Structureel uitblijven van resultaten
Afgelopen week is de reeks van toonaangevende rapporten van kritische professionals over ons overheidsfunctioneren verrijkt met Democratie in revisie (juni 2026) | DenkWerk waarin de link werd gelegd tussen uitblijvende overheidsresultaten, het dalende vertrouwen in regering/politiek én de verleiding naar autocratische alternatieven. Het was voorzien van – niet nieuwe – klinkende adviezen over het sturen op samenhang én het stellen van meetbare doelen. Een betoog dat ik van harte onderschrijf. En dat tegelijk vraagt om één aanvulling, die voor mij de kern raakt: het wenkende perspectief, dat hogere gemeenschappelijke doel. Want juist dát bindende element verdient meer nadruk, niet alleen voor onze overheid als geheel, maar óók zelfs per domein[1]– of keten. Om zo waardecreatie de prioriteit te geven die het verdient.
Beeld: ChatGTP
De Denkwerk-professionals maken zich terecht zorgen over het structureel uitblijven van overheidsresultaten – helemaal als je dat afzet tegen het alsmaar uitdijende karakter Doorbreek Haagse muren! van bijna 40%. Een patroon is zichtbaar: het behalen van concrete doelen staat op vrijwel alle beleidsterreinen (denk aan: woningbouw, CO2-reductie, toekomstbestendigheid zorg, netcongestie) onder druk. Hoe dat kan? Beleid komt verkokerd tot stand in aparte ministeries. Hierdoor sluit het vaak onvoldoende aan op het integraal karakter van, en de samenhang tussen, grote maatschappelijke opgaven. Terwijl iedereen weet: grote vraagstukken van vandaag houden zich niet aan die silo-indeling. Waarmee die verkokerde sturing volstrekt geen recht doet aan de onderlinge afhankelijkheden tussen operaties. Waardoor slimme keuzes op de drie meest relevante schaarse parameters (arbeid, geld, ruime) ontbreken. Daarom adviseert Denkwerk om écht werk te maken van de samenwerking tussen opgaven vanuit een strategische agenda om zo dat overlappende eigenaarschap te kunnen coördineren.
Daarnaast laat Denkwerk zien dat de doelgerichtheid van beleid structureel te wensen overlaat: we stellen te weinig concrete, meetbare doelen en we halen ze nog minder. Zo laten recente analyses van de Rekenkamer tijdens Verantwoordingsdag Toespraak Pieter Duisenberg in Tweede Kamer zien dat van de 250 onderzochte beleidsmaatregelen in het laatste decennium weliswaar 95% een kwalitatief voornemen heeft, maar in slechts 7% van de gevallen is dat voornemen ook gerealiseerd. Van de maatregelen met een concreet doel – 34% van het totaal – haalt slechts 10% dat doel. Het probleem is dus niet alleen dat doelen niet worden gehaald – ze worden nauwelijks gesteld!
Ministeriële taskforces
Gelukkig bemoeit onze premier zich ook met de overheidsperformance Hoe Haagse muren sluipenderwijs Berlijnse muren werden… En zijn er inmiddels ministeriële taskforces aan de slag op een zestal taaie dossiers (versnelling woningbouw, landbouw, natuur & stikstof, toekomstige welvaart & vestigingsklimaat, slagvaardige overheid, asiel & migratie en ondermijning). Voorzien van een actieagenda Kabinet zet vol in op slagvaardigere overheid. Goed nieuws dus. Maar wat bindt ons dan als overheid, wat zegt dit over onze houding en gedrag? Hoe wordt gestuurd op het totaal? En wat zijn dan de gedragen leidende principes om er zo voor te zorgen dat we die beloofde resultaten ook daadwerkelijk fiksen? Want wat er in al die jaren stilletjes is binnengeslopen, krijg je niet zomaar tussen de soep en de aardappels weer weg.
Gebaseerd op drie drivers
Even terug naar de verandertheorieën. Waar boekenkast over vol zijn geschreven. Met tal van verschillende aanpakken en methodes. Die één ding gemeen hebben. Ze zijn allemaal gebaseerd op drie drivers: 1) urgentie – ‘help, mijn schoenen staan in de fik’, 2) een langetermijnambitie, zicht op een gemeenschappelijk hoger doel – ‘kijk, dít staat er straks’ en 3) energie – ‘niet zwetsen maar doen: show it’. Deze drie drivers geven aan wat ons mét elkaar bindt. Om zo mét elkaar werk te kunnen maken van het collectieve. Toen ik vlak na de eeuwwisseling in charge was bij Rijkswaterstaat hadden wij als stip op de horizon de ambitie om onszelf te transformeren tot ‘het meest publieksgerichte overheidsbedrijf’. Dus waarom zouden we nú niet de ambitie hebben om onszelf aan de eigen haren uit het moeras te trekken en te transformeren tot de beste overheid ter wereld? Voorzien van een aantal leidende principes (‘kijk, zó doen we dat’) zoals de NDS ze heeft Als er een wind van verandering waait… is gebaseerd. Denk aan:
- start with why: werk vanuit bedoeling
- overheid als verbinder: extern beginnen = samen winnen
- begin met einde voor ogen, maak dát concreet
- think big, act small, start now: los problemen niet op vanuit hetzelfde niveau waarop ze zijn ontstaan
- zet maatschappelijk doel centraal: welke waarde voegen we toe aan het dagelijks leven van mensen?
- als je van ‘A’ naar ‘B’ gaat, handel vanaf dag één in termen van ‘B’
- werk Confucius-proof[2]
Meest misbruikte vluchtheuvel
Want één ding is mij na dik vier decennia acteren in het publieke domein wel helder: naast wollige meel-in-de-mond-achtige teksten, verpakt in een mêlee aan inactieve werkwoorden, een intern circus aan over elkaar heen buitelende overleggen is ministeriële verantwoordelijkheid inderdaad de meest misbruikte vluchtheuvel om niets te hoeven doen!
Je hebt de grootste kans een doel te bereiken als je je niet op dat doel zelf richt, maar op een ambitieuzer, verder gelegen doel[3]
Laten we wel wezen: hoe gaaf is het om bij de start van de tweede kwart van de 21e eeuw dát tij te kunnen keren. Opdat volgende generaties in 2050 – zoals die van onze kleindochtertjes Maxine, Philippine en Alexia – ook kunnen zeggen, ‘yes, wat wonen we in een prachtig land’. Met de beste overheid ter wereld, die levert, met een brede welvaart, toegankelijke zorg, sterke sociale zekerheid en mooie natuur. Helemaal als we ook dan de 18e economie van de wereld en de 5e van Europa zijn waarin net als nu 90% van de bevolking zichzelf omschrijft als gelukkig. In de geest van Friedrich Nietzsche en naadloos passend in de Golden Circle : ‘he who has a why to live can bear almost any how’.
[1] Sociaal domein (zorg, welzijn, participatie, onderwijs, jeugd en inkomen), fysiek domein (ruimtelijke ordening, infrastructuur, wonen en milieu), economisch domein (werkgelegenheid, ondernemerschap en innovatie) en veiligheidsdomein (openbare orde, sociale veiligheid).
[2] Schrijf het op en ik vergeet het; laat het me zien en ik onthoud het; laat het me voelen en ik interneer het, ik maak het mezelf eigen.
[3] Arnold Toynbee.

Geef een reactie