Inflatie op de ontwikkeling van onze identiteit


De crises van de afgelopen jaren hebben gezorgd voor een wereldwijde inflatie op de ontwikkeling van onze identiteit. Hoewel er in Nederland nog vertrouwen is in de samenleving, is het van groot belang dat we opnieuw kijken naar het maatschappelijk contract, zodat we een samenleving hebben waarin iedereen zijn eigen identiteit mag hebben.

Heeft u dat gevoel ook dat we hortend en stotend met het OV-mondkapje de warme zomer in zijn gereden? Niemand is echt blij, niet met de coronamaatregelen, niet met bepaalde ‘wereldleiders’ en niet met de huidige samenwerking in de EU. En dat op een moment dat we wereldwijd hele slechte economische vooruitzichten hebben de komende periode.
Gek is dit niet. Het zijn onzekere en veranderende tijden. De crises van de afgelopen 20 jaar zorgen voor een wereldwijde inflatie. Niet de inflatie die nodig is om onze toekomstige schulden beheersbaar te houden, maar inflatie op de ontwikkeling van onze identiteit, van onze liberale democratische uitgangspunten en van de vrije (westerse) markteconomie. Excuses, ik begin een beetje filosofisch maar cancel deze passage a.u.b. niet.

Gemeenschappelijke cultuur
De basis van onze toekomst ligt in de beantwoording van de vraag of we het eens kunnen worden over de minimale gemeenschappelijke cultuur. Alleen dan kunnen we namelijk samenwerken bij de uitvoering van collectieve taken en dezelfde instellingen legitiem vinden. Komt dat onder druk, dan zit er niets anders op dan een stap terug te doen. Op alle niveaus in de samenleving is zichtbaar dat hier druk op komt te staan.
Fukuyama legt in zijn boek Identiteit de vinger op de zere plek. Onze Grondwet (en het EVRM) gaat uit van het grondrecht dat elk persoon op een waardige manier als individu wordt erkend en moreel wordt gewaardeerd. Alleen dan is vrijheid en gelijkheid realiseerbaar.

‘Populisme krijgt een voedingsbodem als er naar een deel van de bevolking niet wordt geluisterd’

De belangrijkste taak van de overheid is om dit regionaal te borgen in de samenleving en hierover open, transparant en tolerant democratische verantwoording af te leggen. Het weg houden van problemen op dit vlak leidt tot wantrouwen en zorgt ervoor dat groepen in zichzelf gekeerd raken (Alexis de Toqueville). Populisme komt ergens vandaan en krijgt pas echt een voedingsbodem als er naar een deel van de bevolking niet wordt geluisterd.
Het is te gemakkelijk om op dat vlak te veel schuld te leggen bij bijvoorbeeld de social media. De digitale wereld geeft namelijk iedereen juist een (democratische) stem, zoals Mark Zuckerberg (Facebook) terecht recent heeft aangegeven in het Amerikaanse congres. De schuld ligt primair bij de overheid die onvoldoende stuurt op de checks-and-balances, waardoor criminele activiteiten door en via deze bedrijven wordt gepleegd.

Maatschappelijk contract
Iedereen moet vervolgens op gelijke wijze kunnen profiteren van samenwerking, waarbij zichtbaar is dat er incentives zijn om het algemene belang te dienen. Misschien is het dan ook wel een idee om het Barrett-model te gebruiken om het vertrouwen in onze samenleving te testen. Dit vertrouwen kan niet structureel worden afgedwongen door dwang, angst en agressie (zie daarover de film Surveillance Society).
In Nederland is dit vertrouwen in de samenleving er volgens mij nog wel, maar ook hier zijn er te veel dossiers die falen. Te lang zijn we in de verzuiling van bevolkingsgroepen blijven hangen, is weggekeken van problemen, was de VOC-mentaliteit van niet praten maar handelen heersend en hebben we ons te weinig gericht op de identiteit van het individu als onderdeel van onze maatschappij.

‘De huidige EU-begroting en het stimuleringsfonds zijn marginale smeermiddelen om te kunnen hervormen’

Ik denk dat het verstandig is om daarover het politiek debat te voeren, waarbij opnieuw gekeken wordt het maatschappelijk contract. Hoe willen we met elkaar samenleven en wat doen we als iemand zich daar niet aan houdt?

Internationale omgangsnormen
Op internationale schaal is dit ook zichtbaar in de Europese Unie. Moeten we toewerken naar een nieuw democratischer EU-verdrag, zoals Piketty schetst, of moeten er eerst andere afspraken worden gemaakt? Bijvoorbeeld dat je elkaar respectvol behandelt volgens bepaalde normen, dat afspraken worden nagekomen en er reële doelen worden waargemaakt. Daarbij komt dat de huidige EU-begroting en het stimuleringsfonds alleen marginale smeermiddelen zijn om te kunnen hervormen. De draai van Duitsland had Nederland overigens kunnen voorzien. Duitsland speelt namelijk al jaren bank voor de zuidelijke landen, voor een bedrag dat zij niet kunnen afboeken.
Wellicht is de huidige ‘vetocratie’ met al deze verschillende belangen daarom in de EU voor nu het hoogst haalbare, waarbij kleine landen tenminste kunnen afdwingen dat er ook naar hen wordt geluisterd.
Wel hebben we elkaar nodig om ons te wapenen tegen de proto-totalitaire regimes (Rousseau) in de huidige wereld. Op welke wijze kunnen we het spel in de wereld  meespelen? Hoe gaan we om met al die ondemocratische criminele machtspolitiek?

De urgentie om innovatie te stimuleren is erg groot’

Daarbij komt dat steeds duidelijker wordt dat de komende 5 jaar misschien wel 50 procent van de markteconomie uit de digitale wereld bestaat. Het is daarom cruciaal dat we echt innoveren naar een digitale circulaire economie, die minder afhankelijk is van anderen. Maatregelen zijn noodzakelijk om verstoringen van onze liberale democratie tegen te gaan en te blokkeren voor monopolisten uit andere machtsblokken. Die nota bene allemaal direct of indirect door hun overheid zijn ontstaan.

Durf te investeren
Gelukkig groeit het besef in Nederland en andere delen van de EU dat het anders moet. Met veel plezier lees ik bijvoorbeeld de bijdragen van Wouter van Noort. Misschien is het ook verstandig om eens te kijken naar de ontwikkelingen in Taiwan.
De urgentie om innovatie te stimuleren is erg groot. Ons verdienmodel in en met Europa staat het komende decennium onder druk. Het is daarom verstandig de EU-begroting op dat punt te corrigeren en enorm uit te breiden in de nationale begrotingen.
Ik verwacht dan ook dat we de komende periode met volle overtuiging (en zonder angst) durven te investeren in een digitaal open, data-gestuurde en eerlijke liberale democratie. Opgebouwd uit lokale (digitale) ecosystemen waarbij uiteindelijk ook de EU-lidstaten in een soort gecentraliseerde decentrale samenleving tot een krachtigere samenwerking zullen komen. Een plek waarin iedereen zijn eigen identiteit mag hebben.

Vond je dit artikel interessant? Lees alle artikelen van: Patrick Spigt
Deel dit artikel

Er zijn nog geen reacties op dit artikel

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*