Noodzaak en gevolgen van een groei-loze economie


De staat van ons milieu, natuur en klimaat is dramatisch slecht. De discussie gaat al lang niet meer over de vraag of maar hoe we het groei-narratief moeten wijzigen. Te weinig wordt daarbij echter stilgestaan bij de impact die een groei-loze economie op de verdeling van werk, inkomen en vermogen heeft.

In economenland woedt al geruime tijd een strijd tussen de voor- en tegenstanders van selectieve groei, zoals die onder andere door de EU wordtbepleit. De EU lanceerde de zogenaamde Green Deal, waarin ruimte blijft voor selectieve economische groei, omdat met die groei de vereiste investeringen in nieuwe en schonere technologie gefinancierd kunnen worden en de kosten van de toenemende vergrijzing en stijgende zorguitgaven betaalbaar blijven. Volgens de De-Growth-beweging, gaat het EU-beleid niet ver genoeg en is het voor een selectieve groei al veel te laat. Zo spreekt de huidige voorzitter van de Club van Rome, Sandrine Dixson Declève, van een obsessie met technologie. Volgens haar is de enige technologie die dit nog kan fixen (voorkomen dat onze planeet vernietigd wordt- J.S.) ‘een tijdmachine die ons vijftig jaar terugbrengt’. Zij pleit voor een nieuw economisch paradigma.[1]

Met de kennis van nu zou het gênant zijn de visie van de Club van Rome opnieuw te bagatelliseren. Maar de realiteit is anders en hardnekkig. De meeste mensen willen helemaal geen verandering of aanpassing van hun gedrag. Populistische politieke partijen spelen daar, omwille van de kiezersgunst, gretig op in. Zij blijven het streven naar meer welvaart, tegen beter weten in, verdedigen. Maar de vraag is wat de doorsnee burger verstaat onder het begrip ‘welvaart’ en of hij of zij daarbij wel gebaat is? Het begrip ‘welvaart’ kan namelijk zowel in enge zin als extensief geïnterpreteerd worden. In enge zin drukken we met welvaart een materiële standaard uit, die economen aanduiden met het begrip Bruto Binnenlands Product (BBP). ‘Brede welvaart’ voegt daar ook externe effecten aan toe, zoals luchtkwaliteit, biodiversiteit, sociale cohesie en kansengelijkheid.

‘Verdere economische groei draagt waarschijnlijk niet langer bij aan welvaart in brede zin’

Deze externe effecten kennen (nog) geen marktprijs en tellen dus niet mee in het BBP. Nobelprijswinnaars, zoals James Tobin en Joseph Stiglitz evenals de OESO, RABO- Research en CBS, hebben daarom modellen ontwikkeld om die brede welvaart in een cijfer uit te drukken. Maar van een eenduidig en bruikbaar model is het tot op heden nog niet gekomen.[2]

Vanuit sociaaleconomisch perspectief zijn er voldoende argumenten om in te zien dat een verdere economische groei niet langer bijdraagt aan de welvaart in brede zin. In een belangwekkend essay in het economenblad ESB, tonen wetenschappers op basis van een reconstructie vanaf 1950 aan, dat een toenemende divergentie is ontstaan tussen, wat zij noemen, de Brede Welvaartsindicator (BWI) en het Bruto Binnenlands Product (BBP).[3] Op de sociaaleconomische balans staan tegenover het BBP zo veel factoren – zoals duurzaamheid, uitputting van de bodem, verminderde biodiversiteit, verminderde luchtkwaliteit, kansenongelijkheid, etcetera – dat een negatief saldo resteert. In die zin is de burger dus helemaal niet gebaat bij een grotere materiële welvaart.

Er is nieuw sociaal- en economisch beleid nodig, waarin de kans op vermindering van de materiële welvaart verdisconteerd is. Maar vermindering van materiële welvaart is geen doel op zichzelf, maar een te voorzien gevolg van de noodzakelijke nadruk op ecologische doelen. Zoals Hans Stegeman, hoofdeconoom bij Triodos Bank, het uitdrukt, dwingt het risico op groeivermindering om na te denken over de vraag ‘hoe we de welvaart beter kunnen organiseren’.[4] Dat de welvaart in ons land anders georganiseerd moet worden besprak ik al in diverse bijdragen op dit platform[5]. En met name in de herverdeling van de inmiddels bereikte collectieve welvaart, die naar wereldmaatstaven gemeten heel hoog is, ligt dan ook de oplossing.

Uit een internationale vergelijking van de Europese Commissie, die de werkgroep IBO- Vermogensverdeling raadpleegde, blijkt dat ons land in vergelijking met de andere EU-landen sterker op de grondslag ‘arbeid’ leunt dan veel andere landen. Het aandeel arbeid in de belastingmix bedroeg in 2020 ruim 55 procent[6]. Een eventueel afnemend BBP (krimp) betekent dus lagere belastinginkomsten voor de overheid, terwijl de uitgaven voor sociale zekerheid en gezondheidszorg in de toekomst nog aanzienlijk zullen toenemen. Onderkenning van het risico op vermindering van het BBP en als gevolg daarvan lagere belastinginkomsten, dwingt de overheid om het accent te verleggen naar andere inkomstenbronnen. Vermogens en kapitaalinkomsten worden tot nog toe vrijwel ontzien.

