• Spring naar de hoofdnavigatie
  • Door naar de hoofd inhoud
  • Spring naar de voettekst
Platform O

Platform O

Artikel
Ambtelijk vakmanschap
Uit de knoop
Caroline WiedenhofProgrammamaker en raadgever bij het programmateam Dialoog & Ethiek

Lees alle artikelen van
Caroline Wiedenhof

Deel dit artikel

  • Deel op Facebook Deel op Facebook
  • Deel op LinkedIn Deel op LinkedIn
  • Deel via e-mail Deel via e-mail
Bekijk alle auteurs

1 september 2026|Leestijd: 6 - 8 min

Vrij denken over ambtelijk vakmanschap

Het verhaal dat de beroepsgroep van ambtenaren vooral bestaat uit volgzame, oncreatieve, saaie figuren is oud en hardnekkig. Op feestjes zeggen ambtenaren liever dat ze jurist zijn, of data-analist, managementondersteuner, politievrouw, projectmanager, ingenieur of communicatieprofessional. ‘Ik ben ambtenaar’ klinkt een beetje ongezellig.

Beeld: Marise Knegtmans

Een jonge vrouw die net was begonnen bij een ministerie vertelde dat haar vrienden lacherig deden over haar nieuwe baan. ‘Tja, niemand houdt van ons,’ mopperde een oudere collega, waarna hij monter concludeerde dat hij nooit ergens anders zou willen werken dan in de publieke sector.

Niemand houdt van ons. Daar moest ik aan denken toen ik onderweg was naar een afspraak, en een automobilist zonder aanleiding door zijn open raam een groepje verkeersregelaars in opleiding uitschold voor ‘geitenneukers’.

Later sprak ik een collega die had besloten een tijdje te stoppen. Hij wilde al langer gaan reizen. Het zetje om het nu te gaan doen was hem ongewild door zijn directeur gegeven. Die was binnengehaald als een voortvarende manager ‘van buiten’, maar had geen gevoel voor de context waarin ambtenaren hun werk doen. ‘Het is mijn werk om het ambtelijke vakmanschap te verbeteren,’ verzuchtte mijn collega, ‘maar dat wordt wel moeilijk als zo’n sleutelfiguur er niet nieuwsgierig naar is.’

Vanuit de programmadirectie Ambtelijk Vakmanschap, team Dialoog & Ethiek, van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is het mijn werk om ambtenaren te helpen nadenken over morele vragen, over wat ze moeten of mogen doen, specifiek met het oog op hun positie als ambtenaar. Want ambtenaren staan in het volle leven en dat leven is flink in beweging. We buitelen van crisis naar crisis, dreigingen stapelen zich op, oorlogen komen dichtbij. Ondertussen is het vertrouwen in ‘de overheid’ kleiner dan ooit. Dat leidt voor ambtenaren tot prangende vragen. Wat is het goede om te doen? Hoe weeg je je morele principes en wat doe je in specifieke gevallen, hier, nu, in relatie met ‘de politiek’ of een burger die tegenover je staat?

Ook anderen houden zich met deze kwesties bezig. Juristen en bestuurskundigen schrijven er veel over, ook op dit platform. Van hun werk neem ik met een zekere gretigheid kennis, omdat het mijn werk is, en mijn hobby.

Ook worden er allerlei teksten verspreid binnen de rijksdienst die duiding en houvast proberen te geven aan ambtenaren. Meestal komen die van de leiding. ‘Laten we aan de slag gaan’ staat er vaak in, en ‘Ook met deze nieuwe minister gaan we onze schouders eronder zetten’.

Daarnaast is er van alles te lezen over de ambtelijke dienst in publicaties van het rijk: rapportages, Kamerbrieven en dergelijke. Die zijn informatief, en dus nuttig, maar nogal droog, noem het gerust ambtelijk. Je leest ze niet voor je plezier.

En tot slot houden onderzoeksjournalisten en columnisten ons scherp, vooral wanneer er fouten gemaakt zijn. Gelukkig maar.

In die stroom van beleidstukken, artikelen en boeken heb ik vaak vergeefs gezocht naar taal die ruimte biedt om vrij en associërend over ons beroep te denken, vanuit de werkelijkheid van alledag. Een taal die niet wetenschappelijk, droog of tot in de puntjes opgepoetst is. Een taal die zoekt en sprankelt.

Zo’n ‘zoektaal’ moet toch te vinden zijn in verhalen van ambtenaren over wat zij meemaken en waaruit zij inspiratie halen, zo dacht ik. Vanuit die gedachte, die in de loop der jaren steeds helderder werd, is mijn boek Uit de knoop ontstaan.

