Nederland op de kaart

Twee ambassadeurs over hun werk

Diplomatie verandert. Meer dan vroeger gaat het om powerplay, om denken in termen van machtsverhoudingen. Aan de werkopvattingen van de Nederlandse ambassadeurs Caspar Veldkamp (tot september 2019 ambassadeur in Griekenland) en Ines Coppoolse (ambassadeur in Zweden) verandert dat gelukkig maar weinig. ‘Diplomatie draait om inhoud en overtuigen,’ aldus Veldkamp. Coppoolse: ‘Je benadert een gastland met daadwerkelijk gevoelde nieuwsgierigheid en respect.’

Veldkamp en Coppoolse zijn in verschillende functies al enige tijd werkzaam voor het ministerie van Buitenlandse Zaken (BZ). Veldkamp werkte in Polen, de Verenigde Staten, Israël en Griekenland. Maar ook in Nederland, in bestuurlijk Den Haag. Coppoolse zat voor het ministerie in het Verenigd Koninkrijk, Oostenrijk en nu in Zweden. Daarvoor had ze een aantal tijdelijke plaatsingen voor BZ in Soedan, Rusland, Libië en Angola.
Voor beide diplomaten geldt dat ze het vak van ambassadeur als het ware zijn ingerold. Veldkamp: ‘Er is niet een moment waarop je denkt: nu word ik ambassadeur. Je wordt toch ook geen beroepsmilitair om per se generaal te worden? Je moet het vak en de inhoud boeiend vinden, niet alleen de rang of titel.’ ‘Ik heb er van tevoren nooit over nagedacht,’ vult Coppoolse aan. ‘Ik ben bovendien volstrekt statusongevoelig. Het ging mij om de inhoud van het werk, de resultaten die je kunt boeken. Ik merkte dat ik het werken met en voor andere organisaties in Nederland ook heel inspirerend vond. Niet alleen op een ambassade, maar óók in Nederland zelf, in Den Haag.’

Illustratie: Aad Goudappel

Wapen
Wat betreft die inhoud van het vak: welke zaken hebben er de afgelopen jaren op de agenda van Veldkamp en Coppoolse gestaan? ‘De euro- en de migratiecrisis, daar draaide in Athene alles om,’ zegt Veldkamp. ‘Zeker toen Nederland in 2016 het EU-voorzitterschap had en Jeroen Dijsselbloem voorzitter was van de Eurogroep, de vergadering van ministers van Financiën van de Eurozone. Ook operationeel waren we sterk betrokken. Zo hadden we een team van Nederlanders geplaatst op de Griekse eilanden waar de migranten met bootjes vanuit Turkije aankwamen. Marechaussees, paspoortexperts, tolken en anderen, om zo de registratie van de migranten die daar aankwamen te versterken, onder hoede van de EU. Ik heb zelfs een keer samen met een Nederlandse marinier een Turkse mensensmokkelaar met zijn boot gestopt en overgedragen aan de Griekse kustwacht. Ik zie nog voor me hoe de marinier zijn wapen laadde, omdat er eerder incidenten hadden plaatsgevonden met zulke smokkelaars.’

‘Veranderingen in de wereld dwingen ons om meer te denken in termen van brute machtsverhoudingen’

Nederland en Zweden zoeken vooral naar manieren om meer met elkaar te doen,’ aldus Coppoolse. ‘Beide landen werken nauw samen op defensiegebied, lopen voorop bij digitalisering, en staan hoog in de innovatie-indexen. Er wordt veel met elkaar vergeleken als het gaat om ontwikkelingen in de zorgsector, stedenbouw, mobiliteit en op het gebied van integratie van nieuwkomers. Dat vereist van mijn collega’s én veel schakelen op heel verschillende onderwerpen én vooral het aanboren en onderhouden van een heel breed netwerk zodat we Nederlandse delegaties die inspiratie en kennis komen halen, maximaal kunnen helpen. Met de onderwerpen die ik hiervoor noemde brengen we partijen samen, organiseren we seminars en allerlei evenementen, zorgen we dat Nederlandse bedrijven, NGO’s en ambtenaren aan kunnen aanhaken bij of profiteren van ontwikkelingen hier en vice versa.’

Groepsgericht
Toch zijn er ook verschillen. Coppoolse: ‘Zweden valt vooral op door de grote mate van transparantie en digitalisering. Alles is digitaal vindbaar. Alle inwoners hebben een persoonsnummer (een beetje zoals ons BSN), waar werkelijk alles aan gekoppeld is. Zonder dat persoonsnummer besta je niet. En: elektronisch betalen is de norm, cash geld verdwijnt hier over een paar jaar.’
‘Een tweede belangrijke verschil: de cultuur is meer groepsgericht dan bij ons. Een vraag vanuit Nederland die ik voorleg aan een Zweedse counterpart, zal nooit direct beantwoord worden, maar wordt eerst ‘in de groep gegooid’. Ik moest eraan wennen dat dit proces meer tijd kost dan bij ons. Daar staat tegenover dat als een besluit eenmaal genomen is in Zweden, alle neuzen ook dezelfde kant opstaan en onmiddellijk consequent met de uitvoering wordt gestart.’
In Griekenland loopt vooral het gebrekkige Griekse bestuur in het oog, zegt Veldkamp. ‘De problemen van het land in de eurozone en ook bij het uitvoeren van de EU-Turkije migratiedeal, zijn daarop vrijwel altijd terug te voeren. Het is zoveel zwakker dan wij ons kunnen indenken! Veel bestuurlijke instanties functioneren slecht. Het vertrouwen in hun functioneren is ook dermate laag, dat Griekse burgers via informele contacten werken: als ze iets geregeld willen krijgen van een overheidsinstantie, bellen ze eerder een neef of kennis die daar werkt, dan de formele procedure te volgen.’
‘Bij ons lijkt het ambtelijk denken soms doorgeschoten,’ gaat hij verder. ‘We mogen voor ogen houden dat de overheid uiteindelijk de mensen dient en niet ‘het proces’. Grieken kunnen veel leren van ons efficiënte management. Het is daarom goed dat organisaties in onze ‘migratieketen’, zoals de IND en de COA, bereid zijn hun best practices aan Griekse collega’s over te dragen.’

