Onmacht door overmacht. De centrale overheid kan tot stilstand komen. Niet door geweld of ramp, of door sabotage van binnenuit, maar door overbelasting. Dat is het onderwerp van Why nothing works van Marc Dunkelman. Plaats van handeling is de VS, maar wat er speelt is ook relevant voor ons land. Dunkelman betoogt dat de politiek-bestuurlijke cultuur in de VS ongeveer elke 50 jaar omslaat.[1] Het is een te observeren getijdenbeweging tussen centraliserende (Hamiltonian) en decentraliserende (Jeffersonian) krachten.
Beeld: Pixabay
Soms echter heeft noch de een noch de ander het overwicht. In zo’n doodtij verkeert de progressieve beweging in de VS nu, aldus Dunkelman begin 2025 (dus vlak voor Trump-II). Na decennia van deregulering, privatisering, juridisering, decentralisatie en democratisering is de staatsmacht zodanig aan banden gelegd, dat er niet meer effectief geregeerd kan worden. Drie voorbeelden:
- Obama’s grootschalige programma van infrastructurele projecten en bouwwerken uit 2009 (Recovery Act, 787 miljard dollar) leidde in de drie volgende presidentiële jaren niet tot veel fotogenieke fysieke activiteit, wel daarentegen tot bijna 200.000 voorbereidende studies en milieurapportages (p. 270, p. 276)
- Terwijl in West-Europa bijna 10.000 km aan hogesnelheidslijnen is aangelegd, en in China meer dan 25.000, haalt de VS nog niet eens de 1000 kilometer (p. 271)
- De gemiddelde milieueffectrapportage vergt in de VS zo’n 4 jaar en mondt uit in een rapport van 700 bladzijden, de vaak voorkomende bezwaarprocedures kunnen daar nog eens tien jaar aan toevoegen. In Canada zijn de administratieve vereisten een stuk minder, en de knopen worden daar dito sneller doorgehakt (p. 274).
Deze voorbeelden illustreren wat Dunkelman vetocracy noemt. Hij definieert dit begrip overigens nergens in zijn boek, maar de crux is dat niemand nog over doorzettingsmacht beschikt: no single entity has the leverage required to force the changes needed (p. 309). De besluitvorming, de voorbereiding en de uitvoering vergen zoveel vereisten en procedures, dat zij ontelbare vetopoints (hinder- en blokkadekansen) voor individuen, organisaties en bedrijven opleveren, en zodoende effectieve besluitvorming bijkans onmogelijk is geworden.
Niemand heeft nog overzicht, niemand het laatste woord
Niemand heeft nog overzicht, niemand het laatste woord. Wat algemeen beschouwd wordt als zwaarbevochten rechten en verworvenheden voor burgers en bedrijven, legt de macht van de centrale autoriteiten lam. Via rechtszaken kan de uitkomst van een referendum de facto worden overruled (p. 290), bezwaarmakers kunnen hun eigen actieve verzet tegen een project opvoeren als bedreiging van de openbare orde waardoor het project geen doorgang wordt verleend (p. 231).
Politiek en bestuur willen wel maar kunnen niet meer ‘leveren’. Geen mens heeft dit ooit zo gewild, het is de uitkomst van tientallen jaren streven naar zorgvuldigheid en waarborgen, gericht tegen gevreesd misbruik van centrale machthebbers, maar uitdraaiend op het lamleggen van alle besluitvorming.
Reconstructie
Dunkelman komt tot zijn bevindingen op grond van een reconstructie van de getijdenbeweging tussen centralisatie en decentralisatie van de laatste 150 jaar. Hij voert de lezer uitvoerig langs namen en gebeurtenissen uit de Amerikaanse geschiedenis. De focus ligt bij de progressieve beweging in de VS, waarvan de Democraten de politieke tak zijn. De invloed van Republikeinen en conservatieven wordt van secundair belang geacht (p. 146). Ik meen aardig in die geschiedenis thuis te zijn maar had toch moeite om het verhaal te blijven volgen: zo veel namen, gebeurtenissen en feiten passeren de revue.
In het kort samengevat: van ruwweg 1870 tot 1910/1915 kon het bedrijfsleven zich ongehinderd ontplooien (spoor, energie, bouw) met aanvankelijk indrukwekkende resultaten die gaandeweg echter overschaduwd werden door vele en grote nadelige maatschappelijke effecten. De presidenten Theodore Roosevelt (Rep.) en Woodrow Wilson (Dem.) grijpen dit in de eerste decennia van de twintigste eeuw aan om langs politiek-electorale weg een publieke tegenmacht op te bouwen. De democraat F.D. Roosevelt (FDR) gebruikt die macht halverwege de eeuw om een gigantische maar effectieve bureaucratie op te bouwen, te beginnen met de Tennessee Valley Authority, om zijn brede programma’s van de New Deals uit te voeren. Hij zette in op krachtige bestuurders en hoogste deskundigheid.
President Johnson (1963-1968) was de laatste in deze reeks. Hij was een bewonderaar van FDR en had Rooseveltiaanse ambities (Great Society) maar koos ervoor om die te realiseren langs de weg van democratisering en decentralisatie, en het scheppen van rechten voor burgers en burgerlijke partijen in de samenleving. Dus via een methodiek die het tegenovergestelde is van die van FDR. Met die aanpak heeft Johnson de basis gelegd voor de geleidelijke uitholling van het gezag van de centrale autoriteit in de daaropvolgende decennia, tot aan de verlamming nu die Dunkelman vetocratie noemt.