Het heeft een tijd geduurd voor ik de daad bij mijn gedachte kon voegen. Dat lag er niet aan dat het niet zou mogen van ‘de leiding’. Ik zeg dat er even bij, omdat dat vaak wordt aangenomen. Mijn leidinggevende vond het juist een goed plan. Het probleem was dat ik er zelf nog niet in geloofde de toon te kunnen vinden. De woorden, de stijl, de zinnen leken te ontbreken.

Misschien was het ook wel een luie overtuiging, denken dat het moeilijk was. Een goed verhaal om iets niet te hoeven doen. Ik geloofde in dat verhaal, en het was hard werken om eruit te ontsnappen.

Verhalen kunnen mensen vastzetten of vleugels geven

Omdat ik ondertussen toch wel wist dat ik ooit wilde schrijven over de kunst van het ambtenaarschap, was ik al ruim tien jaar op verhalenjacht. Eerst deed ik dat tamelijk onbewust. Gaandeweg besloot ik er werk van te maken, omdat ik zag dat verhalen mensen vast kunnen zetten of juist vleugels kunnen geven. Dat verhalen de kracht hebben om een gemeenschap tot een geheel te smeden of in stukken te rijten. Dat verhalen meer recht kunnen doen aan de complexiteit van het werk dan ambtelijke teksten. En vooral: dat we verhalen nodig hebben om het als beroepsgroep goed te doen.

De afgelopen jaren heb ik collega’s een paar keer uitgenodigd om mij een brief te schrijven. Dat doorbrak hun weerstand om gedachten over moeilijkheden in hun werk op papier te zetten. Ik denk dat het hielp dat niet het schrijven centraal stond, maar onze relatie. Ik schreef natuurlijk ook terug. In de uitwisseling kwam de essentie vanzelf bovendrijven. We raakten samen aan het denken.

Zo ontstond de basis voor Uit de knoop, verhalen van een veranderend overheid, waarin ik eigenaardigheden van het beroep ambtenaar draadje voor draadje, denkwolkje voor denkwolkje ontrafel in brieven aan ambtenaren. Daarin reageer ik op een verhaal dat, op enkele uitzonderingen na, door een ambtenaar is verteld of geschreven. Hun verhalen zijn echt, komen overal vandaan en uit verschillende tijden.

De namen van de ambtenaren aan wie ik de brieven richt zijn allemaal gefingeerd. Dit ook om te benadrukken dat elk verhaal staat voor een ervaring van velen. In de brieven put ik ook veelvuldig uit mijn eigen loopbaan van meer dan dertig jaar in de rijksdienst. Hoewel ik die ervaringen soms vervormd en geanonimiseerd heb, zijn ze zonder uitzondering waar. Ook deze verhalen staan voor iets groters.

Dat is de paradox: om iets universeels op het spoor te komen, kunnen we niet zonder hoogst particuliere ervaringen.

De brieven bieden eerder vrijheid dan houvast, eerder associaties dan argumenten. Ik beoog niet compleet te zijn, ik pretendeer niet om definitieve antwoorden te geven. Wel hoop ik iets te betekenen in de zoektocht naar meer denk- en speelruimte voor de ontwikkeling van ambtelijk vakmanschap in ons krachtig-kwetsbare democratische stelsel.

Uit de knoop, verhalen van een veranderende overheid, is gelijktijdig verschenen met met Verhalend wijzer worden, een praktische inleiding in de narratieve ethiek van Winnie Hänschen. Deze publicaties zetten de kroon op het project Scheppende Verhalen van Dialoog & Ethiek, waarin we steun kregen van het A+O Fonds Rijk. Uit de knoop is verkrijgbaar bij de lokale boekhandel, via Managementboek.nl of via de webshop van ISVW. Dit artikel is een bewerking van het voorwoord.

Lees alle artikelen van
Caroline Wiedenhof

Deel dit artikel

  • Deel op Facebook Deel op Facebook
  • Deel op LinkedIn Deel op LinkedIn
  • Deel via e-mail Deel via e-mail
Bekijk alle auteurs

Lees Interacties

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Footer

  • FAQ

Over Platform O

  • Partners
  • Over ons

Wil je zelf kennis delen?

Meld je aan als gastauteur.

Aanmelden

Wil je ons steunen?

Meld je aan als kennispartner.

Aanmelden

Copyright © 2026 Platform O | Webdesign bureau Indigo

  • Home
  • Nieuwsoverzicht
  • Auteurs
  • Partners
  • Over ons
  • FAQ
  • Contact

Zoeken naar:

Aanmelden als kennispartner

Naam(Vereist)

Aanmelden als gastauteur

Naam(Vereist)