Verbeteren van de relatie tussen burger en overheid


Politici hebben verschillende afweermechanismen waardoor (soms zeer belangrijke) informatie uit de samenleving hen niet bereikt. Waarom handelen politici en ook ambtenaren zo? En hoe kunnen we ervoor zorgen dat belangrijke informatie de politiek wel bereikt? In een reeks artikelen gaan Peter van Hoesel, Rob van Engelenburg en Hans Stol op zoek naar antwoorden op die belangrijke vragen. Vandaag het laatste deel, met tips voor overheden hoe zij beter kunnen luisteren naar burgers en zo de relatie met burgers kunnen verbeteren.

Zoals voorgaande artikelen in deze serie over afweermechanismen die de overheid gebruikt om met (lastige) burgers om te gaan laten zien, valt er heel wat te verbeteren aan de relatie tussen de burger en de overheid. Die relatie kan eerder als afhoudend worden bestempeld dan als tegemoetkomend, terwijl de overheid zich toch zou moeten richten op het welzijn van burgers en op een goed functionerende samenleving.
De rijksoverheid jaagt vele burgers in de problemen, de meeste gemeenten streven niet naar een goede verhouding met burgers, provincies en waterschappen hebben nauwelijks directe relaties met burgers. Dualisering van het bestuur heeft op dat punt blijkbaar ook niet geholpen, misschien zelfs integendeel.

Cultuurverandering
Er zijn wel gemeenten aan te wijzen die laten zien hoe een goede verhouding met burgers tot betere resultaten leidt voor de gemeenschap (zie bijvoorbeeld de uitkomsten van de Barometer Burgerparticipatie van Publiek Denken). Daar zouden andere gemeenten alvast een voorbeeld aan kunnen nemen. De belangrijkste les die van die gemeenten te leren valt is: stel je gewoon open voor burgers, zorg ervoor dat ze echt gehoord worden en dat daar ook serieus op wordt ingegaan, en betrek ze serieus bij het ontwikkelen van goede oplossingen voor maatschappelijke problemen.
Eigenlijk blijkt dat helemaal niet zo moeilijk. Bijna altijd komen er langs die weg betere oplossingen tot stand, en mocht dat in bepaalde gevallen toch niet lukken dan zien ook burgers wel in waarom het niet gelukt is.

‘Samenwerking met burgers moet in alle fasen vanzelfsprekend zijn’

Gemeenten maken tegenwoordig wel beleid ten behoeve van de introductie van burgerparticipatie, maar dat haalt weinig uit zolang de manier van werken bij de gemeente niet zodanig verandert dat samenwerking met burgers in alle fasen van het beleidsproces vanzelfsprekend is.
Erkenning van burgers die belangeloos een bijdrage willen leveren, van burgers die goed op de hoogte zijn van problemen in wijken en dorpen, van burgers die vanwege hun opleiding of werkervaring verstand van zaken hebben op bepaalde gebieden, zou daarbij helpen. Rapporten van adviesbureaus zijn dan waarschijnlijk niet eens meer nodig. Het gaat dus om een verandering van de bestuurs- of beleidscultuur, maar cultuurverandering is lastig. De beste aanbeveling is om niet zozeer aan die cultuur te gaan sleutelen, maar om uit te proberen wat een open benadering richting burgers oplevert (zonder allerlei inbreng van adviseurs). Dan zul je zien dat de cultuur zich als vanzelf wel aanpast in de gewenste richting. Eerst doen dan geloven werkt beter dan andersom.

Hoe zou je dat kunnen uitproberen? We geven een paar tips.

  • Begin met een open mind en een lege blocnote en niet met vooringenomen standpunten, dat voorkomt onnodige ‘hakken in het zand’ en barrières voor een serieuze discussie tussen gemeente en burgers.
  • Nodig burgers (meermalen) uit om mee te denken over een maatschappelijk probleem voordat er oplossingen zijn bedacht, dus niet pas op het moment dat de gemeente al denkt te weten hoe dat probleem kan worden opgelost. Zoek daarbij ook naar burgers met aantoonbare kennis over het maatschappelijke probleem.
  • Geef elke belanghebbende groep ruimte om oplossingen aan te dragen en kijk vervolgens naar oplossingsrichtingen die zoveel mogelijk rekening houden met de uiteenlopende belangen.
  • Leer van ervaringen bij andere gemeenten. Succesvolle aanpakken kunnen wellicht worden overgenomen als de situatie in de eigen gemeente daar geschikt voor lijkt. Mislukkingen elders kunnen worden gebruikt als signalen voor mogelijk verkeerde oplossingsrichtingen.
  • Vraag aan dorps- en wijkraden in hoeverre zij hun standpunten baseren op de inbreng van burgers uit hun dorp of wijk. Net als een gemeenteraad kan zo’n raad in de valkuil lopen om vooral op de eigen oordeelsvorming af te gaan.

Kloof tussen beleid en uitvoering
Burgers hebben nauwelijks direct contact met de plannenmakers bij het rijk, maar wel veel contact met uitvoerders van het overheidsbeleid. De relatie tussen die uitvoerders en de betreffende ministeries laat helaas te wensen over, met als gevolg dat nieuwe plannen onvoldoende getoetst worden aan de praktijk. Ook bestaande wetenschappelijke kennis die onder meer is gebaseerd op onderzoek onder burgers wordt onvoldoende benut, dus ook dat biedt weinig tegenwicht tegen verkeerde plannen. Belangenorganisaties hebben wel direct contact met plannenmakers bij het rijk, maar die belangen sporen in veel gevallen niet met het algemeen belang. Beleidsambtenaren krijgen weinig ruimte om alternatieven te zoeken voor oplossingsrichtingen die in kleine kring (bewindslieden, lobbyisten, hoge ambtenaren) zijn bedacht.

