Vier Estse lessen voor prestatiegericht bezuinigen


Bestuurders en managers die de ambitie hebben om prestatiegericht te bezuinigen, kunnen hun licht opsteken in Estland, dat zwaar door de economische crises werd getroffen. Er zijn vier lessen te trekken uit de Estse casus.

Hoewel de meeste seinen inmiddels op groen staan, kampen publieke organisaties nog steeds met de gevolgen van de financiële crisis. De begroting is financieel weliswaar op orde, maar maatregelen moeten nog geïmplementeerd worden in de praktijk. Waar de druk om te blijven presteren opnieuw toeneemt.
De aandacht voor de prestaties in de publieke sector is niet nieuw. In twintig jaar zijn prestatie-indicatoren, programmabegrotingen en outcome-sturing gemeengoed geworden in het openbaar bestuur. Nieuwe medewerkers werden binnengehaald om besluitvormers te voorzien van objectieve prestatiegegevens waarmee zij de juiste strategische besluiten konden nemen. Maar hoe zit dat eigenlijk met besluitvorming tijdens de bezuinigingen? Hebben prestatiegegevens eigenlijk bijgedragen aan de rationaliteit van bezuinigingen?
Onderzoek uit Estland (Raudla en Savi 2015) laat zien dat de kans dat prestatiegegevens worden gebruikt tijdens besluitvorming over bezuinigingen zeer klein is. Net als Nederland is Estland zwaar getroffen door de financiële en economische crises. Forse bezuinigingen zijn doorgevoerd in operationele uitgaven en investeringen. Het was opvallend dat prestatiegegevens – die ruim beschikbaar waren – niet zijn gebruikt en vrijwel uitsluitend gekozen is voor generieke bezuinigingen.

Vier lessen
De belangrijkste oorzaken voor het non-gebruik van prestatiegegevens tijdens bezuinigingen zijn: de tijdsdruk (urgentie dwingt tot snel handelen), het politieke karakter van het begrotingsproces (rationaliteit sneeuwt onder in de zoektocht naar politieke consensus) en het gebrek aan capaciteit (om prestaties daadwerkelijk inzichtelijk te maken).
Bestuurders en managers die wel een ambitie hebben om prestatiesgericht te bezuinigen, kunnen steun vinden in de volgende vier lessen uit de Estse casus.

  1. Het gebruik van prestatiegegevens is niet waarschijnlijk in tijden van bezuinigingen. Het begrotingsproces staat onder grote druk, zowel financieel als politiek. De mogelijkheid om prestatiegegevens te gebruiken is er alleen als er geen acute haast is. Zorg er dus voor dat je op tijd begint, zodra de eerste signalen van een begrotingscrisis zich voordoen.
  2. De kaasschaaf blijft een instrument dat door velen wordt beschouwd als de beste, eerlijkste manier van bezuinigen. Het gebruik van prestatiegegevens wordt door hen juist beschouwd als polariserend. Creëer in het proces daarom ruimte om de waarde van prestatiegegevens in het bezuinigingsproces te laten ervaren en eigen te maken.
  3. In tijden van bezuinigingen hebben besluitvormers niet meer, maar juist minder aandacht voor prestatiegegevens. Dit hangt zowel samen met de politieke dynamiek, als met de ervaren bruikbaarheid en beschikbaarheid van gegevens. Beperk je tot het verzamelen van die prestatiegegevens die besluitvormers daadwerkelijk gaan gebruiken in het besluitvormingsproces (en zorg dat ze snel te verzamelen zijn).
  4. Prestatiegericht bezuinigen is alleen kansrijk als inputs, throughputs, outputs en outcomes duidelijk met elkaar zijn verbonden. Zonder deze gegevens is de relatie tussen budgetten en prestaties niet te leggen. In deze gevallen heeft prestatiegericht bezuinigen dus niet zoveel zin.

Bovenstaande tekst geeft de essentie weer van het onderstaande wetenschappelijke artikel:
Ringa Raudla , Riin Savi , The use of performance information in cutback budgeting Public Money & Management. Vol. 35, Iss. 6, 2015, DOI:10.1080/09540962.2015.1083685.

Vond je dit artikel interessant? Lees alle artikelen van: Tom Overmans
Deel dit artikel

Er is 1 reactie op dit artikel

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*

    ">Fred Paling

    Met interesse heb ik dit artikel gelezen. Ik ben er van overtuigd dat je betere besluiten kan nemen als alle feiten op tafel liggen, zoals in dit artikel wordt betoogd. Maar ik heb ook ervaren dat transparantie soms juist tot meer vragen leidt. Daarnaast heb je in de publieke sector vaak te maken met tegengestelde belangen. Het artikel ‘Relativeer transparantie’ bouwt mooi op dit thema voort. Hierin wordt het gesprek aangaan over de prestaties als belangrijke relativering van transparantie benoemd. In het artikel ‘Meervoudige waardenafweging’ wordt benadrukt dat complexe vraagstukken juist moeten worden opgelost door het afwegen van verschillende waarden. Hierbij lijkt het vooral te gaan om de dialoog en is geen rol weggelegd voor het gebruiken van prestatiegegevens.

    Mijns inziens is er niet één goede manier om complexe vraagstukken op te lossen maar is het afhankelijk van de context of het vooral de feiten zijn op basis waarvan je een beslissing neemt of dat de beslissing gevormd wordt door de dialoog aan te gaan over het vraagstuk. De benoemde artikelen hebben mij in ieder geval wel weer aan het denken gezet over wanneer we welke strategie toepassen.

    09 feb 2016