Rechtsstatelijk besef heeft impuls nodig

Tijd om te reanimeren!

De stikstofaanpak van de overheid is een tijdje terug door de hoogste bestuursrechter afgekeurd. Recenter worstelen bestuurders met de zogenoemde PFAS-chemicaliën. Bij Hans Wilmink gaan ondertussen de alarmbellen af. ‘Het is tijd om het rechtsstatelijk besef van bestuurders, politici, burgers en buitenlui te reanimeren.’

Het begrip rechtsstaat doet in de eerste plaats denken aan een staatsvorm, het gaat daarbij om beginselen die richting geven aan de institutionele inrichting van de rechtsstaat. Het eerste beginsel is dat niet alleen de burgers maar ook de overheid gebonden is aan het recht. De tweede is dat van de machtenscheiding, waarmee wordt voorzien in diverse checks-and-balances, machten en tegenmachten. We danken er de parlementaire controle, de onafhankelijke rechter en de onafhankelijke rechtspraak aan. Daarnaast is er nog het beginsel van de dienende overheid, dat betekent dat de overheid er is voor de burgers en de samenleving, en niet voor zichzelf.

Erkenning
Die institutionele beginselen zie ik als het geraamte van de rechtsstaat. Het vlees op de botten krijgt de rechtsstaat met het ontwikkelen van een rechtsstatelijk besef. Daarmee doel ik op de erkenning en beleving van de waarden die ten grondslag liggen aan de institutionele inrichting maar ook richting geven aan rechtsstatelijke beginselen voor de samenleving. Als belangrijkste waarden noem ik de volgende: vrijheid, rechtvaardigheid, (rechts)gelijkheid, medemenselijkheid, openheid. Dat zijn waarden die voor de overheid, haar politici en bestuurders gelden, maar die ook zeggingskracht hebben voor de samenleving.

‘Het vlees op de botten krijgt de rechtsstaat met het ontwikkelen van een rechtsstatelijk besef’

En de democratie dan? We hebben toch een democratische rechtsstaat? Zeker, maar de democratie krijgt door de koppeling aan de rechtsstaat een specifieke invulling. Dat wordt nogal eens vergeten. De democratie in een rechtsstaat erkent het recht van de sterkste niet, maar ook de meerderheid heeft er niet het absolute gelijk. Dat stelt hoge eisen aan de afwegingen die door politiek en bestuur gemaakt worden ter wille van het publiek belang. Die rechtsstaat bestrijdt ongelijkheden die mensen in hun ontwikkeling en vrijheden belemmeren, en gaat zorgvuldig om met verschillen in culturen, belangen, opvattingen en levensstijlen.

Fout
De wijze waarop de overheid met de behartiging van het publieke belang omgaat, verdient vanuit rechtsstatelijk oogpunt niet altijd de schoonheidsprijs, om maar eens een understatement te gebruiken. Een verklaring is misschien dat het publieke belang meestal eenzijdig vanuit een politieke invalshoek wordt behartigd; het is een zaak van politieke meerderheden zoeken, of een overwicht in machtstermen bereiken en dan doorvoeren. Dat is vanuit democratisch oogpunt toch juist goed? Vanuit rechtsstatelijk oogpunt is het minder dan half goed, dus onvoldoende. Een rechtsstatelijk zorgvuldige belangenafweging betekent dat alle relevante belangen in een bepaalde kwestie – denk aan wegenaanleg, gasboringen, bouwprojecten, etcetera – zorgvuldig en openlijk worden afgewogen, dat alle risico’s objectief en onafhankelijk worden onderzocht, en dat schade of nadeel aan belangen worden gecompenseerd.
Op alle drie de punten gaat het nogal eens fout. Denk aan de gasboringen in Groningen of Schiphol waar gemeentes woningen bouwen – en daar ook toestemming voor krijgen van de provincies – in zones waarvan is vastgesteld dat de geluidsbelasting daar ernstige beperkingen, ook voor de gezondheid, met zich mee kunnen brengen.
In de rechtsstaat kan de rechter optreden als de overheid haar boekje te buiten gaat. Dat gebeurt veelvuldig. Als dat erg veel gebeurt en als de rechter vaak op de stoel van de overheid gaat zitten en een besluit tegenhoudt, dan is dat een teken dat de overheid te vaak haar rechtsstatelijke plaats niet kent. Als de rechter té vaak moet optreden, zodat de publieke belangenafweging steeds weer achteraf moet worden gecorrigeerd, dan stagneert uiteindelijk de voortgang van de publieke taakuitoefening. Én daar komt dan nog iets bij: het ondermijnt het vertrouwen in de overheid.

