Maak van opvang Oekraïense vluchtelingen een succesverhaal


Om van de opvang van Oekraïense vluchtelingen een succesverhaal te maken, is het van groot belang niet te vervallen in fouten uit het verleden, stelt Margarita Jeliazkova. Op basis van haar eigen ervaringen raadt ze onder meer aan te werken aan toekomstbestendig werk voor vluchtelingen, te investeren in taal en Oekraïners direct te betrekken bij beleid.

Sinds het begin van de oorlog op 24 februari 2022 zijn er gemeentelijke en maatschappelijke organisaties, samen met talloze betrokken burgers, bezig met ‘de Oekraïners,’ die naar ons toe zijn gevlucht. Zes maanden later maken het enthousiasme voor acute zorg en het bieden van rust en veiligheid geleidelijk plaats voor langetermijnbeleid. Aan de ene kant is alles anders – geen AZC, verblijfsstatus, recht op werk, geen inburgeringsplicht, aparte schoolorganisatie. Aan de andere kant blijft men gevestigde financieringsstromen en instellingen inschakelen die tot nu toe andere doelgroepen bedienden.
Het beleid rond Oekraïense vluchtelingen is een vergrootglas geworden van allen tekortkomingen en onduidelijkheden van het Nederlandse migratie- en integratiebeleid. Als we dat willen, kan het ook een voorbeeld worden voor een geslaagde aanpak.
Het is van groot belang – voor Nederland, voor Oekraïne, voor Europa – om van het vluchtelingenverhaal een succes te maken. Dat betekent: vooral niet de oude fouten blijven herhalen! Op basis van mijn directe ervaring benoem ik een aantal zaken die van belang zijn.

Ze passen niet in een hokje
Oekraïners zijn oorlogsvluchtelingen, maar uit Europa. Ze hebben alle psychologische kenmerken van vluchtelingen, maar ze vertonen cultureel veel verwantschap met een andere grote groep die zich in ons land bevindt: arbeidsmigranten uit Oost-Europa.
Oekraïners zijn geen ‘economische vluchtelingen,’ maar ze willen wel snel aan de slag. Ze zijn zeker geen expats, maar ze zijn doorgaans goed opgeleid. Ze zijn ook niet de gastarbeiders van weleer, want de vrouwen en kinderen zijn juist hier en de mannen in het thuisland.

‘Terugkeer is voor veel mensen een droom, maar zal voor velen geen werkelijkheid worden’

Hulpverleners hebben de natuurlijke neiging om de Oekraïense vluchtelingen in een van de bekende categorieën te plaatsen en de verschillen te negeren. De mensen die begonnen zijn als ‘nieuwe’ hulpverleners, hebben de neiging om juist het wiel opnieuw uit te vinden en de bruikbare goede ervaringen niet te herkennen.

Voor beide groepen, zowel vrijwillig als professioneel, is bewustwording cruciaal op minimaal twee punten:

  1. het besef van het bestaan van een cultuurkloof – men denkt vaak dat Oekraïners ‘gewoon’ Europeanen zijn (lees – West-Europeanen) die alleen maar een andere taal spreken; dat zorgt voor problemen op alle niveaus – communicatie, onderlinge verwachtingen en langetermijnperspectieven. Men kent Oost-Europa niet en de voormalige Sovjet-republieken helemaal niet. Dat zorgt voor botsingen en wederzijdse teleurstellingen.
  2. omgaan met trauma en verwarring. Dat geldt zowel voor mensen die veel met vluchtelingen hebben gewerkt (want die zien dan de culturele verschillen over het hoofd) als voor mensen die tot nu toe niet met vluchtelingen hebben gewerkt (onbegrip, onwetendheid, knuffelgedrag). Zo kun je bijvoorbeeld niet van mensen verwachten dat ze rationele beslissingen nemen over terugkeer. Niet op dit moment.

