Theaterdirecteuren zijn veel meer dan alleen directeuren. Zij vormen de verbindende schakel tussen artistieke ambities, financiële stabiliteit en de verwachtingen van subsidiegevers. Uit het afstudeeronderzoek van Scott Engelen onder Nederlandse theaters in de Randstad blijkt dat juist hun manier van leidinggeven bepaalt hoeveel ruimte er is voor creativiteit en vernieuwing. Daarmee zijn zij de dirigenten van een voortdurende balans tussen creatief innoveren en het waarborgen van organisatorische stabiliteit.
Beeld: Shutterstock
Artistieke innovatie ontstaat niet vanzelf. Uit het onderzoek onder theaterdirecteuren en medewerkers blijkt dat een gezonde organisatie de basis vormt voor creatieve vernieuwing. Anders gezegd: zonder organisatorische stabiliteit is er weinig ruimte om risico’s te nemen en nieuwe ideeën te ontwikkelen.
Dat beeld nuanceert de vaak geschetste tegenstelling tussen controle en creatieve vrijheid. De spanning tussen beide is er zeker, maar wordt door theaterdirecteuren niet ervaren als een onoverbrugbaar dilemma. Sterker nog, stabiliteit wordt zelfs gezien als een voorwaarde voor vernieuwing.
Inspirerend leiderschap
Voor mijn onderzoek zijn tien semigestructureerde interviews gehouden met theaterdirecteuren en medewerkers. Centraal stond de vraag hoe leiderschap de balans beïnvloedt tussen artistieke innovatie en organisatorische prestaties. De resultaten laten zien dat theaterdirecteuren voortdurend schakelen tussen verschillende rollen. Zij zijn aanjagers van nieuwe ideeën, bewakers van de continuïteit en verbinders tussen medewerkers, publiek en subsidiegevers.
Daarbij combineren zij inspirerend leiderschap met duidelijke afspraken, verantwoordelijkheden en prestatiesturing. Juist deze combinatie maakt het mogelijk om artistieke vrijheid te bieden zonder de organisatie uit het oog te verliezen.
Subsidies geven niet alleen druk
Subsidies worden vaak gezien als een rem op creativiteit. Maar de interviews laten echter een genuanceerder beeld zien. Subsidievoorwaarden brengen weliswaar verantwoordingsdruk met zich mee, maar bieden tegelijkertijd de financiële rust die nodig is om artistieke risico’s te nemen.
Opvallend genoeg sturen subsidies volgens de respondenten nauwelijks rechtstreeks op de inhoud van het creatieve proces. Zij bepalen vooral de kaders waarbinnen het proces plaatsvindt. Daardoor ontstaat juist ruimte voor experiment en innovatie.
Meer vertrouwen, minder beheersing
De bevindingen zijn niet alleen relevant voor theaterdirecteuren, maar ook voor beleidsmakers en subsidiegevers. Uit het onderzoek blijkt dat vertrouwen minstens zo belangrijk is als controle. Wanneer de nadruk te veel komt te liggen op verantwoording en prestatie-indicatoren, bestaat het risico dat de ruimte voor leren en vernieuwen afneemt. Meer vertrouwen van subsidiënten kan bijdragen aan een klimaat waarin culturele instellingen hun maatschappelijke en artistieke rol beter kunnen vervullen.
De grootste les uit dit onderzoek is misschien wel dat de spanning tussen creativiteit en prestaties niet hoeft te worden opgelost. Zij moet worden beheerst. Theaterdirecteuren blijken daarin een sleutelrol te spelen. Als aanjager, bewaker en verbinder zorgen zij ervoor dat artistieke innovatie en organisatorische stabiliteit elkaar niet tegenwerken, maar juist versterken.
Dit artikel is onderdeel van een reeks die is geschreven door masterstudenten Management van de Publieke Sector aan de Universiteit Leiden. Elke student doet verslag van het onderzoek, waarop hij of zij dit jaar is afgestudeerd.

Geef een reactie