Over het basisinkomen en de PvdA

Het basisinkomen is een ‘sympathieke gedachte, die in de praktijk onsympathiek kan uitpakken’, stelt PvdA-partijleider Lodewijk Asscher in zijn nieuwste boek. Tom van Doormaal is positiever. Het basisinkomen is volgens de politicoloog een concept dat door zijn relatie met de sociale zekerheid meer aandacht en onderzoek verdient.

De PvdA is van oudsher niet erg te porren voor een basisinkomen. De partij is voor werk, niet voor een systeem van uitkeringen. In een Kamerdebat over onderzoek naar het basisinkomen, wees SZW-minister Asscher op de programmavergelijking van het CPB voor de verkiezingen van 2017. De Vrijzinnige Partij van Norbert Klein had het basisinkomen in haar programma opgenomen. Het CPB was dus verplicht de vergelijking met de programma’s van andere partijen uit te voeren. De doorrekening van het planbureau toonde voldoende aan dat het onvoorwaardelijk basisinkomen geen begaanbare weg is, meende de minister. Het merendeel van de Tweede Kamer was het met hem eens.
Tot dusver is dit dé politieke reden voor het parlement om geen nader onderzoek te laten doen naar het basisinkomen. Ook een motie waarin Kamerlid Klein om meer onderzoek vroeg, haalde het niet. Dat valt te betreuren: wat het CPB deed was een programmavergelijking, niet een diepgravende studie. Intussen zien we GroenLinks ambitie tonen om de sociale kant van de welvaartsstaat te herzien. Het CDA verdiept zich in het fenomeen basisbanen. En zelfs Jurgen Raymann denkt na over het herzien van het begrip arbeid, zo bleek onlangs tijdens een uitzending van Pauw. De PvdA denkt helaas niet echt mee.
In zijn boek Opstaan in het Lloyd Hotel geeft Asscher zijn redenering over het basisinkomen (p.184-185). Hij noemt het een ‘sympathieke gedachte, die in de praktijk onsympathiek kan uitpakken’. De PvdA-partijleider noemt drie bezwaren. Die bespreek ik hieronder. Zijn visie verdient aandacht. Niet alleen omdat Asscher een geschiedenis als minister heeft, maar ook omdat hij als aanvoerder van sociaaldemocratisch denken belangrijk is in de ondersteuning van de bestaande orde en stapsgewijze vernieuwing.

Basisloon als afkoopsom
‘Ten eerste wordt het dan net iets te makkelijk om een groot deel van de bevolking links te laten liggen. Het basisloon kan een afkoopsom worden, een bedrag dat velen van ons zal veroordelen tot armoede, terwijl de maatschappij zich ontslagen voelt van de plicht om voor werkgelegenheid te zorgen,’ aldus Asscher.
Dit bezwaar is zowel gefundeerd als curieus. De zorg over ‘afkoop’ van al het sociaal beleid, vind ik begrijpelijk. In zijn sombere dromen ziet Asscher het systeem het basisinkomen verlagen als het even tegen zit, of omdat het bedrijfsleven dat vraagt. Dat kan problemen geven.

‘Dat de markt in de economie van morgen voor volledige werkgelegenheid kan zorgen, lijkt een illusie’

Maar het is ook curieus. Het boek gaat in hoge mate over de overheid als ‘bullebak’, over de beperkte effectiviteit en de fouten bij het doen van sociale beleidsinterventies. ‘Het lijkt een illusie dat de markt in de economie van morgen voor volledige werkgelegenheid kan zorgen,’ schrijft Asscher. Maar kan de overheid dat dan wel? Ik herinner me dat ik het Goethe Huis in Weimar bezocht, nog voor de Wende. In elke kamer stond een toezichthouder: zo kom je wel aan volledige werkgelegenheid.
Op die manier zorgen voor werkgelegenheid is geen succes. Hoe dan wel? Rutte heeft veel sympathie voor grote bedrijven, maar de creatie van werkgelegenheid vindt vooral plaats bij het mkb. Een goed klimaat voor klein ondernemerschap is veel belangrijker. Dat is een gebied waar links en rechts elkaar zouden kunnen vinden in nieuwe coalities.

