Generale repetitie van de participatiesamenleving


Al is het gewone maatschappelijke verkeer ontwricht door de coronacrisis, we moeten toch op aangepast niveau doorgaan. Het mag dan te vroeg zijn om lessen te trekken uit de actualiteiten, maar het loont om tijdig de ontstane participatiesamenleving te analyseren. Die maakt nu ongewild en ongedwongen een proefperiode door.

Met de uitbraak van het coronavirus staat de overheid voor een ongekend complexe opgave. Ook op platform O willen wij hier aandacht aan besteden. Dat doen we in een reeks artikelen getiteld ‘De overheidsdienaar in tijden van crisis’. 

Een indirect gevolg van de coronacrisis is dat de participatiesamenleving serieuze vormen begint te krijgen, overigens zonder dat hier sturing op was. Het valt niet uit te sluiten dat velen onder ons tot 1 juni (of zelfs langer) te maken hebben met extra taken. Al is het nog te vroeg voor een evaluatie (laat staan om de balans op te maken), er zijn wel signalen om aan te nemen dat er zorgtaken worden overgenomen door netwerk, mantelzorgers en vele vrijwilligers. Maar ook dat er zorgmijders zijn. Sinds 16 maart wordt van een ieder meer zelfredzaamheid verwacht, variërend van kinderen 24/7 thuis en digitaal vergaderen tot sporten in huis. Ook bij structurele zorgdisciplines (denk aan thuiszorg en dagopvang) zullen familieleden of bekenden wel eens taken overnemen. In meerdere opzichten is deze periode voor iedereen een test in zelfredzaamheid of een onverwachte stap richting de participatiesamenleving.

Structureel hogere zorgkosten
Massaler dan ooit deelt de samenleving een ongewilde ervaring in plotselinge verschuivingen binnen het bestedingspatroon, waar het stellen van prioriteiten een grotere rol zal spelen. Niet de luxe van restaurants, vakanties en evenementen bepalen het gespreksonderwerp, maar preventie in gezondheid. Dat deze periode de economie geen goed doet, is een eufemisme. Die zal echter vroeg of laat herstellen, zoals elke recessie of crisis van tijdelijk aard is.

‘De stijging in zorgkosten was al voor de eerste Nederlandse coronabesmetting een feit’

Dat de gezondheidszorg nu nog meer geld kost dan begroot is ook logisch. Maar die stijging is niet tijdelijk, maar structureel! Die stijging in de zorgkosten is namelijk al vóór de eerste coronabesmetting in Nederland medegedeeld. Op 2 januari dit jaar verklaarde minister van Financiën Wopke Hoekstra dat de kosten van de gezondheidszorg de komende jaren in een tempo stijgen dat Nederland niet kan volhouden.
‘Deze groei van de kosten van de zorg is op termijn niet houdbaar en niet organiseerbaar’, aldus Hoekstra in het Algemeen Dagblad. Grootste kostenpost binnen het sociaal domein is inmiddels de jeugdhulp. In 2018 kregen 428.000 jongeren tot 23 jaar een vorm van jeugdzorg, waar dit aantal in 2015 nog beduidend minder was: 319.000.

Kinderschoenen
Algemeen erkend is dat de transformatie naar de participatiesamenleving nog in de kinderschoenen staat. Maar, hoe oud is het kind dan, een jaar of vijf? Dan is de weg naar volwassenheid nog lang. Die tijd hebben we niet. Kostenoverschrijdingen bij jeugdhulp zijn schering en inslag, terwijl woorden als ‘ontzorgen’, ‘normaliseren’, ‘eigen kracht’ en ‘participeren’ al jaren opdoemen. Deze dienen allereerst eens steviger omschreven te worden en zouden minder vrijblijvend in de beoordeling en toekenning van het gemeentebudget tot uiting moeten komen. Voor wettelijke kaders lijkt geen consensus. In het eind maart verschenen eindrapport en advies van het VNG Expertiseteam Reikwijdte Jeugdhulpplicht wordt dit zelfs afgeraden: ‘Het is ook niet zinvol om de jeugdhulpplicht of de toegang tot jeugdhulp wettelijk te begrenzen’. Daar lijkt echter wel behoefte aan. Zo geeft de visitatiecommissie Financiële Beheersbaarheid Sociaal Domein (in het leven geroepen door de VNG en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties om hulp te bieden bij overschrijdingen) aan dat gemeenten als één van de problemen benoemen dat de Jeugdwet geen eigen bijdrage en vrijwel geen begrenzing kent van de ondersteuning die jeugdigen en hun opvoeders kunnen krijgen. Afwijzen omdat de inwoner voldoende inkomen of eigen vermogen heeft is immers niet mogelijk, aldus rapportage van 21 november 2019.
Merkwaardig, omdat in het zorgstelsel (ook sociale vangnet) allerlei begrenzingen zijn en bij geleverde zorg, zoals bij de tandarts, veel kosten toch nog voor eigen rekening zijn. Begrenzingen kunnen gekoppeld zijn aan randvoorwaarden (WW), aan inkomen(s) en vermogen (bijstand), prijsplafond (hulpmiddelen) of duur van een traject (fysiotherapie).
Een enquête onder de 355 colleges van B & W zou over behoefte aan vormen van begrenzing uitsluitsel kunnen geven.

‘Geen tijd hebben is simpelweg een kwestie van prioriteiten stellen’

In mijn column Hoe SMART is de participatiesamenleving heb ik al naar voren gebracht dat zonder een échte participatiesamenleving de decentralisaties van de zorg qua kostenbesparing zullen mislukken. Daar zal toch meer sturing op moeten komen, zo luidde mijn conclusie. Het moge duidelijk zijn dat begrenzen ook een vorm van sturen is.

Taboe
In alle opzichten is de participatiesamenleving een aaneenschakeling van prioriteiten en verantwoordelijkheidsbesef. Zo is ‘druk, druk, druk, geen tijd’ simpelweg een kwestie van prioriteiten stellen. Indien verantwoordelijkheidsbesef niet intrinsiek aanwezig is, zal iets extrinsiek tot stand gebracht moeten worden. Sinds 16 maart geldt in Nederland eens te meer dat nood wet breekt. Maar maak ook van de nood een deugd. Ik hoop dat dit proces door sociologen wetenschappelijk op de voet gevolgd wordt, zodat wij na deze periode van huisarrest en ontwricht maatschappelijk verkeer weten hoe de samenleving die zelfredzaamheid ervaren heeft, hoe de bijdrage aan de participatiesamenleving is ingevuld en of dit positieve of negatieve financiële gevolgen heeft. Wees de criticasters voor en betrek de wetenschap hierin.
De participatiesamenleving doet momenteel ongewild, maar zonder dwang een proefexamen. Op begrenzing aan de zorg mag dan een taboe heersen, maar met al jaren gebruikte termen als ‘ontzorgen’, ‘normaliseren’, ‘eigen kracht’ en ‘participeren’ is in zekere zin een zorgvuldige en zorgzame grens noodzakelijk, waar maatwerk natuurlijk wél mogelijk moet blijven. Zijn taboes er om doorbroken te worden? Dan is een grens verleggen slechts een compromis.

Vond je dit artikel interessant? Lees alle artikelen van: Erik Bevaart
Deel dit artikel

Er zijn nog geen reacties op dit artikel

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*