• Spring naar de hoofdnavigatie
  • Door naar de hoofd inhoud
  • Spring naar de voettekst
Platform O

Platform O

Verslag
ArbeidsmarktEconomie
Reuring!Cafe UWV
Tim WoertinkStudent bestuurskunde en stagiar bij de VOM

Lees alle artikelen van
Tim Woertink

Deel dit artikel

  • Deel op Facebook Deel op Facebook
  • Deel op LinkedIn Deel op LinkedIn
  • Deel via e-mail Deel via e-mail
Bekijk alle auteurs

11 juni 2026|Leestijd: 6 - 8 min

Stille crisis: steeds meer mensen vallen uit door ziekte

Tien jaar geleden stroomden er jaarlijks 50.000 mensen de WIA in. Vorig jaar waren dat er 70.000. En het einde is nog niet in zicht. Tijdens de 135e editie van het Reuring!Café, georganiseerd door de Vereniging voor OverheidsManagement (VOM) in samenwerking met UWV, bogen vijf experts zich over een actueel en urgent maatschappelijk vraagstuk: waarom vallen steeds meer mensen uit door ziekte, en wat kunnen we daar aan doen?

Beeld: VOM/Tamar van Steijn

Maarten Camps, voorzitter van de Raad van Bestuur van UWV en gastheer van de avond (zie foto hierna), opende het paneldebat met feiten. De WIA, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, is de uitkering voor mensen die door langdurige ziekte niet meer of slechts gedeeltelijk kunnen werken. De jaarlijkse instroom van 70.000 mensen vertegenwoordigt niet alleen een immense menselijke last, maar ook een systeem dat onder toenemende druk staat.

Er werken meer mensen dan ooit, en mensen werken langer door

De oorzaken zijn meervoudig: er werken meer mensen dan ooit, en mensen werken langer door. Maar het werkelijk zorgwekkende patroon is de toename van mensen die uitvallen met psychische problemen. ‘Dat zijn in toenemende mate ook jongeren onder de veertig, en daarbinnen zijn het opvallend veel vrouwen,’ aldus Camps. De gevolgen reiken verder dan het individuele drama: mensen vinden moeilijk de weg terug naar werk, doen een beroep op de al overbelaste zorgsector, en in een krappe arbeidsmarkt raken werkgevers verder achterop.

De hypernerveuze samenleving
Een van de centrale begrippen die avond was de ‘hypernerveuze samenleving’, een term die de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving eerder in een rapport (Bussemaker et al., 2025) gebruikte. Jongeren ervaren dat werk niet meer geïsoleerd is tot werkmomenten. ‘Het gaat door in het hoofd, maar soms ook in de praktijk, in de avonduren en de weekenden,’ legde Frederieke Vriends, oprichter van stichting Mind Us, uit. ‘Dat altijd aan moeten staan, belast jongeren zwaar.’
Robert Vonk, hoogleraar geschiedenis van de sociale zekerheid aan de Universiteit Utrecht, bevestigde dit vanuit een bredere analyse: ‘We verwachten veel van onszelf, van anderen, van de samenleving en van werk. In Nederland is het not done om je werk niet leuk te vinden.’ Daar zit een bron van frustratie. Jongeren vinden het bovendien, meer dan vorige generaties, belangrijk dat ze doen waar ze gelukkig van worden. Als de verbinding met zingeving ontbreekt, kost werk al snel te veel energie.

Combinatiedruk en de positie van vrouwen
Een van de meest tastbare oorzaken van werkuitval is de zogenaamde combinatiedruk, met name voor vrouwen. Amerik Klapwijk, beleidsadviseur bij de VCP, illustreerde dit met cijfers: vrouwen zijn de afgelopen decennia gemiddeld 24 uur per week meer gaan werken. Maar thuis is er nauwelijks iets veranderd; mannen namen slechts zes uur extra zorgtaken binnen het huishouden op zich. ‘Dan vind je het gek dat je stukloopt.’ Het eindpunt van dat stuk lopen is maar al te vaak: de WIA.

Anthony Stigter van VNO-NCW en MKB-Nederland wees ook op zwangerschapsdiscriminatie als een hardnekkig en groeiend probleem: werkgevers zien zwangerschap nog steeds als een vrouwenprobleem, met gevolgen voor vaste contracten en doorgroeimogelijkheden.

