Bestuurlijke vernieuwing via burgerberaden


Ligt de oplossing voor de grote maatschappelijke problemen in Nederland in het opzetten van burgerberaden? In Nu is het aan ons betoogt Eva Rovers dat burgers cruciaal zijn voor het oplossen van de grote problemen van deze tijd. Robbert Coops bespreekt het werk op platform O.  

De aangekondigde stikstofmaatregelen van het kabinet leverden ogenblikkelijk een hoop emotionele, zakelijke, functionele, wetenschappelijke en/of bestuurlijke reacties op. Dat was te verwachten. De impact van het kabinetsbesluit was (en blijft) immers groot en divers: bijna alle sectoren van de samenleving hebben of krijgen er direct of indirect mee te maken. Duidelijk is in ieder geval dat het onderwerp in de samenleving leeft. En dat de onderlinge opvattingen erover uiterst controversieel zijn. Hoe nu verder met dit redelijk explosieve dossier?

Burgerberaden
Volgens Eva Rovers in haar onlangs verschenen bestseller Nu is het aan ons ligt de instrumentele oplossing voor een dergelijk probleem buiten de geijkte paden en bestuurlijke procedures. Zij pleit vurig voor een meer en betere (gestructureerde en georganiseerde) vorm van burgerparticipatie: burgerberaden! Daardoor wordt niet alleen het besluitvormingsproces sneller, maar er ontstaat ook meer draagvlak, beter beleid voor de langere termijn, meer democratisch vertrouwen van burgers en meer wederzijds vertrouwen tussen politiek en bevolking. Dat is pure winst, tenminste als alles zo gaat als zij beschrijft. En dat is helaas niet zo, ondanks het feit dat in menig gemeentelijk coalitieakkoord het organiseren en functioneren van burgerberaden hoog op de agenda staat. Maar in de praktijk blijkt zelden dat de overheid burgerberaden serieus nemen. In dat opzicht is de overheid niet alleen onbetrouwbaar en onvoorspelbaar maar ook ondemocratisch.

‘De overheid wil burgerberaden nog niet inpassen in de bestuurlijke procesgang’

Logischerwijs zal het initiatief tot het opzetten van burgerberaden altijd vanuit de samenleving moeten komen, hetgeen betekent dat de overheid deze tijdelijke projectvorm van burgerparticipatie zal moeten erkennen, faciliteren en inpassen in de bestuurlijke procesgang. Daar wringt het helaas aan. Het is immers in ons land op rijksniveau al eens eerder gebeurd: het Burgerforum Kiesstelsel. Het was toenmalig D66-minister van Binnenlandse Zaken Alexander Pechtold, die de mogelijkheden die zouden moeten leiden tot vernieuwing van het kiesstelsel door een groep burgers liet schetsen. Via een (gewogen) loting kwam het burgerforum tot stand dat op basis van een concrete opdracht, gesecondeerd door ambtelijke en wetenschappelijke ondersteuning, aan de slag ging.
Er werd intern stevig gediscussieerd, er kwamen regionale bijeenkomsten en er was de nodige communicatie. Leden van het burgerforum kregen een vergoeding, terwijl reis- en verblijfkosten voor rekening van het ministerie kwamen. Het advies over een complex (juridisch en politiek) onderwerp als het kiesstelsel dat uiteindelijk tot stand kwam kreeg uiteindelijk de volledige en enthousiaste steun van alle leden die geheel onafhankelijk tot eensluidende conclusies konden komen. Een prestatie op zich en een groot succes, ware het niet dat het advies – dat concreet, praktisch en realistisch van aard was – met het opstappen van de minister in de bekende bureaucratische lade verdween. En daarna definitief van het politieke toneel verdween. Doodzonde van alle energie, doodzonde dat dit experiment van democratische vernieuwing op zo’n manier mislukte. Niet de schuld overigens van burgers of burgerberaden, maar van ambtelijk en bestuurlijk Den Haag, dat niet de moed had het advies van het Burgerforum Kiesstelsel serieus te betrekken in de noodzakelijk geachte veranderingen van het kiesstelsel. Het werk van de burgerleden is in ieder geval gefrustreerd, maar dat geldt eigenlijk ook voor het initiatief van Pechtold.