‘Alleen praten over de bestuurscultuur helpt bar weinig’

De laatste tijd is er het nodige te doen over de bestuurscultuur, als die maar zou veranderen zou het goed kunnen komen. Maar zeker ook op het niveau van de rijksoverheid geldt dat de bestaande cultuur hardnekkig is. Erover praten helpt bar weinig. Ook bij de rijksoverheid zou het pas gaan helpen zodra een aanpak waarbij burgers als uitgangspunt worden genomen de overhand krijgt. Daarbij gaat het ook om de gang van zaken tijdens beleidsontwikkeling zelf; dat proces moet worden opengegooid om voldoende contact met de realiteit in de samenleving te kunnen krijgen. Door dit te gaan uitproberen komen bestuurders, ambtenaren en politici er geleidelijk wel achter wat de merites ervan zijn.

Een aantal tips:

  • Begin niet met meteen al conclusies trekken, zodra een probleem tot de politieke agenda doordringt. Snelle conclusies deugen meestal niet. Bespreek het probleem eerst met uitvoerders en burgers en raadpleeg ook deskundigen. En ga vooral ook na hoe zij kijken naar het betreffende probleem, dat er vanuit hun perspectieven soms heel anders uitziet dan gedacht.
  • Stel duidelijke en/of concrete doelen waarin burgers en uitvoerders zich kunnen herkennen. Laat daarbij ook zien hoe het bereiken van die doelen wordt gemeten en hoe dat leidt tot transparantie met betrekking tot de werkelijk behaalde resultaten. Dat levert tevens houvast op voor verbeteringen in de uitvoering.
  • Neem een motie aan in het parlement, waardoor beleidsontwikkeling een open karakter moet hebben en dat beleid niet slechts tot stand komt in kleine kring. Laat beleidsontwikkeling een open proces zijn, geen project waarvan de uitkomst van tevoren al is bepaald. Moties hebben niet altijd de gewenste impact, maar in dit geval zou het een bekrachtiging zijn van de motie Willems uit 1993 (met ongeveer dezelfde inhoud), waardoor het deze keer wellicht serieuzer zal overkomen.
  • Zoek altijd naar de meestal overvloedige bestaande kennis over en rond het betreffende probleem, met name ook kennis die is opgehaald bij burgers. Daarmee kun je in elk geval verkeerde oplossingsrichtingen vermijden, waarmee de kans op het vinden van goede oplossingsrichtingen wordt vergroot.
  • Stimuleer praktische opleidingen voor beleidsambtenaren, die gericht zijn op de concrete aanpak van de beleidsontwikkeling. Geef beleidsambtenaren bovendien de ruimte om de betere oplossingen te vinden, dwing ze niet uit te gaan van een te snel bedachte eenzijdige oplossing.
  • Zorg voor beleid dat onderweg gerepareerd of doorontwikkeld kan worden, als zou blijken dat de effecten tegenvallen en kijk daarbij vooral ook naar de impact op burgers.

Minder signalen van burgers
Provincies en waterschappen worden in vergelijking met gemeenten en de rijksoverheid veel minder geconfronteerd met burgers. Dat maakt hun werk ogenschijnlijk makkelijker, maar maakt het risico van verkeerde keuzes zo mogelijk nog groter, omdat er minder signalen binnenkomen vanuit burgers en via de media.
Aangezien provincies en waterschappen heel wat besluiten nemen die veel invloed hebben op het dagelijks leven van burgers, zou het goed zijn als zij ruimte scheppen voor de inbreng van burgers. Ook voor provincies en waterschappen geldt, dat ze het zullen moeten uitproberen om erachter te komen wat de merites hiervan zijn.
Ook hier een aantal tips:

  • Zoek contact met regionale media om meer bekendheid te geven aan de provinciale of regionale beleidsagenda. Via deze media kan vervolgens ook aan burgers worden gevraagd om mee te denken.
  • Leg geen dichtgetimmerde plannen aan burgers voor. Het leidt alleen maar tot frustratie wanneer er geen ruimte meer is voor andere en wellicht betere oplossingen.
  • Probeer na te gaan hoe burgers kijken naar duidelijke verschillen tussen provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid.
  • Geef burgers een ingang om ideeën in te sturen waar de provincie of het waterschap wat mee zou kunnen aanvangen.

Zodra burgers in de gaten krijgen dat overheden serieus naar burgers luisteren en dat dit bovendien leidt tot betere resultaten, zal het vertrouwen in de overheid geleidelijk aan weer gaan groeien.
Terugkijkend op de drie gemeentelijke cases waarover in de drie voorgaande artikelen van deze reeks is geschreven, zou het in alle drie gevallen enorm geholpen hebben wanneer:

  • De informatievoorziening aan burgers tijdig en soepel was verlopen.
  • Het beleidsproces voldoende ruimte had geboden aan burgers om een serieuze inbreng te kunnen hebben.
  • Burgers gefaciliteerd zouden worden om hun inbreng zodanig vorm en inhoud te kunnen geven dat er sprake is van een gelijkwaardige dialoog
Vond je dit artikel interessant? Lees alle artikelen van: Rob van Engelenburg Peter van Hoesel Hans Stol
Deel dit artikel

Er zijn nog geen reacties op dit artikel

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*