Geen “terugkeer”, wel Europese toekomst
Mijn oma was een vluchteling, ze heeft in Bulgarije een gezin grootgebracht met vijf kinderen en kleinkinderen, en toch droomde ze tot haar dood over terugkeer naar haar eigen dorp in Griekenland.
Ook Nederland is vol met mensen die voor even kwamen en hier zijn gebleven. Terugkeer is voor veel mensen een droom, maar zal voor velen geen werkelijkheid worden. Beleid baseren op terugkeer? Die fout moeten we niet nog een keer maken.

‘Waarom die angst om in mensen te investeren?’

Het idee van terugkeer is niet alleen onrealistisch, maar ook gevaarlijk, omdat het tot ambivalentie leidt en de aanpassing van de jonge generatie belemmert. Nederland blijft ambivalent over ‘blijven’ en ‘vertrekken’ van migranten. Van vluchtelingen wordt verwacht dat zich hier vestigen, maar tegelijkertijd mogen ze geen stappen in die richting ondernemen, voor het geval dat ze alsnog moeten vertrekken. Waarom die angst om in mensen te investeren, omdat ze alsnog zouden kunnen vertrekken?
Wat als mensen wel leren van de Nederlandse taal en cultuur te houden? Wat als ze wel leren hoe onze samenleving, onze politiek, onze zorg en ons onderwijs, onze economie en infrastructuur in elkaar zitten? Wie wordt er minder van, als ze eventueel die kennis meenemen naar huis? Laten we ervan uitgaan dat ze allemaal blijven. In plaats van terugkeer is het belangrijk dat Oekraïners zo snel mogelijk integreren in de Nederlandse samenleving. Ook al keert een deel van de groep later alsnog terug.
Bovendien is ‘terugkeer’ zelf een illusie. Niets zal hetzelfde zijn – de geboortestreken van de Oekraïense mensen zeker niet. Het is veel beter over wederopbouw te praten. Dan kunnen de mensen ook de vaardigheden die ze in Nederland hebben opgedaan inzetten en samen kunnen we werken aan een betere toekomst voor Europa.

Werk aan toekomstbestendig werk
Veertig procent van de Oekraïners heeft al werk, kopte het NOS-journaal onlangs. Meedoen is belangrijk en goed voor de integratie. Over dat meedoen is men ook ambivalent. Enerzijds moeten de mensen meedoen, maar als ze solliciteren, wordt er vooral gekeken naar wat ze tekortkomen ten opzichte van een “gewone” Nederlandse kandidaat. De migranten worden vaak gezien als een nuttige aanvulling van tekorten in bepaalde sectoren. Maar het zijn mensen met eigen achtergronden, talenten, ambities en dromen. Ze dienen niet per se genoegen te nemen met wat beschikbaar is, in onze vrije samenleving.

‘Laat ook werkgevers hun verantwoordelijkheid nemen’

Werk is nodig, maar niet ten koste van alles. Het opvullen van vakantietekorten is maar een tijdelijke oplossing. Op lange termijn dient het streven te zijn naar werk volgens opleidingsniveau en capaciteiten. En dat vereist taal.
Een Duitse werkgever die gevestigd is in Nederland nam Oekraïens personeel in dienst en dacht dat ze automatisch gratis taalcursussen op niveau zouden krijgen, zoals dat in Duitsland zou gebeuren. Zover zijn we nog niet. Laat ook de werkgevers hun verantwoordelijkheid nemen en hun personeel scholing aanbieden. Laat bijvoorbeeld de 1000 euro subsidie per persoon die beschikbaar is voor bijscholing, ook voor taallessen van Oekraïners gelden.

Investeer in taal
Vanaf het begin moeten we dus investeren in taal. Want zonder taal geen zelfredzaamheid, waardoor mensen een beroep blijven doen op hulpverleners. Zonder taal geen beroepskwalificatie, dus mensen blijven bijstand ontvangen. Zonder taal geen goed contact met scholen en geen goede begeleiding van de kinderen, dus de problemen zullen zich voortzetten naar de tweede generatie.

