De komst van het nieuwe Wetboek van Strafvordering behelst een monsteroperatie. Bedoeling is om op 1 april 2029 de nieuwe wet in werking te laten treden. In dit artikel blikken programmadirecteur Martine Vis van Politie Nederland en advocaat Marianne Hirsch Ballin van het kantoor van de landsadvocaat, Pels Rijcken, terug op het wetgevingstraject en schetsen zij de voorbereidingen van de start.
Beeld: Pels Rijcken
Het nieuwe Wetboek van Strafvordering vervangt de huidige versie uit 1926 en wordt wel ‘het wegennet van de strafrechtelijke rechtshandhaving’ genoemd. Het is het resultaat van een van de meest omvangrijke wetswijzigingen uit de Nederlandse wetsgeschiedenis, waarbij onder meer sprake is van herstructurering, in een wet vastleggen van jurisprudentie en toevoeging van digitale opsporingsbevoegdheden. Met de afronding van de parlementaire behandeling begin dit jaar en publicatie van de 8 nieuwe wetboeken is het wetgevingstraject bijna voltooid.
Alleen al voor de politie zijn er circa 2.500 wijzigingen geïdentificeerd die de nieuwe wet meebrengt voor de politiepraktijk. Zo zijn in de nieuwe wet normen opgesteld voor het horen van getuigen, terwijl dat nu nog door iedereen verschillend kan worden gedaan. Ook is het straks wettelijk verankerd dat bij twijfel over iemands identiteit al op straat een vingerafdrukscan gemaakt kan worden. Een ander voorbeeld is dat met de nieuwe wet de welbekende dagvaarding verdwijnt. Ervoor in de plaats komt een zogenoemde ‘procesinleiding’.
‘Voor elke wijziging hebben we een werkpakket gemaakt,’ zegt programmadirecteur Martine Vis. ‘Soms heeft dat grote impact, soms is het vooral heel praktisch. Zo zullen we bijvoorbeeld de oude brochures voor slachtoffers en verdachten, waarin verwezen wordt naar de huidige wet, uit de rekken moeten halen en vervangen voor nieuwe versies in de nacht van 1 april 2029.’
Het geheel van alle werkpakketten heeft een enorme impact: ‘De hele samenleving gaat het merken. Alleen al omdat circa 60.000 politiemensen bijgeschoold moeten worden.’ Voor de politie ligt het zwaartepunt bij een uitdaging van ongekende omvang. ‘Onze allergrootste opgave is het opleiden van politiemensen die op 1 april 2029 direct de nieuwe regels uit het nieuwe wetboek moeten kunnen toepassen,’ aldus Vis. ‘Het betekent dat we op diverse opleidingsniveaus en voor alle politieagenten, rechercheurs, arrestantenverzorgers, hulpofficieren van justitie en andere specialisten een opleiding in elkaar moeten zetten. Bovendien zijn er ict-aanpassingen nodig.’
Ingrijpende veranderingen in de strafrechtpleging
Marianne Hirsch Ballin schetst de reikwijdte van de wijzigingen: ‘Hoewel de uitgangspunten hetzelfde blijven, zijn er toch ook grote wijzigingen voor de praktijk. Het doel is daarbij het vooral eenvoudiger te maken, beter toepasbaar voor de huidige tijd en bij te dragen aan een uitvoering die minder belastend is voor alle betrokkenen.’
De impact op de politieorganisatie, het OM en de rechtspraak is groot
Ze benadrukt dat de impact breed voelbaar zal zijn: ‘De impact op de politieorganisatie, het OM en de rechtspraak is groot. Er zijn straks bijvoorbeeld meer rechter-commissarissen nodig omdat die een stevigere regierol krijgen tijdens het opsporingsonderzoek en vaker een rol zullen spelen bij de inzet van opsporingsbevoegdheden.’
Duizenden lesdagen
De politie staat voor een logistieke uitdaging. Vis legt uit: ‘Veel dagelijks voorkomende werkzaamheden veranderen. Om politiemensen daarop voor te bereiden, zullen we duizenden lesdagen moeten organiseren. Dagen waarop honderden politiemensen dus niet inzetbaar zijn. Dit gaat de samenleving merken.’