Hellend vlak?
Dat is dus precies wat er nu gebeurt: stagnatie van een belangrijk onderdeel van de publieke taakuitoefening, en een zware ondermijning van het vertrouwen in de overheid. De overheid wordt als vijand neergezet.
De rechtsstatelijke beginselen leggen verplichtingen en beperkingen op aan de overheid – ik gaf dit hiervoor aan in relatie tot de publieke belangenafweging – maar bieden ook waarden en normen voor de samenleving. Ook voor de boeren. Tot mijn verbijstering werd in de afgelopen tijd vrij algemeen gesteld dat het boerenprotest tegen de stikstofbeperkingen redelijk ordelijk is verlopen. Geen excessen gelukkig, zo wordt gesteld. Geen geweldsexcessen, dat klopt, behalve dan een gesneuvelde voordeur van het provinciehuis in Groningen, inclusief handgemeen en een lichtgewonde. Maar in grote delen van het land werd het verkeer volledig lamgelegd en aanwijzingen van de politie en het openbaar gezag genegeerd. Men is het Malieveld opgereden terwijl dat niet mocht met als gevolg de vernieling van dat terrein. En dan misschien het belangrijkste: het was een intimiderend optreden met materieel zo zwaar, dat daartegen het politiematerieel niet was opgewassen, alleen nog het militair materieel. Dat mogen we toch wel een excessief optreden noemen?

‘De overheid wordt als vijand neergezet’

Is het de boeren en hun vertegenwoordigers niet aan te rekenen dat zij daar zelf niet voor zijn teruggeschrokken? Hadden ze op dat punt niet meer rechtsstatelijk besef en zelfbeheersing moeten tonen, in plaats van trots te zijn op hun intimidatie-pk’s? Extinction Rebellion, die onlangs in Amsterdam protesteerde zonder groot materieel, is harder aangepakt. Mogen sectoren van het bedrijfsleven wél op die wijze voor zichzelf opkomen? Staan ook andere sectoren al klaar, met hun zwaar geschut?
Ja, de sector bouw heeft het voorbeeld van de boeren direct nagevolgd. Hun protest kende een wat kleinere schaal, met minder landelijke ontwrichting, maar ook zij zetten hun grootmaterieel in, en er was sprake van enkele scherpe confronterende acties en bedreigingen.
Je zou toch veel meer tegenspraak hiertegen verwachten, zowel van het publiek als van het openbaar gezag? Is de inzet van materieel dat alleen nog met militair materieel in toom te houden is een geoorloofd actiemiddel in onze rechtsstaat? Is dat geen hellend vlak? Wat is de verklaring dat we dat tegengeluid bijna niet hoorden, noch van het publiek, noch van het openbaar gezag?

Woningen of stallen
Wat het publiek betreft: het is niet ver gezocht om te veronderstellen dat dit voortkomt uit de – zeker aanvankelijk – brede publieke steun, in ieder geval veel begrip. Omdat men heeft gezien hoe gebrekkig de overheden met de verschillende belangen rond de stikstofproblematiek en de PFAS-chemicaliën zijn omgegaan.
De uitspraak dat de Nederlandse veestapel met de helft moet inkrimpen heeft niet veel vertrouwen en rust gebracht, om de impact van die politieke uitspraak maar eens in een understatement te vatten. Natuurlijk kunnen we nuchter vaststellen dat de omvang van de veestapel in Nederland groot is, afgezet tegen de omvang van ons land, in verhouding tot de natuurgebieden, en in verhouding tot het economisch belang. Heel goed dat wordt aangekaart dat er een andere publieke afweging nodig zal blijken, en dat dit harde keuzes vergt: woningen of stallen.