‘Nederlanders zijn opmerkelijk ambivalent over hun taal’

Als iemand die bijna 30 jaar in Nederland woont en zich de Nederlandse taal en cultuur eigen heeft gemaakt, blijf ik me nog altijd verbazen over de opmerkelijke ambivalentie van de Nederlanders over hun taal. Aan de ene kant is het leren van de taal zo moeilijk dat iedereen die dat heeft gedaan, een medaille verdient, of tenminste complimenten. Aan de andere kant is het vanzelfsprekend dat men de taal leert. Het liefst zelf. Het liefst gratis. En als je taal eenmaal spreekt, dan het liefst perfect – elke fout wordt onmiddellijk verbeterd en als bewijs gezien dat Nederlands onmogelijk moeilijk is te leren. Dat alles levert inconsistent beleid op: weinig aanbod aan betaalbare, hoogkwalitatieve, intensieve taalcursussen voor mensen met ambities om mee te doen op de arbeidsmarkt.
Het beleid rond de Oekraïense vluchtelingen dient georganiseerd te worden rond taal en integratie. Dan vallen alle andere aspecten op hun plek. Werkgevers en hulpverleners kunnen hierop worden aangesproken, geldschieters en vrijwilligers kunnen elkaar vinden in een gezamenlijk project.

Succesvol taalbeleid
Een aantal elementen van taalbeleid is cruciaal voor succes:

  1. gestructureerd professioneel taalonderwijs met duidelijk vooruitzicht op het behalen van een taalniveau (intensief en kort is voor de meeste nieuwkomers beter dan een paar uur per week en lang). Structuur en tempo zorgen voor rust en voorspelbaarheid in ontwrichte levens.
    Lesgeven is een vak. Taalles geven aan volwassenen is professioneel werk. De taaldocent heeft een brugfunctie, niet alleen naar de taal, maar ook naar de Nederlandse denkwijze, naar de gewoontes en vanzelfsprekendheden van het dagelijkse leven. Een professionele taaldocent kan ook verschillende leerstrategieën aanreiken, moeilijkheden signaleren en ondersteuning inschakelen. Beheersing van de brontaal (in dit geval Oekraïens en/of Russisch) is een enorm voordeel.
  2. een netwerk van vrijwilligers die ondersteunende activiteiten aanbieden zoals instapcursussen, taalmaatjes en taalcafés. De activiteiten zijn geen vervanging van lessen, maar een goede aanvulling. Bovendien hebben ze ook een belangrijke sociale functie – contacten met lotgenoten en met de Nederlandse samenleving.
  3. doorstroom naar regulier onderwijs en/of uitstroom naar werk, gekoppeld aan taalonderwijs. Dus ook samenwerking met werkgevers voor het organiseren van leer-werktrajecten.
  4. afstemming met andere hulpverleners om problemen aan te pakken die tijdens taalonderwijs naar voren komen – bijvoorbeeld traumaverwerking, gezondheidsproblemen, opvoedingsproblemen.
  5. maatwerk. Het is zeer verleidelijk om vluchtelingen uit Oekraïne als een monolithisch blok te zien. Maar er zijn aanzienlijke verschillen in afkomst, regionale taal, minderheden (die ook nog eens worden gediscrimineerd), opleidingsniveau, gezinssamenstelling en leeftijd. Een one-size-fits-all aanpak zal niet werken.
    Bijvoorbeeld, veel gemeentes hebben via lumpsum-subsidies taalonderwijs uitbesteed aan bijvoorbeeld ROC’s. Het aanbod sluit niet aan bij de vraag, want doorgaans is het gericht op laaggeletterde nieuwkomers die basisvaardigheden en zelfredzaamheid nodig hebben. De cursussen zijn ook niet gericht op het behalen van een taalniveau en van differentiatie is geen sprake. De evaluatie van die trajecten moet nog komen, maar het is nu al duidelijk dat meer de helft vroegtijdig afhaakt. Weggegooid geld.