‘Een ander gevolg van ontgroeien zal zijn dat de werkgelegenheid in een aantal sectoren afneemt’

Afgezien van de morele verwerpelijkheid, is het nu extra noodzaak om vermogens en de inkomsten daaruit, aanzienlijk zwaarder te belasten. Een progressieve vermogensbelastingheffing ligt voor de hand. Ook zijn zwaardere heffingen op het gebruik van grondstoffen en luchtvervuiling haalbare opties. Bij voorkeur in internationaal verband, maar als dat niet op korte termijn mogelijk is, dan maar alleen. De dreiging van sommige bedrijven, de activiteiten in dat geval naar het buitenland te verplaatsen, moeten we negeren. Andere westerse landen zullen ons voorbeeld vroeg of laat toch wel volgen. En zwichten voor chantage past niet bij verantwoordelijk leiderschap.

Een ander gevolg van ontgroeien zal zijn dat de werkgelegenheid in een aantal sectoren afneemt. Een re-allocatie van het arbeidspotentieel naar milieuvriendelijke sectoren, technologische innovatie, onderwijs en zorg ligt voor de hand. Maar erkend moet worden dat de sociale zekerheid, bij acceptatie van een verminderde economische groei, onder druk komt te staan. Dat moet coûte que coûte voorkomen worden. Immers, reeds zonder een eventueel negatief BBP- effect leeft bijna 1 miljoen burgers in ons land in armoede.[7] Een paradigmawijziging van ons hele uitkeringen-, toeslagen-, aftrekposten- en heffingskortingencircus in een universeel en onvoorwaardelijk basisinkomen, ter grootte van het objectief vastgestelde sociaal minimum, in samenhang met een substantiële vlaktaks, is daarop een doeltreffend antwoord.[8]

Als we de volgende generaties dezelfde kansen willen bieden die wij tot nu toe hebben, gehad zullen we maatschappij- en politiekbreed de handen ineen moeten slaan en erkennen dat het zo niet verder kan met de desolate staat van ons milieu, natuur en klimaat. De ideologie, dat alles maakbaarheid is, moeten we vaarwelzeggen en ons realiseren dat wij niet de baas maar slechts onderdeel van de kosmos zijn. In nederigheid zullen we ons moeten begeven op het pad van delen en geven in plaats van nemen.

Voetnoten

[1] Op zoek naar een groei-loze economie. NRC, 19 mei 2023.
[2] Baarsma, B., Groene Groei, juni 2022. Pag. 129-137.
[3] Van Zanden, JL. et al. Welvaartsgroei blijft sinds 1950 achter bij de economische groei, ESB, 6 april 2021.
[4] Bijdrage van Hans Stegeman op LinkedIn d.d. 4 augustus 2023.
[5] Soons, J., publicaties op platform O op 14 maart en 24 april 2023.
[6] IBO Vermogensverdeling in beeld. Publicatie ministerie van Financiën, juli 2022, pag. 69.
[7] CPB Raming, maart 2023.
[8] Zie voor een nadere onderbouwing mijn bijdrage op platform O op 31 januari 2023.

Vond je dit artikel interessant? Lees alle artikelen van: Jan Soons
Deel dit artikel

Er is 1 reactie op dit artikel

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

    ">wim smit

    Het is opmerkelijk dat de economen weer het hoogste woord hebben. Net alsof die een mooi record van vooruitzien hebben opgebouwd. Met hun eeuwige niets zeggende lijstjes of verwijzen naar het BBP.
    En een beetje selectief.
    Neem het gedachtegoed van Keynes, wel zijn ideen over de vrije markt omarmen maar vergeten dat hij daarbij een strak regulerend overheidsbeleid even noodzakelijk vond. Dat is veel meer en preventiever dan een paar ‘autoriteiten’ instellen. We ervaren dagelijks de ontsporingen van de vrije markt.
    .
    Het goed doordenken van de mogelijke gevolgen heel wijs. Mag ook wel zo’n 50 jaar na de club van Rome.
    Wat ik niet snap is de afkeer van technologie. Natuurlijk is technologie op zich geen oplossing maar kan zeker bijdragen aan minder gebruik van schaarse goederen (waaronder natuur, schone lucht en water).

    Aan de andere kant zal zolang de (mondiale) bevolking blijft groeien zal in het syteem weinig rem zitten. Nul of negatieve groei hier zal de wereld weinig brengen. Lijkt mij politiek geen gemakkelijke boodschap te vertellen dat we qua levensniveau terug zouden moeten naar 1800 oid.

    01 feb 2024