Te laag of te hoog
Opnieuw Asscher: ‘Ten tweede is het bedrag van een basisinkomen bijna per definitie te laag of te hoog. Te laag om van te kunnen leven, want de toeslagen zijn weg bij een basisinkomen. Te hoog als het basisinkomen al je zorgen wegneemt maar hoger is dan het loon dat je verdient met arbeid.’
Het is een waarheid als een koe, maar gefundeerd op angstbeelden. Het woord basisinkomen impliceert dat je er niet van omkomt, maar geeft tegelijkertijd aan dat er ook nog veel moet. De combinatie van basisinkomen, toeslagen en fiscaliteit is nu juist het onderwerp waarover verwoed wordt gedebatteerd door voorstanders en tegenstanders.
Het is een argument dat de discussie fnuikt; je zou ook ruimte kunnen zoeken voor het denken over positieve gevolgen. Het afbreken van de armoedeval zou daarbij centraal moeten staan. Asscher schrijft over zekerheden waardoor risico’s nemen en ondernemerschap aantrekkelijker worden, over collectieve verzekering van arbeidsongeschiktheid en pensioenopbouw. Tegelijkertijd zou een ‘pesterige bureaucratie’ in omvang sterk kunnen afnemen. Dat zijn mogelijk heilzame effecten.
Voorstelbaar is ook een effect op de vorming van huishoudens. Als mensen met een basisinkomen besluiten samen een huishouden te voeren, kunnen ze redelijk leven. Hierdoor verandert de vraag naar woonruimte van karakter. Nu is het vaak voor ouderen nog lonend om alleen te blijven wonen op te veel vierkante meters. Zo kan het basisinkomen helpen bij het wegwerken van tekorten aan woonruimte. Als we tenminste een hoop regels rond het wonen durven te schrappen.

Ertoe doen
Asscher weer:Het derde argument is principiëler: mensen willen ertoe doen. Ze ontlenen waarde aan het feit dat ze werken en willen niet het etiket opgeplakt krijgen dat er in de moderne samenleving geen vraag naar hun arbeid is.’
Dit bezwaar kan ik niet erg doordacht noemen. Natuurlijk willen mensen ertoe doen en ontlenen ze eigenwaarde aan het feit dat ze werken en beloond worden. Maar dat is niet hetzelfde als naar je baas gaan, de hele maand iets doen van twijfelachtige waarde (zie hiervoor onder meer het boek Bullshit Jobs van David Graeber) en dan je hand op houden voor ‘een maandelijkse belediging’. De mens is een homo faber, volgens Hannah Arendt. De mens schept. Asscher verwart dat met het hebben van een ‘betrekking’.

‘Mensen ontlenen waarde aan het feit dat ze werken’

Ik ben 74 en werk al jaren niet meer. Maar ik heb het druk en voel me productiever en nuttiger dan ooit. Je hebt labour en jobs. De socioloog Richard Sennet heeft het in zijn boek Corrosion of character over het roesten van identiteit door de technologische ontwikkeling. Dit leidt tot minder vraag naar ambachtelijkheid en geeft verlies aan beroepstrots. Maar de vrijheid, die ontstaat door afnemende werkdruk, is winst. Daardoor krijg je ruimte voor zorgtaken, creativiteit en politieke activiteiten.

Sprookje
Robert Reich schrijft over de ‘I-alles’, een instrument dat de slimheid van een smartphone en een 3D-printer combineert. Binnenkort hoeven we niets meer te doen, want de I-alles doet het werk wel en zal produceren wat we nodig hebben. Maar, het geld dat verdiend wordt, gaat naar de bezitters van de I-alles. Dus wie gaat kopen wat de I-alles maakt?
Het is een mooi sprookje dat ik drie jaar geleden voor een actiegroep in Amsterdam op een A4’tje vertaalde, met instemming van professor Reich. Asscher schrijft dat het zeer de vraag is of volledige werkgelegenheid door de markt wordt geleverd. Die zorg deel ik met hem (en Reich).

Hoe anders?
Het basisinkomen is een groot idee, dat niet zomaar praktisch beleid wordt. Het idee is besproken, getoetst, betast en bepoteld. De werkelijkheid – het managen van de welvaartstaat – is dat minder. Dagelijks zijn er de verhalen over fraude van buitenlanders met WW of bijstandsuitkeringen. Berichten over onvermogen bij UWV en Belastingdienst. Of recentelijk nog, de opstand van de VNG tegen de decentralisatie van de Jeugdzorg. Martin van Rijn moest – uiteindelijk – aan interviewer Sven Kockelmann erkennen dat de gemeenten de financiële verantwoordelijkheid erbij kregen, minus 400 miljoen euro aan bezuinigingen. Die taak is gemeenten nu boven het hoofd aan het groeien.
Moeten we niet eens nadenken wat anders moet en zou kunnen? Een initiatiefgroep uit Culemborg  deed een klein voorstel aan rijk, provincie en gemeente: een voorstudie voor een experiment met een basisinkomen. Wat kom je tegen, hoe zou het moeten? Kun je het klein maken en toch wat ontdekken? De minister wilde niet, want de coalitie wilde niet. Zelfs niet een beetje praktische kennis opdoen? Neen, zegt het bestaande systeem. Dit kan toch niet waar zijn.

Vond je dit artikel interessant? Lees alle artikelen van Tom van Doormaal
Deel dit artikel

Er zijn nog geen reacties op dit artikel

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*