Het WIA-systeem: werkt het nog?
Halverwege het debat verschoof de focus naar de structuren. Stigter onderscheidde drie knelpunten. Ten eerste, de twee jaar loondoorbetaling bij ziekte, die internationaal uniek is en voor het MKB een zware last. Ten tweede, het taboe op de hoogte van die doorbetaling: in veel cao’s is 100 procent afgesproken, terwijl een lager percentage aantoonbaar herstel bevordert. Ten derde, de uitvoeringsproblemen bij UWV zelf.
Vonk plaatste dit in historisch perspectief: ‘In de jaren tachtig was de reflex bij het WAO-vraagstuk: maak de toelatingscriteria strenger. We kunnen dat niet tot in het oneindige blijven doen. Het lost het onderliggende probleem niet op.’ Hij wees ook op een cultureel patroon dat mensen met een mentale problemen minder sympathie opwekken dan mensen met een fysieke beperking, een ongelijkheid die herstel in de weg staat.

De rol van werkgevers en AI
Een terugkerend thema in het debat was de kwaliteit van leidinggevenden. ‘De meeste leidinggevenden zijn op zijn best middelmatig,’ stelde Stigter. Klapwijk voegde toe dat in de publieke sector mensen vaak in leiderschapsposities belanden vanwege inhoudelijke kwaliteiten, niet omdat ze goede managers zijn. Tegelijk maken werkgevers onvoldoende gebruik van bestaande voorzieningen, van fysieke aanpassingen tot loopbaanondersteuning, die UWV beschikbaar stelt.
Ook kunstmatige intelligentie kwam ter sprake. Klapwijk pleitte voor denken in taken in plaats van functies: ‘Welke taken zitten in een functie? Dan kun je misschien nieuwe functies creëren door taken te combineren.’
Vriends bracht een nuance in: ‘Er zijn ook mensen die houden van de taken die AI kan oplossen. Laat die mensen die taken met plezier doen.’  Goed werkgeverschap betekent ook ruimte maken voor mensen die niet willen of kunnen meegroeien naar complexere rollen, en die ruimte als waardevol erkennen.

Wat moet er nu echt anders?
De panelleden sloten af met concrete aanbevelingen. Vriends: ‘Stop met medicaliseren en leer jongeren al vroeg omgaan met tegenslag via sociaal-emotioneel leren. Vraag als werkgever actief wat medewerkers nodig hebben.’ En de politiek moet zelf het goede voorbeeld geven: ‘Als de Tweede Kamer zelf niet in staat is gezond te werken, valt er weinig te verwachten van de rest van de samenleving.’
Stigter pleitte voor later selecteren in het onderwijs, een centraal werkgeversloket voor advies over werk en gezondheid, en een nationale agenda rond gezondheid vergelijkbaar met het energieakkoord.

Het luisteren naar elkaar… Dat moet op elke plek gebeuren

Klapwijk benadrukte dat de oplossing verder gaat dan wat vakbonden en werkgevers onderling afspreken: de mens moet terug centraal staan op de werkvloer, in de samenleving en in de politiek. Hij pleitte voor het serieus nemen van het SER-advies over sociaaleconomische gezondheidsverschillen, en waarschuwde voor polarisatie: ‘Het luisteren naar elkaar, het ruimte geven aan elkaar… Dat moet op elke plek gebeuren.’
Vonk sloot het debat af met een wens die zowel eenvoudig als fundamenteel is: ‘Niet de mens moet zich aanpassen aan de arbeid, maar de arbeid moet meer aan de mens worden aangepast.’ Zijn oproep aan politici: durf te besluiten zonder dat alles tot op de komma is doorgerekend. Zijn oproep aan de samenleving: besef dat dit vraagstuk niet wordt opgelost door aan één touwtje te trekken; iedereen moet zijn of haar deel doen.

Lees alle artikelen van
Tim Woertink

Deel dit artikel

  • Deel op Facebook Deel op Facebook
  • Deel op LinkedIn Deel op LinkedIn
  • Deel via e-mail Deel via e-mail
Bekijk alle auteurs

Lees Interacties

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Footer

  • FAQ

Over Platform O

  • Partners
  • Over ons

Wil je zelf kennis delen?

Meld je aan als gastauteur.

Aanmelden

Wil je ons steunen?

Meld je aan als kennispartner.

Aanmelden

Copyright © 2026 Platform O | Webdesign bureau Indigo

  • Home
  • Nieuwsoverzicht
  • Auteurs
  • Partners
  • Over ons
  • FAQ
  • Contact

Zoeken naar:

Aanmelden als kennispartner

Naam(Vereist)

Aanmelden als gastauteur

Naam(Vereist)