De plek van burgerberaden
In het boek van Eva Rovers komen allerlei andere voorbeelden (niet alleen uit eigen land, maar ook uit Ierland, België, Frankrijk en Duitsland) van geslaagde en minder succesvolle pogingen van het functioneren en organiseren van burgerberaden te midden van allerlei vormen van polarisatie, geopolitieke spanningen en bewuste desinformatie aan bod. In de bijlage staan randvoorwaarden beschreven die de positie van burgerberaden zouden moeten borgen. Uit alles blijkt dat het moeilijk is om het optuigen en functioneren van burgerberaden op een goede plek te laten landen binnen de bestaande bestuursstructuur en -cultuur.

‘Is een burgerberaad de oplossing in tijden van polarisatie en afnemend vertrouwen in de overheid?’

Het vlammende betoog van Rovers is in dat opzicht opvallend positief en meer dan de moeite waard om te lezen. Haar suggesties de serieuze en constructieve aspecten van burgerberaden toe te passen bij het oplossen van complexe problemen, zoals bij het huidige stikstofdossier of het asielbeleid, zijn hartverwarmend maar, zonder al te cynisch te zijn, in het huidige tijdsgewricht van polarisatie en afnemend vertrouwen in de overheid, minder toepasbaar dan beschreven. Want ook de wijze waarop het kabinet de stikstofdoelstellingen wil laten uitwerken (en bepalen?) door de provincie is nu alweer als “ondemocratisch” afgeschoten door bestuursjurist en oud VVD-kamerlid Thijs Udo. Provincies en gemeenten worden volgens hem steeds meer tot uitvoeringskantoor van het kabinet gebombardeerd “met dramatische beleidsmatige en financiële gevolgen, ook voor de burger”.
In die redenering zit wel wat. Zoals Eva Rovers schrijft: “Vooral een veelkoppig monster als klimaatverandering vraagt om een veelkoppige aanpak”. Want: “Als de Nederlandse regering haar belofte uit het coalitieakkoord wil nakomen om Europees koploper te worden in de race tegen planetaire opwarming, maar het land ondertussen niet uiteen wil laten vallen door klimaatpolarisatie, dan kan ze niet anders dan op korte termijn de hulp inroepen van de bevolking. Na veertig jaar polderen en nathouden, na veertig jaar tegenwerking en desinformatiecampagnes van de fossiele industrie, na veertig jaar schimmige en schadelijke bedrijfslobby tegen fatsoenlijk klimaat- en milieubeleid is het nu aan ons. Het is aan ons om de politiek te helpen om radicale zorg te geven aan ons unieke, kwetsbare ruimteschip aarde”. Een forse aanklacht jegens de overheid. Een terechte analyse? En een creatieve oplossing die vastzittende discussies en opvattingen kan lostrekken?  Het lijkt – gezien alle complexe, maatschappelijke problemen – de moeite waard om op een serieuze, concrete, realistische wijze burgerberaden in te schakelen. Niet als experiment of probeersel maar als partner, adviseur binnen vastomlijnde en tevoren in overleg vastgestelde procedures en bandbreedtes. Dan zal blijken wat het oplossend vermogen van dergelijke burgerberaden echt kan zijn.

Bibliografie
Eva Rovers (2022): Nu is het aan ons; oproep tot echte democratie, ISBN 978 94 93 254091, De Correspondent, Amsterdam.

Vond je dit artikel interessant? Lees alle artikelen van: Robbert Coops
Deel dit artikel

Er zijn nog geen reacties op dit artikel

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*