Jan Willem Duyvendak nuanceert in Spookkloven het beeld van een sterk verdeeld Nederland. Arend Geul onderschrijft die relativering, maar wijst ook op lacunes in analyse en brongebruik. Het artikel laat zien hoe het spreken over ‘kloven’ het debat over ongelijkheid mede vormgeeft.
Jan Willem Duyvendak (1959) was tot voor kort faculteitshoogleraar sociologie aan de Universiteit van Amsterdam en directeur van het NIAS, dat zich inzet voor interdisciplinair onderzoek naar sociale vraagstukken. Dat suggereert een brede belangstelling en een brede wetenschappelijke fundering. Het lezen van zijn recente ‘essay, pamflet of boekje’ (p. 125) over verdeeldheid in Nederland geeft echter niet die indruk.[1] Het is vooral gebaseerd op sociologische en sociaalpsychologische literatuur, maar ontbeert aandacht voor wat politicologie, geschiedschrijving, en de niet-academische sociale wetenschap over sociale verdeeldheid te melden hebben.[2] Voor een Twentse jongen is het verder onbegrijpelijk dat de Twentse jongen Duyvendak consequent schrijft over noaberskip in plaats van het lokaal gebruikelijke noaberschap (uitgesproken als noaberskap). U begrijpt dat ik mij af en toe heb verbaasd, en toch wil ik zijn boek graag onder uw aandacht brengen. Al was het maar om de heerlijke tegendraadsheid.
Twijfel en ergernis
Spookkloven komt voort uit twijfel en ergernis (120). Ergernis over slordige, suggestieve en niet zelden emotionele, populistische statements over onze Nederlandse samenleving. Twijfels over de zorgvuldigheid en nauwkeurigheid waarmee in het publieke en politieke debat over verschillen en ongelijkheid wordt gesproken, academische en wetenschappelijke deelnemers hierbij niet uitgezonderd.
De metafoor waarmee we over ongelijkheid en sociale verschillen spreken is: de kloof
‘Dit boek plaatst de zaken in perspectief: hoe groot zijn de verschillen in Nederland op uiteenlopende terreinen nu werkelijk, zeker als we die vergelijken met die in andere landen en eerdere periodes?’ (p. 118). Centraal onderwerp is de gebruikelijke metafoor waarmee we over ongelijkheid en sociale verschillen spreken: de kloof.
Duyvendak neemt in het debat acht kloven waar (inkomen, armoede, opleiding, stad/platteland, leeftijdsverschillen, gender, (migratie)achtergrond, en religie.[3]
Vermogensongelijkheid
Tegelijkertijd mist hij nog een kloof terwijl die er wel degelijk is, namelijk vermogensongelijkheid (p. 65-68). Hij onderwerpt deze kloven aan een OPE-analyse (hoofdstuk 2): wat zeggen de harde cijfers (objectief), welk beeld hebben de mensen in het land (perceptie), en hoe druk maken mensen zich over verschillen en ongelijkheid (emotie)? Dit is in mijn ogen een heel geschikte benadering om over verschillen en kloven duidelijkheid te krijgen. Extra waardevol is dat Duyvendak nog twee perspectieven toevoegt: een vergelijkende (hoe is het elders) en een historische (hoe was het eerder).
De uitkomst van zijn analyse is zowel ontnuchterend als welkom. In acht van de negen kloven worden de verschillen ‘overschat, soms zelfs zwaar overschat’ (p. 68), zijn dus ‘spookkloven’.[4] Correct, meen ik, en welkom. Ik geloof, met anderen,[5] inderdaad dat hier en nu de maatschappelijke verdeeldheid minder is dan elders of eerder, en daar mogen wij blij mee zijn. De tweede conclusie is dat ‘we’ er desalniettemin vaak over hebben, heftig ook, waarbij de toon behoorlijk opgewonden kan zijn. Terwijl de kloven feitelijk afnemen of stabiel zijn, neemt de emotionele of affectieve polarisatie juist toe, zo lijkt het (p. 112). Hoe dat komt, en waarom dat niet ophoudt, is een vraag waarop ik bij Duyvendak echter geen helder antwoord heb gevonden.
Kloofje
Dit boek gaat niet over de cijfers. Duyvendak bestrijdt niet wat anderen op basis van onderzoek hebben gepresenteerd. Hij ontkent niet maar relativeert, zoals hij zelf zegt. Duyvendak bepleit, kortom, een andere interpretatie en toon. ‘Sommige kloven (zijn) kleiner dan vaak gesuggereerd maar nog steeds (te) groot’ (p. 117), de kloof is dan een kloofje geworden (p. 68). Dit geldt voor gezondheidsverschillen, wonen, kansen op opleiding.
Gender laait op door emancipatie van transseksuelen en non-binairen
Een tweede categorie betreft kloven die eerder tot grote verdeeldheid hebben geleid, inmiddels zijn gedoofd, maar door nieuwe ontwikkelingen weer opflakkeren. Gender laait op door emancipatie van transseksuelen en non-binairen. Stads- en plattelandsbewoners zijn steeds meer op elkaar gaan lijken, maar de kloof van weleer herleeft door het stikstofvraagstuk en de wolvenproblematiek. Religie was het dominante verschil ten tijde van de verzuiling maar is daarna sterk in betekenis afgenomen. Maar oude gemoederen herleven door het islamitische streven naar soevereiniteit in eigen kring: de seculiere meerderheid beschouwt dit als een onwelkome terugkeer naar oude tijden. Overdreven gezegd: nieuwe vraagstukken maken oude wonden open.
