommissies, waarin inwoners de gemeente adviseren over hun wijk, online gingen, wat mogelijk was door de Spoedwet digitaal vergaderen. Ze zag veel voordelen, er deden online bijvoorbeeld veel meer mensen mee dan tijdens de fysieke bijeenkomsten voor de lockdown en het is veel goedkoper dan vergaderen in zaaltjes. Tot op Twitter het verhaal ging dat het college dit moment wilde aangrijpen om de wijkorganen permanent op te heffen. ‘Daar was echt totaal geen sprake van. Maar het zorgde er tot mijn verbazing wel voor dat de gemeenteraad ons opdroeg de regels aan te passen. Zodat er nu in uitzonderlijke gevallen weer fysiek vergaderd kan worden. Daar zie je dus hoe de Twittergemeenschap werkt. Tegelijkertijd kunnen we via Twitter ook dicht op het sentiment van de Rotterdammer zitten. Alleen moet je je wel bewust zijn dat het maar een kleine groep is die daaraan meedoet, dat er trollen tussen kunnen zitten en dat die groep een beslissing afdwingt.’

‘Wordt de bestuurder voorzichtiger?’

Dat dat al aan de gang is, zie je aan de impact die sociale media hebben op de politiek. Niet alleen rondom het beïnvloeden van verkiezingen, maar ook voor politici die de Tweede Kamer gebruiken als televisiestudio of die juist goed luisteren naar wat er op sociale media wordt gezegd. Je ziet het ook aan burgers die zelf metingen doen en daarmee de overheid controleren en niet meer voor waar aannemen wat politici zeggen. Je ziet het aan inwoners die steeds lastiger te bereiken zijn, iets waar Theo Meskers, VVD-wethouder uit Hollands Kroon, zich zorgen over maakt.

Kritische inwoners
Maar hoe verandert dat de bestuurder zelf? Wordt die voorzichtiger? Of gebruikt die de nieuwe mogelijkheden? En is het zo dat, zoals Geilen stelt, de verhoudingen tussen burger, raad en college verschuiven? Formele veranderingen zijn er nog nergens. Maar ooit moet die discussie worden gevoerd.
Want als door digitalisering en technologisering alles een slim netwerk wordt, waarin iedereen met elkaar verbonden is, geldt dat ook voor het politieke bedrijf. Maar hoe en wanneer formaliseren we deze ontwikkeling? Gaat deze industriële revolutie, net als de vorige, ook de opbouw van onze democratie veranderen? Naar bijvoorbeeld een veel reactiever systeem? Want dat slimme netwerk maakt ons heel erg flexibel, wat tijdens de coronacrisis goed te zien was. De politiek reageerde sneller dan ooit op wat ‘het volk’ wil. Ook lokaal gebeurt dat steeds vaker. Wethouder Geilen uit Sittard-Geleen stelt: ‘Inwoners van nu zijn veel kritischer dan vroeger. Als er vroeger een aantal mensen van de gemeente in de straat aan het werk was, vond iedereen dit heel gewoon. Nu zijn inwoners zich veel bewuster dat ze daar belasting voor betalen. En dat is ook prima.’
En ten slotte zoeken we in die altijd verbonden wereld betekenis. Wethouder Quaars uit Breda noemt het mindware: ‘Digitalisering ondersteunt ons in het leven, maar het leven doen we zelf.’

*In het boek ‘Zo bestuur je een slimme stad’ onderzoekt de Future City Foundation hoe politiek en openbaar bestuur veranderen. Dit boek is een uitgave van de Future City Foundation in samenwerking met 16 partners. Bestel het boek via https://future-city.nl/slimbesturenboek/ . Digitaal lezen is gratis, de gedrukte versie kost €29,-.

Vond je dit artikel interessant? Lees alle artikelen van: Jan-Willem Wesselink
Deel dit artikel

Er zijn nog geen reacties op dit artikel

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*