Een gefaseerde invoering zou beter beheersbaar kunnen zijn, maar de vraag is in welke mate dat ‘om inhoudelijke redenen’ ook kan. Hirsch Ballin: ‘De inhoudelijke samenhang tussen de delen is groot, wat het opknippen in delen lastig maakt. Zo verandert het onderzoek ter terechtzitting door de zogenoemde beweging naar voren, waardoor veel meer onderzoek vóór de zitting gaat plaatsvinden.’ Wat weer kansen biedt, is de normering voor het horen van getuigen, vult Vis aan. ‘Omdat daar nu nog geen regels voor zijn, zouden we met de invoering daarvan wellicht wel kunnen beginnen.’
Timing en praktische uitvoering
Voor de spreiding van de opleiding geldt een dilemma. ‘Als je het mensen nu aanleert, dan ben je de helft alweer vergeten op het moment dat het moet over ruim 3 jaar,’ stelt Vis. ‘Spreiding is haalbaar, maar kent wel grenzen. We zullen bovendien in kleine klassen moeten opleiden, want het verwerken van dit soort praktisch juridische kennis vereist wel enige begeleiding.’
Ze benadrukt de uitdaging van docentencapaciteit: ‘Voor de opleiding van al onze mensen is er de politie academie, maar we zullen ook de samenwerking met ketenpartners en opleidingsinstituten moeten zoeken. Er zijn vele honderden extra docenten nodig en die moeten ook opgeleid worden.’
Praktijkgerichte ontwikkeling
De samenwerking tussen praktijk en theorie blijkt cruciaal. Vis reflecteert: ‘Samen met Marianne hebben we daar vaak goede gesprekken over gehad. Iets kan juridisch wel mooi op papier staan, maar in de praktijk niet zo uitpakken. Het scherpte mijn juridisch denken en Mariannes praktische inzicht in ons werk.’
Het gekozen wetgevingstraject vergroot de kans op een goede implementatie
Hirsch Ballin prijst het zorgvuldige voorbereidingsproces: ‘Het gekozen wetgevingstraject vergroot de kans op een goede implementatie. In de jaren negentig heeft het voorbereiden van de modernisering van het Wetboek van Strafvordering een aanvang genomen. Er is de tijd genomen om tot wetgeving te komen in nauwe samenspraak met de gehele keten van de strafrechtpleging.’
Concrete veranderingen op straat
Voor de dagelijkse praktijk brengt de wet dus concrete wijzigingen, die vervolgens ook een niet-juridische doorvertaling vereisen. ‘We mogen bij onduidelijkheid over iemands identiteit straks dus op straat een digitale vingerafdruk afnemen. Maar dan zullen we apparatuur moeten inkopen, in grote aantallen en welke precies? Gaat die scanner dan aan je koppel hangen die al vele kilo’s weegt?’
Ook procedurele wijzigingen brengen uitdagingen: ‘In de wet straks staat dat we, even in mijn woorden, kort na een verhoor een afschrift daarvan sturen naar een verdachte. Maar wat is kort erna? In een grote strafzaak een week, bij een winkeldief minder dan een uur?’
Hirsch Ballin onderscheidt verschillende ontwikkelingssporen: ‘De twee vaststellingwetten voor alle boeken van het nieuwe Sv zijn door het parlement nu aangenomen. Via het innovatiespoor wordt in de praktijk geëxperimenteerd met bepaalde wijzigingen. Het aanvullingsspoor behandelt complexe onderwerpen zoals ‘hoe het vergaren van bulkdata uit smartphones en de cloud op juiste wijze te regelen.’
Klaar voor de toekomst
Ondanks alle uitdagingen toont Vis vertrouwen: ‘We zijn goed op dreef en hebben een goed beeld van de impact. We houden van een uitdaging en dat is dit in alle opzichten.’ Wel vraagt zij begrip voor de overgangsperiode: ‘Mijn boodschap is dat de nieuwe wet vooruitgang betekent, maar dat voor de invoering ervan de politie er komende jaren geen grote wijzigingen bij kan hebben.’
De implementatie vereist samenwerking tussen alle betrokkenen. Vis: ‘En dan nog zal het heus voorkomen dat we na invoering niet vanaf dag één alles perfect doen. Laten we dan niet rollebollend over straat gaan als politie, OM en strafadvocatuur bijvoorbeeld. Iedereen zal moeten wennen en als politie moeten we daarbij ook coulance betrachten richting andere ketenpartners. We zullen deze klus met elkaar moeten klaren.’

Geef een reactie