Overtuigen
Politici als Trump of Poetin, maar ook ‘beroepsdiplomaten’ als de Amerikaanse ambassadeur in Nederland Peter Hoekstra, lijken de betekenis van diplomatie niet te kennen of in te willen zien. Heeft dat effect op het werk van Veldkamp en Coppoolse? Veldkamp: ‘Het is ook diplomatie, maar in een andere, brutere vorm. Ik heb vaak met Rusland gewerkt en dan leer je daarmee omgaan. Nieuw is dat we die stijl nu ook in het Westen zien. Het gaat om politici die een trap willen geven tegen gevestigde verhoudingen en de spelregels die daarbij horen. Ja, dat verandert ons werk. Het dwingt ons meer te denken in termen van brute machtsverhoudingen. Als diplomaten kunnen we dat, maar veel Nederlanders hebben er weinig ervaring mee.’

‘In Nederland lijkt het ambtelijk denken soms doorgeschoten’

‘Diplomatie verandert doordat sommige wereldleiders er een andere invulling aan zijn gaan geven,’ zegt ook Coppoolse. ‘Meer powerplay, diplomatie blijft een vak maar de spelregels zijn aan het veranderen. Natuurlijk heeft dat consequenties voor ons werk als diplomaat. Je moet immers het spel kunnen spelen om de belangen van Nederland te kunnen blijven behartigen in de wereld’.
Wat maakt iemand dan tot een goede diplomaat of ambassadeur? Veldkamp: ‘Je moet telkens kwaliteit kunnen bieden en goed zijn voorbereid. Diplomatie draait om inhoud en overtuigen, niet om borrels en partijen. In Athene was ik telkens op de hoogte van de laatste ontwikkelingen in de EU. Daar had de staf van de Griekse premier een goed klankbord aan en daardoor kreeg ik weleens meer te horen over hun inzet voorafgaand aan een EU-top. Tegelijk nam ik de gelegenheid om uit te leggen hoe en waarom Nederland ergens in stond.’
Een goede ambassadeur stelt zich open voor het gastland, vindt Coppoolse. ‘Je benadert je nieuwe land met een open mind en daadwerkelijk gevoelde nieuwsgierigheid en respect. Dat betekent ook: erop uit gaan, mensen leren kennen in alle lagen van de samenleving – niet alleen bij de centrale overheid. Dus ook: uitnodigen en partijen samenbrengen. Ik heb gastvrijheid verleend aan heel verschillende groepen gasten, altijd met de insteek om Zweedse en Nederlandse partijen bij elkaar te brengen. De verkiezingen in Nederland, vervolgens in Zweden en tenslotte voor het Europees parlement heb ik gebruikt om jongerenvertegenwoordigers uit Nederland en Zweden met elkaar te laten debatteren over thema’s als migratie, klimaat, en werkgelegenheid. Inclusief het houden van schaduwverkiezingen.’
‘Tegelijkertijd is het ook belangrijk dat je als ambassadeur goed weet wat er in Nederland speelt en hoe in onze eigen samenleving wordt gedacht. Ik heb die kennis bijvoorbeeld gebruikt om in aanloop naar de Europese verkiezingen veel lezingen te geven op Zweedse scholen en universiteiten over wat de Nederlandse visie is op diverse EU-onderwerpen.’

Op de kaart
Coppoolse geniet elke dag van haar werk op de Zweeds ambassade. ‘Juist het feit dat er zoveel verschillen zijn, zowel tussen landen als tussen de soorten werkzaamheden, geeft mij steeds weer energie. Bijna niets is routine, de variatie is ongelooflijk. De afgelopen 2 jaar hebben we veel aandacht besteed aan circulaire economie. Zweden focust namelijk vooral op het omlaag brengen van CO2, maar Nederland kiest een andere route en loopt voorop met het circulair maken van onze economie. Een groot aantal Nederlandse bedrijven is al volop bezig om circulair te ontwerpen. Dat betekent dus dat bij herbouw in de toekomst geen grondstoffen meer aan de aarde worden onttrokken en ook geen waste meer wordt geproduceerd. Ik laat die bedrijven hun verhaal vertellen aan Zweedse bedrijven uit dezelfde sector, en nodig daarbij ook sleutelspelers uit de Zweedse overheid, kennisinstellingen en media uit.’
Voor Veldkamp is de kick van zijn werk om Nederland op de kaart krijgen op een manier die vernieuwender is dan andere landen. ‘In Athene nam de ambassade een bijzonder initiatief dat extra aandacht trok. Op de begane grond van ons gebouw hebben we de eerste startup incubator van Griekenland opgezet, gesponsord door Nederlandse bedrijven. Naast onze strenge lijn in de euro konden we zo tonen dat we ook tastbaar willen bijdragen aan het herstel van de Griekse economie. We organiseerden er tal van activiteiten waarmee Nederland een innovatief gezicht liet zien.’

Dit artikel is ook gepubliceerd in Publiek Denken. Voor meer informatie: www.publiekdenken.nl.

Vond je dit artikel interessant? Lees alle artikelen van: Marc Notebomer
Deel dit artikel

Er zijn nog geen reacties op dit artikel

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*