Kan de overheid het Nieuwe Denken wel aan?

Waarom zou een overheid zich eindverantwoordelijk moeten voelen voor innovatie? Dat is toch meer iets dat de maatschappij als geheel aangaat? En meer specifiek het bedrijfsleven dat de mensheid uiteindelijk van de ene innovatie in de andere dompelt. In deze column een korte gedachtewisseling over de overheid & het Nieuwe Denken, aan de hand van het voorbeeld van het GeenPeil-referendum over Oekraïne en de Europese Unie.

De Kiesraad heeft geoordeeld dat het GeenPeil-referendum over het associatieverdrag tussen Oekraïne en de Europese Unie mag doorgaan. Het comité GeenPeil wist 427.939 geldige handtekeningen binnen te halen voor het referendum, dat is ruim meer dan de vereiste 300.000. Dit conform de nieuwe referendumwet die op te vatten is als een nieuwe democratische verworvenheid. Maar geldt dit ook voor de stormachtige aanloop naar het referendum van GeenPeil? Is hier niet veeleer sprake van een onverwachte wending die politiek noch overheid voorzien heeft met belangrijke, mogelijk zelfs desastreuze gevolgen?

Gedempte continuering
De huidige politiek kan moeilijk beschuldigd worden van een grootscheeps progressief élan: ‘Vergezichten’ zijn sowieso taboe met de laatste paar kabinetten. Het blijft dus beperkt tot voorzichtige bewegingen op de korte termijn in kleine stapjes. Ambtenaren volgen deze lijn en zien het veelal als hun hoofdtaak om de politici te bewaren en te behoeden voor misstappen. Dit is de conservatieve context waarbinnen nieuwe wetgeving tot stand komt, ook de referendumwet.
Deze wet voorziet dat burgers sinds 1 juli 2015 zelf een referendum kunnen aanvragen als ze maar voldoende handtekeningen verzamelen. Het was een plan dat ooit kwam van D66, PvdA en GroenLinks. De bezwerende formule was dat zo voldoende lucht werd gegeven aan de behoefte aan democratisering hetgeen mogelijk zelfs het gat tussen politiek en het volk zou helpen dichten.

Veranderende context
Maar terwijl de consensusmachine zijn werk deed, is de wereld in rap tempo aan het veranderen. Geenpeil had de tegenwoordigheid van geest om het referendum in te zetten op een thema dat mogelijk populair zou worden en liet hiervoor een heus online tekenformulier ontwerpen. Via juristen wisten zij zich ervan te vergewissen dat het intekenen voor het referendum online ook geldig zou zijn. Geenpeil kon dit succes meteen te gelde maken door de nieuwe mogelijkheid als interventie ‘van het volk’ aan potentiële nee-stemmers te verkopen. In no-time veranderde de technische optie tot een breed twitter protest. Het resultaat is bekend: een grote groep Nederlanders die in een mum van tijd het gevraagde minimum van 300.000 stemmen wist te overtreffen. Al met al had dit meer iets van een zwerm: proteststemmers die samen wilden bewijzen dat het ondenkbare mogelijk is. Het is helder dat het daarbij niet in de eerste plaats ging om Oekraïne.

Who is in control?
De gevolgen zijn inmiddels niet meer geheel onder controle. Niet alleen de Nederlandse politiek, de Europese Commissie heeft zich ook al gemeld. En dan heeft het referendum in Nederland nog niet eens plaats gevonden! De commotie gaat inmiddels over op het resultaat van het referendum. De contradictie kan niet groter zijn: een op nogal behoudende denkwijzen stoelende bestuurlijke elite denkt nog steeds dat zij met oude principes en structuren aan de knoppen zit. Een overheid die achter de feiten aanloopt en maar mondjesmaat meedraait in de veranderde netwerksamenleving. En een samenleving die dit aanziet en zich afvraagt of deze overheid de nieuwe realiteit nog wel aankan? Een optimist zou zeggen dat er nog geen brokken zijn gevallen, en daar zit wel wat in. Maar de vraag is hoe wij met elkaar een overheid krijgen die past bij deze tijd en bij het Nieuwe Denken?

 

Vond je dit artikel interessant? Lees alle artikelen van Henri Rauch
Deel dit artikel

Er zijn nog geen reacties op dit artikel
Dankjewel voor je bijdrage
We hebben je reactie doorgestuurd naar de redacteur(en) van dit artikel en redactie van platform O. Deel het artikel en jouw bijdrage ook met je omgeving om discussie te stimuleren.