Zorg voor de kinderen
Rond het onderwijs voor Oekraïense kinderen gebeuren opmerkelijke dingen. De noodzaak om veel kinderen snel te accommoderen leidde tot out-of-the-box keuzes die soms wel en soms niet zo goed uitpakken.
Bijvoorbeeld, door gebrek aan lokalen en ook leerkrachten krijgen Oekraïense kinderen onderwijs in aparte homogene klassen en soms zelfs in aparte schoolgebouwen. Door die scheiding leren de kinderen de taal veel trager dan mogelijk. Dat betekent dat ze of te laat doorstromen straks, of op lagere schooltypes, met alle gevolgen voor hun toekomst.
Verder wordt in overleg met de ouders veel Oekraïens onderwijs gegeven. Vaak volgen ze parallel het Oekraïens en Nederlands curriculum, met het oog op terugkeer naar het geboorteland.
“Terugkeer naar eigen land” was lange tijd een leidraad voor beleid en heeft onder andere geleid tot het mislukte Onderwijs in Eigen Taal en Cultuur. Dit was gebaseerd op de onjuiste veronderstelling dat ‘eigen taal’ alleen maar waarde zou hebben voor ‘het land van herkomst’, voornamelijk voor de communicatie met familieleden en dergelijke. Je eigen taal blijf je niet onderwijzen om de ‘cultuur te bewaren’; eigen taalonderwijs volg je omdat dat grote emotionele, en cognitieve waarde heeft: het helpt de nieuwkomers, zeker hun kinderen, om een Europese identiteit op te bouwen, een combinatie van Oekraïens en Nederlands. Bovendien helpt het, volgens wetenschappelijke inzichten, bij het verwerven van een tweede taal en eventueel meerdere talen. Oekraïens onderwijs dient dus aangeboden te worden in het belang van het kind – voor het bevorderen van het emotioneel en psychologisch welbevinden van kinderen, waardoor ze betere kansen krijgen in de Nederlandse samenleving.

‘Er zijn veel losse initiatieven, er worden veel brandjes geblust’

Daarom is het goed om pedagogen en psychologen in te schakelen en aan ouders voorlichting te geven over het belang van meertaligheid, het Nederlandse onderwijsstelsel, over het pedagogisch klimaat en de toekomstperspectieven van de kinderen. De ouders hebben ook hulp nodig in de vorm van taallessen en steungroepen.
Huiswerkbegeleiding is bijvoorbeeld nodig, niet alleen bij het vak Nederlands, maar ook bij vakken als wiskunde, die in Nederland volgens andere didactische modellen worden gegeven en bovendien ook zeer ‘talig’ zijn. Daarnaast hebben veel kinderen muziek-, dans- en kunstlessen gehad in Oekraïne. Zelden wordt er op dit gebied structureel iets aangeboden, op een paar particuliere vrijwillige initiatieven na. Hetzelfde geldt voor sporten, hoewel de verenigingen vaak het initiatief nemen om kinderen te betrekken, met name bij teamsporten.
De ouders (bijna allemaal moeders en grootmoeders) hebben ook direct steun nodig bij kinderopvang. De meeste moeders willen en moeten werken en kinderopvang is bevorderlijk voor de integratie van de kinderen.

Betrek de Oekraïners bij de vormgeving van beleid
Coördinatie is nodig om de versnippering tegen te gaan. Momenteel werken velen langs elkaar heen in plaats van dat men elkaar weet te vinden. Veel losse initiatieven, veel brandjes blussen. Door afstemming kan synergie ontstaan en veel grotere effectiviteit. Dat gebeurt echter niet, want vaak ontbreekt het aan een persoon of instantie in de rol van een speerpunt, die overzicht houdt, strategisch denkt en voor werken vanuit gedeelde kaders zorgt.