Potje breken
Zeker is dat de boeren en hun lobby’s de opeenvolgende crises – mest, fosfaat, stikstof – mede zelf hebben veroorzaakt. Maar dat konden zij doen dankzij een overheidsbeleid dat de afwegingsproblemen steeds voor zich – en dus voor ons – uitschoof. Als de overheid nu eindelijk tot een andere publieke afweging wil komen, kan dat niet zonder zorgvuldig om te gaan met de mede door haar beleid gevestigde belangen van de boeren. Niet alleen het bestuur, ook de volksvertegenwoordigers moeten er toe bijdragen dat die kant van de zaak direct vanaf het begin wordt meegenomen in het debat. Dat is rechtsstaat. En als je het opbrengt om andere partijen en hun belangen te erkennen en ook een beetje mee te leven met de andere belangen, dan kun je bedenken dat het bij boeren niet alleen gaat om werk, het is naast werk een manier van wonen en een wijze van leven.
Dan besef je tevens dat eerdere slechte ervaringen met de maatregelen voor compensatie door de overheid zullen blijven meespelen, denk bijvoorbeeld aan de afwikkeling van schades in het Groningse gaswinningsgebied. Tegen die achtergronden is het te verklaren dat de boeren bij het grote publiek een potje of meer konden breken.
Wie ook komt met welke oplossing voor welk probleem, het rechtsstatelijk besef vergt dat je die niet over de mensen heen walst zonder rekening te houden met de schade en het leed dat die oplossing voor sommigen met zich meebrengt.

Spoor bijster
En waarom reageerde het openbaar gezag zo terughoudend? Het groot materieel waarmee de boeren en de bouw uitrukten, zal zijn intimiderend effect gehad hebben, mag je veronderstellen. De boeren en actievoerders uit de bouwsector zien dat als hun winst, maar rechtsstatelijk gezien kun je het als een verliespost zien, of op zijn minst als grote risicopost. In de context van hetgeen hiervoor over de publieke belangenafweging gesteld is kom ik nog op een ander punt met betrekking tot het overheidsgezag: na de uitspraak van de bestuursrechter over de stikstof leken de overheden het spoor volledig bijster.
Dat is verwijtbaar, heel lang hebben ze het probleem vooruit geschoven, compensatiemaatregelen afgewenteld. De Raad van State als adviesorgaan van de regering heeft het stikstofcompensatiebeleid jaren geleden al bekritiseerd, en ook vóór de commissie-Remkes is hier al – met de sector – over nagedacht en gerapporteerd. De rijksoverheid en de provincies zitten niet op één lijn wat hun aanpak betreft, dat verhoogt de algemene verwarring. In die verwarring is het begrijpelijk, en vanuit het ordevraagstuk gezien ook wel verstandig, om niet te veel olie op het vuur te gieten door hard in te gaan tegen de protesten en de methoden die daarbij zijn gehanteerd. Maar de overheid zet zichzelf zo klem; door te falen op het punt van de publieke belangenafweging, ontbeert ze het gezag om de openbare orde goed te beschermen. Een hellend vlak? Dan maar snel en hard aan de slag gaan om alsnog tot een behoorlijke belangenafweging te komen.

Reanimeren
In de aanpak van de stikstofproblematiek en dat van de PFAS-chemicaliën door de overheid, en de vorm die de boeren en de bouwsector kozen voor hun protest daartegen, kunnen we zien hoe overheid en samenleving elkaar kunnen opjutten in negatief en discutabel gedrag, bezien vanuit de rechtsstatelijke principes.
Het is één van de voorbeelden, het geeft aan dat het tijd is voor het reanimeren van het rechtsstatelijk besef bij bestuurders, politici, burgers én buitenlui. De reflecties in dit blog zijn bedoeld als inspiratie en aansporing om dat te gaan doen. Ik heb deze en vele andere voorbeelden in een essay uitgewerkt en aan een rechtsstatelijke toets onderworpen. Dat wordt dit najaar door Stichting Beroepseer gepubliceerd. Samen met het Alternatieven-kabinet, waar ik lid van ben, gaat de stichting in gesprek met jongeren, professionals, en bestuurders met het doel om het rechtsstatelijk besef te prikkelen bij alle partijen die de rechtsstaat vormen: politici, bestuurders, professionals, burgers.

Meer informatie: 

Vond je dit artikel interessant? Lees alle artikelen van: Hans Wilmink
Deel dit artikel

Er zijn nog geen reacties op dit artikel

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*