Tijdgeest
De schets van Dunkelman vertoont dialectische trekjes, successen dragen een zichzelf ondermijnende oppositie en tegenbeweging in zich, die uiteindelijk de overhand krijgen, en zich volledig gaan ontplooien. Totdat de getijden wisselen, en een nieuwe tijdgeest zich aandient, die alles beziet onder een totaal ander licht. Dialectiek is niet een woord dat Dunkelman zelf gebruikt, des te vaker voert hij de tijdgeest op (ik heb dertien vermeldingen geteld).
Tijdgeest is een begrip of in ieder geval een woord dat vaker is opgedoken in de recensies in deze rubriek. Het is kennelijk onmisbaar om de veranderingen op een schaal van decennia te beschrijven. Redenerend in termen van dialectiek en tijdgeest is het verleidelijk om Trump te zien als de belichaming van de ogenschijnlijk onvermijdelijke centralistische tegenbeweging. Van verworvenheden en rechten moet Trump niets hebben, democratie is bij hem niet in veilige handen, zelfs de meest elementaire beginselen van democratie en rechtsstaat staan onder zijn bewind op het spel.[2]
Dunkelman gaat niet zo diep in op deze mogelijke dialectiek maar waarschuwt wel: Populism takes hold not when democracy works well, but rather when it doesn’t deliver (333). En nu Trump de macht heeft, merkt hij eind vorig jaar in een ingezonden stuk op, ‘moeten wij ter linkerzijde toegeven dat we een belangrijk element van Trumps aantrekkelijkheid hebben gemist. In veel gevallen heeft hij de vastgelopen raderen van de bureaucratie losgetrokken. (…) De weg voorwaarts is om ook weer gebruik te maken van de centrale publieke macht. Daarom kan Trump II in potentie het progressivisme naar een nieuwe, betere toekomst katapulteren.’[3] Voor de goede orde: het gaat Dunkelman om inspiratie, niet om navolging van de Amerikaanse caudillo.
Heldere moraal
Wat is dit boek eigenlijk? Hoe moeten we het waarderen, hoe te duiden? Het is geen wetenschappelijke analyse, dat staat vast. Het bevat geen schets van hoe te werk is gegaan, centrale begrippen worden niet omschreven, en verwijzingen naar academisch werk zijn spaarzaam. Het is eerder een essay of betoog, of, zo u wilt, een journalistieke historische vertelling met een heldere moraal.
Het boek gaat exclusief over de VS. Het heeft echter ook enige relevantie voor ons eigen landje. Om te beginnen zijn er treffende overeenkomsten in de maatschappelijke en politieke ontwikkelingen sinds WO II. Ook hier een uitdijende staat, grote projecten als deltawerken en welvaartsstaat, een gestage stroom van nieuwe rechten en verworvenheden, emancipatie, decentralisatie en democratisering, veel later gevolgd door scepsis over het sturingsvermogen van de nationale overheid, en tekenen van onmacht en verlamming.
Het treurige kwartet van toeslagen, Groningen, stikstof en migratie illustreren de onmacht en verlamming van de nationale overheid
Het treurige kwartet van toeslagen, Groningen, stikstof en migratie illustreren dit te volle. Zelf leg ik de vinger bij het gebrekkig functioneren van de Haagse besluitvorming: te veel aandacht voor de demo- in democratie, de vertegenwoordiging, en te weinig oog voor de -cratie, de bestuurbaarheid.[4] Gewichtiger is de kritiek dat het aan de uitvoering schort.[5]
Meest gezaghebbend is het oordeel van top-bestuurskundige Paul ‘t Hart: ‘Al decennia behoort Nederland consequent tot de top van de mondiale ranglijsten van prestaties van de publieke sector. Het is duidelijk dat Nederland iets goed doet in de manier waarop het zichzelf bestuurt en in de manier waarop het overheidsbeleid kiest en uitvoert. Maar toch, vooral in de afgelopen jaren, hebben toenemende sociale ongelijkheden, politieke impasses over kritieke hervormingsuitdagingen, en opvallende beleidsmislukkingen met dramatische gevolgen voor de betrokken burgers, ernstige vragen opgeroepen over de manier waarop Nederlandse regeringen overheidsbeleid voeren (p. 618, mijn vertaling).[6]
Wie gaat het tij keren, en hoe zal dat gaan? Het is vooralsnog afwachten geblazen.
Voetnoten
[1] Marc J. Dunkelman (2025), Why nothing works. Who killed progress – and how to bring it back. New York (338 blz.).
[2] https://www.v-dem.net/documents/75/V-Dem_Institute_Democracy_Report_2026_lowres.pdf, 33-39.
[3] ‘What the Left Could Learn from Trump’s Brutal Efficiency’. In: New York Times, Dec. 3, 2025.
[4] Arend Geul (2022), Machteloze democratie. Researchgate, DOI:10.13140/RG.2.2.32896.10241.
[5] Commissie Bosman (2021), Klem tussen balie en beleid. Rapport Tijdelijke Commissie Uitvoeringsorganisaties. Tweede Kamer, Den Haag.
[6] Paul ‘t Hart (2024), ‘The Politics of the policymaking process in the Netherlands’. In: The Oxford Handbook of Dutch Politics, Oxford, pp. 611-627. Interessant is het vervolg: P. ‘t Hart e.a. (red.) (2025) Zo kan het ook. Leren van successen in het Openbaar Bestuur. Amsterdam (380 blz.).

Geef een reactie