Politieke partijen moeten het hebben van beloften om stemmen te winnen. Van het waarmaken van die beloften komt weinig terecht, dat weten kiezers van tevoren eigenlijk al. Daarmee is niet gezegd dat politici hun (loze, veelal vage) beloften niet zouden willen realiseren, maar wel dat ze niet erg hun best doen om er wat van te maken. Belofte maakt schuld, maar blijkbaar geldt dat niet voor de politiek.
Beeld: Pixabay
Daar zijn natuurlijk allerlei politieke redenen voor: het is lastig om meerderheden te vinden voor oplossingen; sommige politieke partijen willen helemaal geen oplossing; mdoorslaggevende oplossingen vragen om drastische aanpassingen van de wetgeving; belangengroepen willen er niet op achteruitgaan en zowat altijd staan ideologische stellingnamen goede oplossingen in de weg. Dat leidt er na verkiezingen toe dat ministers (en ook gedeputeerden of wethouders) opnieuw jarenlang verder klungelen. Politieke partijen worden daar door kiezers soms op afgerekend. Denk bijvoorbeeld aan de forse terugval van de PvdA in 2017, de decimering van het CDA in 2023 en het vrijwel verdwijnen van NSC in 2025. Maar daarmee verdwijnen de onderliggende problemen niet. Welke partijen er ook gaan regeren, kiezers krijgen opnieuw te maken met beloften die maar ten dele worden waargemaakt. Ook proteststemmen veranderen daar weinig aan.
Gebakken peren
De gevolgen van de patstelling die het resultaat is van dit beloftencircus, kom je dagelijks tegen in de krant en op tv. Er komen gewoonweg geen oplossingen voor de vele maatschappelijke problemen. Er wordt vooral ruzie gemaakt door politici, terwijl burgers en ondernemers met de gebakken peren zitten en het welzijnsniveau daalt. Het vertrouwen in de overheid is lager dan ooit. En het duurt maar voort, terwijl er geen zicht is op verbetering. Ook het huidige minderheidskabinet blijkt tamelijk machteloos te opereren. ‘Het kan wel’, dat is zeker zo, maar doe het dan ook.
‘Het kan wel’, dat is zeker zo, maar doe het dan ook
Oplossingen voor allerlei maatschappelijke problemen zijn niet eens moeilijk te vinden, integendeel zelfs. Alleen al de rapporten van de ruim honderd vaste adviesorganen van de rijksoverheid bieden daarvoor meer dan voldoende oplossingsrichtingen. Daarnaast zijn er talloze aanwijzingen in de praktijk die laten zien hoe het niet moet en hoe het veel beter kan worden aangepakt. Vraag maar aan uitvoerders waar ze mee worstelen, aan ervaringsdeskundige burgers waar ze tegenaan lopen, aan ondernemers die te maken hebben met onnodig complexe regelgeving en aan gemeenten die met problemen worden opgezadeld die het rijk niet kan of wil oplossen.
Kiezen tussen kwaden
Er is nog een ander probleem voor kiezers. Welke partij je als kiezer ook neemt, er zijn altijd wel belangrijke punten waar je het niet mee eens bent. Met partijen die over de meeste belangrijke zaken anders denken dan jij, ben je snel klaar, maar vervolgens blijft er een aantal partijen over dat je deels wel maar deels ook niet bevalt. Je neemt uiteindelijk een beslissing, maar blijft vervolgens achter met het onaangename gevoel dat je ook voor zaken hebt gestemd die je helemaal niet wilt. Eigenlijk is het kiezen tussen kwaden. Eigenlijk mag je blij zijn dat er van al die beloften weinig terechtkomt.
De vraag is hoe kiezers zodanige invloed zouden kunnen uitoefenen op de politiek dat er goed werkende oplossingen tot stand komen. Waarschijnlijk zou een voorronde waarin kiezers voor concrete oplossingen mogen kiezen, kunnen helpen om de politiek de goede richting in te krijgen. Een commissie bestaande uit vertegenwoordigers van de belangrijkste adviesorganen van de rijksoverheid (denk aan ARK, WRR, RvS, SCP, CPB, PBL, SER, ATR en de Ombudsman) zou op basis van het arsenaal aan beschikbare adviezen, en liefst ook op basis van creatieve suggesties van burgers, voor de belangrijkste beleidsterreinen oplossingsvoorstellen kunnen formuleren.
Denk bijvoorbeeld aan huisvesting, arbeidsmarkt, milieu, onderwijs, vluchtelingen, belastingen, criminaliteit en de rechtsstaat. Kiezers mogen dan hun stem geven aan elk van deze voorstellen. Voorstellen die een duidelijke meerderheid krijgen, worden daarna voorgelegd aan de politieke partijen, die kunnen aangeven welke voorstellen ze willen steunen. De uitslag laat meteen zien welke coalities mogelijk zijn.
Goed begin
Kiezers krijgen zo een duidelijker beeld van waar partijen voor staan en kunnen stemmen op partijen die niet alleen iets beloven, maar zich ook hebben gecommitteerd aan bepaalde oplossingsrichtingen. Het moet dan niet worden gezien als een vrijblijvend advies van kiezers, maar als een serieuze basis voor coalitieonderhandelingen. Waarschijnlijk komt er vervolgens een slagvaardigere coalitie, waardoor de kans op goed beleid toeneemt.
Er is natuurlijk heel wat meer nodig om tot effectiever bestuur te komen. In het kort: open beleidsontwikkeling, burgerparticipatie, het toetsen van aannames over problemen en oplossingen, het benutten van evaluaties, bestuurseffectrapportages en het benutten van praktijkkennis. Maar zo’n voorronde is waarschijnlijk een goed begin dat kan leiden tot een structurele verbetering van het openbaar bestuur. Dan blijft de vraag of het parlement zo’n eerste stap zou willen zetten, want het lijkt er sterk op dat parlementariërs doormodderen aantrekkelijker vinden dan aan de weg timmeren.


Geef een reactie