‘Ik weet je te vinden’, of ‘ik ben nog niet klaar met jou’: (online) agressie tegen raadsleden komt zowel online als face-to-face steeds vaker voor en is geen marginaal verschijnsel meer. Het gaat om situaties die onder de huid kunnen kruipen, invloed hebben op gedrag en keuzes en het open contact tussen inwoners en volksvertegenwoordigers onder druk zetten. Daarmee raakt agressie niet alleen raadsleden en hun directe omgeving, maar ook de democratie als geheel.
Beeld: Pixabay
Raadsgriffier en buitenpromovenda Marjolein Teunissen schreef mee aan een Europees onderzoek naar de impact van agressie tegen raadsleden.[1] In dat onderzoek zijn raadsleden uit 28 landen, Nederland uitgezonderd, bevraagd. Onderzocht werd of partijaffiliatie, het opkomen voor specifieke groepen of thema’s en het type gemeente van invloed zijn op de aard, frequentie en impact van agressie tegen raadsleden. Vertrekpunt was een subjectieve benadering van agressie: agressie omvat in dit onderzoek gedrag dat door het raadslid als agressief ervaren wordt. De resultaten suggereren dat het uitdragen van progressieve standpunten en zichtbaarheid belangrijke aanjagers van agressie zijn, met opvallende verschillen tussen stedelijke en landelijke contexten. Daarnaast rapporteerden mannen en vrouwen vergelijkbare niveaus van verbale en online agressie, maar verschilt de impact ervan op het raadswerk. De uitkomst roept de vraag op of raadsleden nog vrij en onbelemmerd hun rol kunnen vervullen als agressie onderdeel wordt van het raadswerk.
Online en verbale agressie: veel en vaak
Het onderzoek laat zien dat agressie veel voorkomt: 52,4 procent van de circa 19.800 respondenten gaf aan verbale agressie te ervaren en 50,2 procent heeft online agressie ervaren. Opvallend is dat online agressie relatief vaak met een hoge frequentie (>20 keer per jaar) wordt gemeld.
Bij een deel van de raadsleden gaat het dus niet om één incident, maar om herhaling. Fysieke agressie (7,6 procent) en beschadigingen van eigendommen (8 procent) komen minder vaak voor, maar bestaan wel.
Geen verklaring voor de grote verschillen tussen landen
Het onderzoek laat zien dat raadsleden in sommige Europese landen veel vaker agressie melden dan in andere landen. In sommige landen ervaart meer dan 70 procent online agressie (onder andere Polen, Ierland en het Verenigd Koninkrijk) terwijl dit in andere landen onder de 40 procent ligt (onder andere Zweden, Zwitserland en Frankrijk).
Het onderzoek laat zien dat raadsleden in sommige Europese landen veel vaker agressie melden dan in andere landen
Er is gezocht naar verklaringen zoals polarisatie, cultuurverschillen of verschillend gebruik van sociale media, maar een duidelijk patroon ontbreekt. Waarschijnlijk speelt een combinatie van inhoudelijke en methodologische factoren een rol. Om dit beter te verklaren is nader onderzoek nodig.
Andere dynamiek in steden en landelijk gebied
Als contextuele factor is onderzocht of ervaringen van raadsleden met verschillende vormen van agressie verschillen tussen stedelijke en landelijke gemeenten. Dat leverde een statistisch significant verschil op tussen stedelijk en landelijk gebied. Online agressie neemt toe naarmate gemeenten meer verstedelijkt zijn (63,5 procentmeldt online agressie in steden tegenover 23,1 procent in landelijk gebied). Dat verschil lijkt verklaarbaar: in grotere gemeenten staat politiek vaker op afstand en worden raadsleden sneller via online kanalen benaderd. In landelijke gebieden is de anonimiteit kleiner en is de kans groter dat je als raadslid de dader tegenkomt bij bijvoorbeeld de supermarkt, de school of de sportclub.