‘Er is vaak een mismatch tussen verwachtingen van vluchtelingen en hulpverleners’

Want de vele betrokken actoren – overheid, onderwijsinstellingen, maatschappelijke organisaties, vrijwilligers – werken met uiteenlopende uitgangspunten en doelstellingen op korte en lange termijn (acute hulp, verblijf op korte termijn, adaptatie, integratie, loopbaan). Te vaak is er sprake van een mismatch tussen de verwachtingen van vluchtelingen en hulpverleners.
Door die versnippering ontstaan er ook blinde vlekken, doordat mensen niet eens weten hoe ze een hulpvraag moeten formuleren. Bijvoorbeeld, moeders kennen het begrip ‘peuterspeelzaal’ niet, waardoor ze er niet om vragen.
Het is dus van belang dat er een loket, of een kennispunt, of een aanspreekpunt komt. Daar kunnen bijvoorbeeld artsen, leerkrachten, wijkcoaches enz. enz. terecht om de juiste mensen met de juiste expertise te vinden om samen naar oplossingen te zoeken.
Betrek Oekraïners bij besluitvorming – via raden, commissies, klankborden. Dit werkt motiverend en tegelijkertijd educatief voor jong en oud. Bovendien is dat een goed moment om beleid ook bottom-up op te bouwen – veel wordt ad hoc geregeld, met vele nieuwe mensen die ervaringen uit andere sectoren meebrengen en andere inzichten. Een uitwisseling met mensen die ervaring hebben met ‘gewone’ vluchtelingen kan zeer waardevol zijn. Mensen met kennis van de Oekraïense taal en cultuur moeten erbij betrokken worden, zeker niet alleen als vertaler, maar in een brugfunctie, als een schakel tussen de vluchtelingen en de ambtenaren en hulpverleners.
Dit alles vraagt om het inzetten van mensen op sleutelposities die de nodige bagage en het nodige inzicht hebben. Ook ligt er een kans in het ontwikkelen van opleiding, bijscholing, supervisie en steun voor professionals en vrijwilligers, vanuit een gedeelde visie. Daardoor wordt samenwerking ook makkelijker en logischer.

Oekraïne hoort bij Europa
Het wordt tijd om strategisch te denken. Einddoel is het betrekken van naoorlogs Oekraïne bij Europa. En de burgers met een Oekraïens-Nederlandse identiteit die we hebben opgevangen en helpen integreren in Europa, zullen helpen bij de wederopbouw van hun land, zonder te moeten kiezen tussen ‘blijven’ of ‘terugkeren’. Ze zullen immers wonen in Europa.

Vond je dit artikel interessant? Lees alle artikelen van: Margarita Jeliazkova
Deel dit artikel

Er zijn 2 reacties op dit artikel

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

    ">Bettina Hardens

    Goed dat je dit onderwerp onder de aandacht brengt Margarita.
    Een goede visie op taalbeleid en goed opgeleide Nt2 docenten zijn essentieel voor het verwerven van een nieuwe taal.
    Neem kennis van de culturele achtergrond
    en houd rekening
    met individuele factoren, zoals sociale factoren, opleidingsniveau, taalgevoeligheid, traumatische ervaringen, motivatie, netwerk enzovoort, die van invloed zijn op het taalverwervingsproces.
    Investeer zo snel mogelijk in het op maat leren van de taal en het integreren in de samenleving. Zo verbreed je kennis en communicatie mogelijkheden en een betere garantie voor het goed mee kunnen doen in de samenleving in Nederland of elders.

    07 sep 2022
    ">Bettina Hardens
    Directeur IOK de Globe

    Goed dat je dit onder de aandacht brengt Margarita.
    Een goede visie op taalbeleid en goed opgeleide Nt2 docenten zijn essentieel voor het verwerven van een nieuwe taal.
    Neem kennis van de culturele achtergrond
    en houd rekening
    met individuele factoren, zoals sociale factoren, opleidingsniveau, taalgevoeligheid, traumatische ervaringen, motivatie, netwerk enzovoort, die van invloed zijn op het taalverwervingsproces.
    Investeer zo snel mogelijk in het op maat leren van de taal en het integreren in de samenleving. Zo verbreed je kennis en communicatie mogelijkheden en een betere garantie voor het goed mee kunnen doen in de samenleving in Nederland of elders.

    07 sep 2022