Is Nederland wel zo welvarend als het lijkt?


Recent publiceerde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) een artikel met als kop: Bestaanszekerheid in 2022 op het hoogste niveau ooit[1]. Dat wekt op zijn minst verbazing. Waarom hebben we dan zoveel voedselbanken in ons land en moet zelfs het Rode Kruis er met voedselbonnen aan te pas komen? Is hier sprake van een statistische goocheltruc?

Zeker is dat ons Bruto Nationaal Inkomen (BNI) inmiddels de 1 biljoen euro is gepasseerd. En dat doen we met 9,8 miljoen werkenden[2]. Met een gemiddeld inkomen, per werkende van ruim 100.000 euro, staan we binnen de Europese Unie op de vierde plaats, achter Luxemburg, Ierland en Denemarken, en bedraagt onze collectieve welvaart ongeveer anderhalf keer het gemiddelde in de Europese Unie. Dat zijn voorwaar resultaten waar wij vooral in het buitenland mooie sier mee kunnen maken. Maar meer dan dat is het ook niet. Zulke macro-economische data gebruiken – zoals het CBS met enige regelmaat doet[3], als onderbouwing van de stelling dat de bestaanszekerheid in historisch perspectief niet meer echt een probleem is – is ronduit misleidend.

Bruto inkomensverschillen
Het BNI is slechts de optelsom van alle inkomsten van huishoudens, financiële- en niet-financiële instellingen en bedrijven en zegt helemaal niets over de verdeling van die inkomsten over de verschillende categorieën. Bestaanszekerheid onvoorwaardelijk relateren aan de omvang van het BNI is voorbarig en van weinig sociaaleconomische betekenis. Dat zou anders zijn in een betrekkelijk egalitaire samenleving, maar daar drijven we nu juist steeds verder van af.
De bruto inkomensverschillen zijn nog steeds aanzienlijk en worden slechts door middel van het vehikel van toeslagen binnen de perken gehouden. Wat betreft vermogensongelijkheid staat Nederland in vergelijking met de andere 26 OECD-landen op de tweede plaats, na de Verenigde Staten[4]. Op elke tien werknemers zijn er vier met een flexibele arbeidsrelatie of werkzaam als zzp’er[5]. Als 2,7 miljoen flexwerkers een onzeker bestaan leiden, kan het CBS  toch niet met droge ogen suggereren dat onze bestaanszekerheid in orde is!

‘Wat betreft vermogensongelijkheid staat Nederland op de tweede plaats, na de Verenigde Staten’

Het Sociaal Cultureel Planbureau publiceerde in 2023 een veelzeggend rapport onder de titel Eigentijdse ongelijkheid en pleitte voor een bredere visie op welvaart en om de groter wordende tegenstellingen in de Nederlandse samenleving aan te pakken. Daarmee niet slechts doelend op de inkomsten- en vermogensverschillen en grote onzekerheden op de arbeidsmarkt, maar ook op de deplorabele toestand van ons milieu, de toenemende kansenongelijkheid, het gebrek aan inclusiviteit en solidariteit in onze samenleving.

Brede welvaart
De term brede welvaart wordt steeds meer door de wetenschap en instituties als het Internationaal Monetair Fonds, De Nederlandse Bank en het Centraal Planbureau, omarmd. Zo pleitte Klaas Knot, directeur van De Nederlandse Bank, ervoor om bedrijvigheid die onder de werkelijke kostprijs produceert, uit te faseren [6]. Hij doelde daarmee onder andere op bedrijven die slechts kunnen bestaan bij de gratie van onderbetaalde arbeidsmigranten en bedrijven die veel broeikasgas of stikstof uitstoten. Als die bedrijven de werkelijke kostprijs zouden moeten betalen, zouden ze vanzelf verdwijnen.
In de idee van de brede welvaart wordt, in tegenstelling tot het BNI, ook rekening gehouden met de negatieve effecten van de economische bedrijvigheid. Ruim 30 jaar geleden werd de zogenaamde Index of Sustainable Economic Welfare (ISEW) ontwikkeld, met als doel een betere maatstaf te hebben om het welzijn van de hele bevolking te meten. Twee economen van de Universiteit van Gent, Jonas van der Slycken en Brent Bleys[7] hebben op basis van de ISEW een internationaal vergelijkend onderzoek gedaan over de periode 1995 tot 2018. De uitkomsten zijn ronduit teleurstellend.
Terwijl het BNI per hoofd van de Europese bevolking in deze periode steeg met 32,4 procent, nam de ISEW gemiddeld slechts met 10,5 procent toe. Maar nog slechter presteert Nederland dat, evenals Luxemburg en Italië, naar de ISEW-maatstaf zelfs een negatieve groei liet zien. Terwijl het Nederlandse BNI tussen 1995 en 2018 groeide met 35,7 procent, daalde de welvaart volgens de Index of Sustainable Economic Welfare in diezelfde periode met 6,8 procent. Als belangrijkste verklarende factor, voor dit afwijkende patroon in Nederland, noemen de wetenschappers de relatief grotere negatieve milieueffecten van onze industrie.