Voor fysieke agressie en aanvallen op eigendommen werden daarentegen weinig verschillen gevonden: die komen overal relatief weinig en op een vergelijkbaar laag niveau voor.
Zichtbaarheid en inhoud doen ertoe
De vraag of politieke factoren zoals coalitie-oppositie, links-rechtspositie en inhoudelijke portefeuilles van invloed zijn op het risico op agressie is ook onderzocht. Anders dan eerdere literatuur deed vermoeden, ervaren coalitieraadsleden niet vaker online agressie dan oppositie raadsleden; oppositieraadsleden rapporteren zelfs iets vaker online agressie. Duidelijker zijn de verschillen bij raadsleden die zich inzetten voor specifieke groepen, zoals voor vrouwen of etnische minderheden. Deze raadsleden rapporteren vaker online agressie.
Ook maatschappelijke activiteiten buiten de raad spelen mee. Vooral raadsleden die actief zijn rond etnische minderheden, milieu, buurtbelangen of humanitaire doelen krijgen vaker met online agressie te maken. Online agressie lijkt dus vooral vaker voor te komen bij raadsleden die zichtbaar actief zijn rond ideële en lokaal omstreden thema’s.
Man-vrouw verschillen
Mannelijke raadsleden rapporteerden iets vaker agressie dan vrouwelijke raadsleden, vooral als het gaat om online agressie en online nepnieuws. Die verschillen zijn echter klein en bovendien niet statistisch significant. Omdat in het onderzoek niet is gevraagd naar de inhoud van de berichten, blijft onduidelijk of mannen en vrouwen met verschillende soorten boodschappen te maken krijgen. Een goede duiding vraagt daarom om vervolgonderzoek.
Wat betekent dit voor het raadswerk?
Er is onderzocht hoe agressie doorwerkt in het werk van raadsleden, bijvoorbeeld tijdens de raadsvergaderingen, werkbezoeken, contacten met inwoners en communicatie via traditionele media en sociale media. Op al deze onderdelen geeft ten minste een vijfde van de raadsleden aan dat agressie enige tot veel invloed heeft.
De grootste impact wordt ervaren op het gebruik van sociale media (35% van de raadsleden), gevolgd door het contact met inwoners (25%). In landelijke gemeenten beïnvloedt agressie iets vaker het contact met inwoners en werkbezoeken, terwijl in steden de impact op social media groter is. Vrouwelijke raadsleden rapporteren op alle onderzochte onderdelen meer impact van agressie dan mannelijke raadsleden. Agressie blijkt bovendien niet perse een doorslaggevende reden te zijn om de politiek te verlaten. Hoewel ongeveer een kwart van de stoppende raadsleden agressie als een van de redenen noemt, wegen andere motieven meestal zwaarder.
Tot slot: normaliseren is geen optie
Agressie tegen raadsleden is geen individueel probleem meer: door de omvang, aard en frequentie vormt het een aanslag op de democratie. Als raadsleden zich terugtrekken uit het debat, minder zichtbaar zijn of onderwerpen mijden gaat dit ten koste van hun toegankelijkheid, benaderbaarheid en het gesprek met inwoners. Daarom is bescherming en ondersteuning van raadsleden niet alleen een veiligheidsvraag, maar ook een democratische randvoorwaarde. Dat vraagt om een gezamenlijke verantwoordelijkheid van niet alleen gemeenten, politie en Openbaar Ministerie, maar ook van politieke partijen, digitale platformbeheerders en uiteindelijk van ons allemaal als samenleving.
Voetnoot
[1] Zie Petersohn, B., Wide, J., Oliver, T., Teunissen, M., Sweeting, D., & Copus, C. (2026). Councillors and the Risks They Run: Aggression Experiences of Municipal Councillors in Europe and the Impact on Their Work. In Municipal Councillors in Europe, Volume I (pp. 139–165). https://doi.org/10.1007/978-3-032-15556-6_6.

Geef een reactie