Vijf betekenissen
De ene kloof is de andere niet, de kloven van nu lijken nog maar heel beperkt op die van vroeger. Cijfers weerspreken onze waarneming, er wordt toch volop gediscussieerd, met de nodige passie, maar waarover gaan de discussies nou echt? En waarom blijft dat zo? Misschien, zo bedacht ik, ligt het aan de centrale metafoor. Kloof is een uitermate vaag begrip. Van Dale geeft vijf betekenissen, twee daarvan refereren aan diepte, een aan breedte. Een smalle maar diepe kloof is te overbruggen, zoals confessionele (en liberale) politici hebben laten zien ten tijde van de verzuiling. Een wijde en diepe kloof blijkt ook te kunnen worden overbrugd maar dat vergt depolitisering, via het slaan van een brug in de vorm van een gezamenlijk ontwikkeld gemeenschappelijk referentiekader, zoals in ons land de ontwikkeling van eertijdse klassenvijanden tot sociale partners heeft laten zien.[6]
Misschien nog belangrijker: kenmerk van kloven is dat er per definitie een tweedeling wordt gecreëerd, die gemakkelijk in een oppositionele tegenstelling kan ontaarden. Ten derde lijkt het spreken over kloven een zelfversterkend effect te hebben. Als een verschil in de publieke discussie met succes als kloof besproken wordt, is dat bijkans een uitnodiging om elke volgend geconstateerd verschil ook als kloof te presenteren en te bespreken. Und kein Ende…
Integrale schets
Zijn er nog andere relevante manieren om over verdeeldheid in Nederland te spreken? Het meest indrukwekkend vind ik zelf de SCP-studie Eigentijdse Ongelijkheid (2023). De kloven komen hier ook aan de orde maar dan in een integrale schets van de verdeeldheid in ons land. Niet een opsomming van tweedelingen maar het eindplaatje als je al die tweedelingen meeneemt en op elkaar betrekt: ‘(…) naast inkomensverschillen ook de verdeling van andere economische hulpbronnen (financieel vermogen, opleidingsniveaus, arbeidsmarktposities). De recente wetenschappelijke literatuur duidt er bovendien op dat verschillen in zulk economisch kapitaal verstrengeld zijn met ongelijkheid in andere hulpbronnen: “wie je kent” (sociaal kapitaal), “waar je bij past” (cultureel kapitaal) en “wie je bent” (persoonskapitaal: gezondheid en aantrekkelijkheid).’
Dat levert een gestratificeerd beeld op van zeven klassen die op tien punten van elkaar verschillen, inclusief onder andere hun globale politieke oriëntatie. Het SCP zelf heeft een samenvattende infographic geproduceerd, die het bekijken zeker waard is.[7] Ik verbeeld me dat ik met dit plaatje door Nederland kan lopen en vrij nauwkeurig kan aanwijzen tot welke klasse (of laag) de landgenoten behoren die ik tegenkom. Bijzonder, misschien typerend, is dat Duyvendak wel naar dit multidimensionale of intersectionele onderzoek verwijst (en het daarbij laat), maar dan niet naar het Nederlandstalige SCP-rapport van 2023 maar naar een Engelstalige rapportage van twee jaar later. Zo blijft het klovenspook rondwaren.
Voetnoten
[1] Jan Willem Duyvendak (2025) Spookkloven. Waarom Nederland minder gepolariseerd is dan we denken. Amsterdam, 142 blz. Zijn afscheidsrede behandelt dezelfde problematiek in een wat puntiger vorm (https://www.socialevraagstukken.nl/afscheidslezing-jan-willem-duyvendak-emotie-natie-en-sociologie/).
[2] In trefwoorden: Lijphart 1968 (chapter one), Nationaal Kiezersonderzoek (diverse edities), Oxford Handbook of Dutch Politics 2024, Van de Velde (Stijlen van leiderschap, 2002), De Rooij (div. publicaties), SCP (COB, div. rapportages).
[3] Geen aandacht voor klimaat, slavernijverleden, arbeidsmigranten.
[4] Gedefinieerd als een kloof waarbij de perceptie van het verschil veel groter is dan de cijfers rechtvaardigen (p. 117).
[5] https://www.nrc.nl/nieuws/2026/01/29/onder-sociologen-woekert-de-strijd-over-diplomas-nog-voort-a4915608.
[6] Economische en juridische wetenschap hebben de grondslag gelegd voor zo’n ‘vertoogcoalitie‘ waarmee tegenpolen met elkaar tot een vergelijk kunnen komen.
[7] https://www.scp.nl/site/binaries/site-content/collections/documents/2023/03/07/eigentijdse-ongelijkheid/SCP+Infographic+Eigentijdse+Ongelijkheid.pdf.
.

Geef een reactie