Neoliberale traditie
Marike Stellinga, econoom en columnist van het NRC, opende op 20 april haar column met de stelling dat we ’te veel economie hebben voor één land’. In haar column citeert zij hoogleraar Jeroen Hinloopen, onderdirecteur van het CPB, die berekende dat Nederland – na Singapore, Hongkong, Luxemburg en Israël – de meeste economie in een vierkante kilometer propt.
Hinloopen stelt dat we, met onze hoge productie per vierkante kilometer, in economisch opzicht meedoen met de Formule 1, maar dan met een gewone auto waarvan we het gas heel hard intrappen. ‘Dan gaat er wel wat klapperen in die auto,’ aldus Hinloopen. Dat is natuurlijk een eufemisme om de achteruitgang in sociaaleconomische perspectief te typeren.

‘Nederland propt – na Singapore, Hongkong, Luxemburg en Israël – de meeste economie in een vierkante kilometer’

De continue focus op het BNI, zoals CBS en CPB in goede neoliberale traditie nog steeds doen, strooit zand in onze ogen, waardoor we de werkelijkheid niet meer scherp zien. Economische groei kan niet eindeloos doorgaan. Zeker niet als dat ten koste gaat van ons welzijn. Tegenover het BNI en zijn tegenhanger, het Bruto Binnenlands Product (BBP), staan zoveel factoren, zoals duurzaamheid, uitputting van de bodem en slechte luchtkwaliteit, dat een negatief saldo resteert. Dat saldo zal pas weer positief worden zodra we in ons land gericht beleid gaan voeren en er keuzes gemaakt durven worden. Welke sectoren gaan we versterken en welke sectoren faseren we uit?

Duurzaamheid en circulariteit
We zullen moeten evolueren naar een economie die slimmer omgaat met de schaarste aan grondstoffen en zich volledig richt op duurzaamheid en circulariteit. En het allerbelangrijkste is dat beleidsmakers zich gaan realiseren dat de economie ten dienste moet staan van de burgers. En de meting van het individueel en collectief welzijn van de burgers zou de belangrijkste opdracht moeten worden voor het CBS.
Te hopen is dat het CBS ons in de toekomst gedetailleerde informatie kan geven over de voortgang in de ontwikkeling van onze brede welvaart. En zodra die brede welvaart toeneemt, zou de titel van het CBS-artikel Bestaanszekerheid op hoogste niveau ooit in chocoladeletters geschreven mogen worden.

Voetnoten
[1] CBS-publicatie, 11 april 2024.
[2] CBS cijfers, februari 2024.
[3] Zie bijvoorbeeld de CBS-publicatie (2021) van P.H. van Mulligen: Economische groei en het inkomen van Nederlanders.
[4] TPE digitaal 2018, jaargang 12. De Nederlandse vermogensverdeling in internationaal perspectief.
[5] CBS. Werkzame beroepsbevolking; positie in de werkkring, februari 2024.
[6] Tv-programma Buitenhof, 28 januari 2024.
[7] Slycken, J. v.d. en Bleys, B. Is Europe faring well with growth? Evidence from a welfare comparison in EU-15, 1995-2018.

Vond je dit artikel interessant? Lees alle artikelen van: Jan Soons
Deel dit artikel

Er zijn nog geen reacties op dit artikel

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*